Handleiding GYS Neostart 420

Op deze pagina vindt u de handleiding van de GYS Neostart 420. U kunt de handleiding direct inzien via de PDF viewer onder deze tekst. U kunt de handleiding ook als PDF in uw browser opnemen via deze link: Handleiding GYS Neostart 420

Koop GYS Neostart 420

Zie ook: Product FAQ

Veelgestelde vragen en antwoorden

Bekijk hier de antwoorden op de meest gestelde vragen over dit product dat te koop is op Acculaders.nl.

Algemene productinformatie – NEOSTART 420

Vraag 1: Waarvoor zijn de NEOSTART 320, NEOSTART 420 en NEOSTART 620 bedoeld?

Antwoord: Deze apparaten zijn bedoeld voor het laden en starten van 12 V en 24 V loodaccu’s met vloeibare elektrolyt. Ze zijn dus geschikt voor zowel laden als starthulp binnen de opgegeven capaciteiten.

Vraag 2: Welke laadcapaciteit heeft de NEOSTART 320?

Antwoord: De NEOSTART 320 is geschikt voor accu’s van 40 tot 400 Ah. De startcapaciteit ligt tussen 35 en 120 Ah.

Vraag 3: Welke laadcapaciteit heeft de NEOSTART 420?

Antwoord: De NEOSTART 420 ondersteunt laden van 25 tot 600 Ah. Voor starten is hij geschikt voor accu’s van 35 tot 160 Ah.

Vraag 4: Welke laadcapaciteit heeft de NEOSTART 620?

Antwoord: De NEOSTART 620 ondersteunt laden van 45 tot 900 Ah. Voor starten is hij geschikt voor accu’s van 45 tot 200 Ah.

Vraag 5: Wat is het verschil tussen de NEOSTART 320, 420 en 620 bij het starten?

Antwoord: De NEOSTART 320 start accu’s van 35 tot 120 Ah, de NEOSTART 420 van 35 tot 160 Ah en de NEOSTART 620 van 45 tot 200 Ah. De 620 is dus bedoeld voor de grootste startcapaciteiten.

Vraag 6: Welke modellen hebben een handgreep en wielen die gemonteerd moeten worden?

Antwoord: Alleen de NEOSTART 420 en NEOSTART 620 hebben een handgreep en wielen die gemonteerd worden. De handleiding noemt dit niet voor de NEOSTART 320.

Vraag 7: Op welke netaansluiting werken de NEOSTART 320, 420 en 620?

Antwoord: Alle drie de modellen moeten worden aangesloten op 230 V enkelfase met aarde. De aansluiting moet beveiligd zijn met een 16 A automaat of zekering.

Functies en bediening

Vraag 8: Welke laadstanden heeft de NEOSTART 320?

Antwoord: De NEOSTART 320 heeft CHARGE en BOOST 1 als laadstanden. Voor starten gebruikt dit model daarnaast BOOST 2 voor voorladen en START voor het starten.

Vraag 9: Welke laadstanden hebben de NEOSTART 420 en NEOSTART 620?

Antwoord: De NEOSTART 420 en 620 gebruiken CHARGE 1 en CHARGE 2 voor laden. Voor voorladen in startmodus gebruiken deze modellen de stand BOOST.

Vraag 10: Waarvoor gebruik ik BOOST 1 op de NEOSTART 320?

Antwoord: BOOST 1 is een krachtigere laadstand voor grotere accucapaciteiten. Bij sterk ontladen accu’s kan de thermische beveiliging in deze stand al aan het begin van de lading ingrijpen.

Vraag 11: Waarvoor gebruik ik BOOST 2 op de NEOSTART 320?

Antwoord: BOOST 2 wordt gebruikt voor de voorlading in de startmodus. Daarmee levert de NEOSTART 320 extra energie voor een startpoging.

Vraag 12: Waarvoor dient de stand BOOST op de NEOSTART 420 en 620?

Antwoord: BOOST op de NEOSTART 420 en 620 wordt gebruikt voor de voorlading vóór het starten. Deze stand is dus gekoppeld aan de startfunctie en niet aan normaal laden.

Vraag 13: Waarvoor gebruik ik de stand START op een NEOSTART?

Antwoord: De stand START gebruikt u op het moment dat u het voertuig wilt starten. De startfunctie wordt actief wanneer de contactsleutel wordt omgedraaid.

Aansluiten en gebruik

Vraag 14: Wat moet ik controleren voordat ik een NEOSTART op een accu aansluit?

Antwoord: Controleer eerst of het apparaat niet op het lichtnet is aangesloten en of de schakelaar op OFF staat. Controleer daarna ook de polariteit van de accu.

Vraag 15: Hoe sluit ik de NEOSTART aan als de negatieve accupool aan het chassis zit?

Antwoord: Sluit de rode klem aan op de pluspool van de accu. Sluit daarna de zwarte klem aan op het chassis, op afstand van brandstofleidingen en de accu.

Vraag 16: Hoe sluit ik de NEOSTART aan als de positieve accupool aan het chassis zit?

Antwoord: Sluit de zwarte klem aan op de negatieve pool van de accu. Sluit daarna de rode klem aan op het chassis, op afstand van brandstofleidingen en de accu.

Vraag 17: Hoe sluit ik een losse accu aan op een NEOSTART?

Antwoord: Sluit de rode klem aan op de pluspool en de zwarte klem op de minpool van de accu. Na gebruik koppelt u eerst het apparaat van het lichtnet los en daarna de klemmen.

Vraag 18: Mag ik een accu laden terwijl die nog op het voertuig aangesloten is?

Antwoord: Dat wordt afgeraden. De handleiding adviseert om elektronische systemen los te koppelen en waarschuwt voor risico op schade aan de voertuigelektronica.

Vraag 19: Mag ik meerdere accu’s tegelijk laden met een NEOSTART?

Antwoord: Ja, dat mag als de accu’s parallel zijn aangesloten. Ze moeten dan wel allemaal dezelfde spanning hebben, dus allemaal 12 V of allemaal 24 V.

Vraag 20: Is laden van accu’s in serie toegestaan met de NEOSTART?

Antwoord: Nee, laden in serie wordt niet aanbevolen.

Opladen

Vraag 21: Wat moet ik doen voordat ik een accu ga laden met een NEOSTART?

Antwoord: Gebruik het apparaat in een droge, beschutte en goed geventileerde ruimte. Controleer ook het elektrolytniveau en vul zo nodig bij met gedemineraliseerd water.

Vraag 22: Wanneer moet ik stoppen met laden als het elektrolyt begint te koken?

Antwoord: Zodra het elektrolyt begint te koken, is het raadzaam de lading te onderbreken. Zo voorkomt u beschadiging van de accu.

Vraag 23: Hoe herken ik dat de accu bijna vol is tijdens het laden met een NEOSTART?

Antwoord: Het einde van de lading wordt herkend wanneer de ampèremeter tussen 0 en 10 A staat of wanneer de laadtijd langer dan 10 uur is.

Vraag 24: Hoe laad ik een gesloten accu veilig met een NEOSTART?

Antwoord: Een gesloten accu moet langzaam worden geladen terwijl de spanning constant wordt gecontroleerd. Er wordt geadviseerd te stoppen bij 14,4 V voor 12 V accu’s en 28,8 V voor 24 V accu’s.

Vraag 25: Welke laadbereiken heeft de NEOSTART 320 in CHARGE en BOOST 1?

Antwoord: In CHARGE laadt de NEOSTART 320 accu’s van 40 tot 160 Ah met 11 A. In BOOST 1 laadt hij accu’s van 90 tot 400 Ah met 27 A.

Vraag 26: Welke laadbereiken heeft de NEOSTART 420 in CHARGE 1 en CHARGE 2?

Antwoord: De NEOSTART 420 laadt in CHARGE 1 accu’s van 25 tot 90 Ah met 6 A. In CHARGE 2 laadt hij accu’s van 90 tot 300 Ah met 20 A.

Vraag 27: Welke laadbereiken heeft de NEOSTART 620 in CHARGE 1 en CHARGE 2?

Antwoord: De NEOSTART 620 laadt in CHARGE 1 accu’s van 45 tot 140 Ah met 10 A. In CHARGE 2 laadt hij accu’s van 140 tot 450 Ah met 30 A.

Vraag 28: Wat moet ik doen als de ampèremeter meteen te hoog uitslaat terwijl de NEOSTART op de laagste stand staat?

Antwoord: Dat kan betekenen dat de accu diep ontladen is. In dat geval moet u de lading met de minimale instelling voortzetten.

Startfuncties

Vraag 29: Wanneer is voorladen nodig voordat ik met een NEOSTART start?

Antwoord: Voorladen kan nodig zijn om voldoende energie te leveren voor een startpoging. Daarvoor gebruikt u BOOST 2 op de NEOSTART 320 en BOOST op de NEOSTART 420 of 620.

Vraag 30: Welke startcapaciteiten heeft de NEOSTART 320 zonder voorladen?

Antwoord: De NEOSTART 320 start direct bij 12 V accu’s van 35 tot 60 Ah en bij 24 V accu’s van 35 tot 45 Ah.

Vraag 31: Welke startcapaciteiten heeft de NEOSTART 320 na 5 minuten voorladen?

Antwoord: Na 5 minuten voorladen ondersteunt de NEOSTART 320 bij 12 V accu’s van 60 tot 120 Ah en bij 24 V accu’s van 45 tot 90 Ah.

Vraag 32: Welke startcapaciteiten hebben de NEOSTART 420 en 620 zonder voorladen?

Antwoord: De NEOSTART 420 start direct bij 35 tot 80 Ah. De NEOSTART 620 start direct bij 45 tot 100 Ah.

Vraag 33: Welke startcapaciteiten hebben de NEOSTART 420 en 620 na 5 minuten voorladen?

Antwoord: De NEOSTART 420 ondersteunt na 5 minuten voorladen 80 tot 160 Ah. De NEOSTART 620 ondersteunt dan 100 tot 200 Ah.

Vraag 34: Hoe lang mag een startpoging met een NEOSTART duren?

Antwoord: Een startpoging mag maximaal 3 seconden duren. Als de motor niet start, moet u 2 minuten wachten voor de volgende poging.

Vraag 35: Waarom is het handig om met twee personen te starten met een NEOSTART?

Antwoord: De handleiding raadt dit aan zodat iemand bij het apparaat de START-stand op het juiste moment kan inschakelen en het toestel direct kan stoppen zodra het voertuig is gestart.

Storingen en foutmeldingen

Vraag 36: Waarom slaat de ampèremeter van mijn NEOSTART niet uit?

Antwoord: Mogelijke oorzaken zijn een probleem met de netvoeding, kortsluiting, omgekeerde polariteit, een verkeerde spanningsstand of een defecte accu.

Vraag 37: Waarom laadt de NEOSTART niet terwijl hij wel goed aangesloten lijkt?

Antwoord: Dat kan komen door een defecte zekering, slecht contact aan de klemmen, een verkeerde laadstand of thermische uitschakeling na intensief gebruik.

Vraag 38: Waarom springt de zekering van mijn NEOSTART steeds opnieuw door?

Antwoord: Dat kan komen door omgekeerde polariteit, een verkeerde laadstand, stroomafname van de accu tijdens het laden of laden van een 12 V accu in de 24 V stand.

Vraag 39: Waarom schakelt mijn NEOSTART uit of springt de automaat eruit?

Antwoord: Dat kan gebeuren als u probeert te starten terwijl het apparaat nog in de laadstand staat. In dat geval moet de schakelaar op START worden gezet en moet de automaat handmatig opnieuw worden ingeschakeld.

Vraag 40: Wat betekent het als na een hele dag laden het eindlaadlampje nog niet brandt?

Antwoord: Dan is de accu beschadigd. De handleiding adviseert in dat geval de accu te vervangen.

Veiligheid en onderhoud

Vraag 41: Welke zekeringen gebruiken de NEOSTART 320, 420 en 620?

Antwoord: De NEOSTART 320 gebruikt een zekering van 150 A. De NEOSTART 420 en 620 gebruiken allebei een zekering van 200 A.

Vraag 42: Hebben de NEOSTART modellen bescherming tegen oververhitting?

Antwoord: Ja, de thermische beveiliging werkt via een thermostaat met ongeveer een kwartier afkoeltijd. Bij oververhitting gaat het groene lampje uit.

Vraag 43: Hebben de NEOSTART apparaten ook een beveiliging tegen verkeerd gebruik in laad- of startstand?

Antwoord: Ja, er zit een automaat op de voorkant die beschermt tegen overbelasting van de transformator of starten terwijl het apparaat in laadstand staat. Als deze uitschakelt, moet hij handmatig opnieuw worden ingeschakeld.

Vraag 44: Detecteren de NEOSTART 320, 420 en 620 automatisch gesulfateerde of beschadigde accu’s?

Antwoord: Nee, deze apparaten detecteren gesulfateerde of beschadigde accu’s niet automatisch.

Vraag 45: Hoe moet ik een gesulfateerde accu behandelen met een NEOSTART?

Antwoord: Zet het apparaat op de hoogste stand, dus BOOST voor de NEOSTART 420 en 620 of BOOST 2 voor de NEOSTART 320, en controleer of er laadstroom verschijnt. Als er na 5 uur geen verbetering is, is de accu definitief onbruikbaar.

Vraag 46: Mag ik een gesulfateerde accu behandelen terwijl die nog op het voertuig aangesloten is?

Antwoord: Nee, die handeling moet altijd gebeuren met de accu los van het voertuig.

Vraag 47: Hoe maak ik een NEOSTART schoon?

Antwoord: De buitenkant moet met een droge doek worden gereinigd. Oplosmiddelen of andere agressieve schoonmaakmiddelen mogen niet worden gebruikt.

GYS Neostart 420