Op deze pagina vindt u de handleiding van de GYS Start 200. U kunt de handleiding direct inzien via de PDF viewer onder deze tekst. U kunt de handleiding ook als PDF in uw browser opnemen via deze link: Handleiding GYS Start 200
Zie ook: Product FAQ
Veelgestelde vragen en antwoorden
Bekijk hier de antwoorden op de meest gestelde vragen over dit product dat te koop is op Acculaders.nl.
Algemene productinformatie – START 200 / START 300
Vraag 1: Waarvoor zijn de START 200 en START 300 bedoeld?
Antwoord: De START 200 en START 300 zijn bedoeld voor het laden en starten van 12 V en 24 V loodaccu’s met vloeibare elektrolyt. De handleiding noemt 12 V accu’s met 6 elementen en 24 V accu’s met 12 elementen.
Vraag 2: Wat is het verschil in laadcapaciteit tussen de START 200 en de START 300?
Antwoord: De START 200 heeft een laadcapaciteit van 53 tot 240 Ah. De START 300 heeft een laadcapaciteit van 38 tot 300 Ah.
Vraag 3: Wat is het verschil in startcapaciteit tussen de START 200 en de START 300?
Antwoord: De START 200 is geschikt voor starten van 35 tot 80 Ah. De START 300 is geschikt voor starten van 35 tot 100 Ah.
Vraag 4: Welke spanningen ondersteunen de START 200 en START 300?
Antwoord: Beide apparaten zijn bedoeld voor 12 V en 24 V loodaccu’s. Voor gebruik moet de schakelaar op de juiste spanning worden gezet.
Vraag 5: Werken de START 200 en START 300 automatisch tijdens het laden?
Antwoord: Nee, dit zijn traditionele laders. Het laden stopt pas wanneer de gebruiker de schakelaar op OFF zet of het apparaat loskoppelt van het lichtnet.
Vraag 6: Is de START 300 anders dan de START 200 qua bediening?
Antwoord: Ja, in de handleiding wordt bij de START 300 expliciet een ON/OFF-indicatie genoemd. Ook verschillen de zekeringen en de laad- en startbereiken tussen beide modellen.
Functies en bediening
Vraag 7: Welke standen hebben de START 200 en START 300?
Antwoord: De handleiding noemt onder meer OFF, CHARGE, BOOST 1, BOOST en START. Welke stand u gebruikt hangt af van laden, voorladen of starten.
Vraag 8: Waarvoor gebruik ik de stand CHARGE op de START 200 of START 300?
Antwoord: De stand CHARGE is bedoeld voor normaal laden van een batterij binnen het opgegeven capaciteitsbereik. Daarbij moet u de batterij tijdens het laden blijven controleren.
Vraag 9: Waarvoor gebruik ik BOOST 1 op de START 200 of START 300?
Antwoord: BOOST 1 is een krachtigere laadstand dan CHARGE en is bedoeld voor grotere accucapaciteiten. Bij sterk ontladen batterijen kan de thermische beveiliging in deze stand al aan het begin van de lading ingrijpen.
Vraag 10: Waarvoor dient de stand BOOST bij de START 200 / START 300?
Antwoord: De stand BOOST wordt gebruikt voor een voorlading voorafgaand aan het starten. Daarmee wordt extra energie geleverd om een startpoging mogelijk te maken.
Vraag 11: Wanneer gebruik ik de stand START op de START 200 of START 300?
Antwoord: De stand START gebruikt u op het moment dat u het voertuig echt wilt starten. De startfunctie wordt actief zodra de contactsleutel wordt omgedraaid.
Vraag 12: Hoe merk ik dat de accu bijna vol is tijdens het laden met de START 200 / START 300?
Antwoord: De laadstatus wordt gevolgd met de ampèremeter. Het einde van de lading herkent u wanneer de naald tussen 0 en 10 A staat of wanneer de laadtijd langer is dan 10 uur.
Aansluiten en gebruik
Vraag 13: Waar moet ik op letten voordat ik de START 200 of START 300 aansluit?
Antwoord: Controleer eerst of het apparaat niet op het lichtnet is aangesloten en of de schakelaar op OFF staat. Controleer daarna de polariteit van de batterij.
Vraag 14: Hoe sluit ik de START 200 / START 300 aan als de negatieve pool aan het chassis zit?
Antwoord: Sluit de rode klem aan op de pluspool van de batterij. Sluit daarna de zwarte klem aan op het chassis, op afstand van de batterij en brandstofleidingen.
Vraag 15: Hoe sluit ik de START 200 / START 300 aan als de positieve pool aan het chassis zit?
Antwoord: Sluit de zwarte klem aan op de negatieve pool van de batterij. Sluit vervolgens de rode klem aan op het chassis, op afstand van de batterij en brandstofleidingen.
Vraag 16: Mag ik een batterij laden terwijl die nog op het voertuig aangesloten is?
Antwoord: Dat wordt afgeraden. De handleiding adviseert om elektronische systemen van de batterij los te koppelen en vermeldt risico op schade aan de voertuigelektronica.
Vraag 17: Hoe laad ik een losse batterij met de START 200 of START 300?
Antwoord: Sluit de rode klem aan op de pluspool en de zwarte klem op de minpool van de batterij. Na gebruik koppelt u eerst het apparaat los van het lichtnet en daarna de klemmen.
Vraag 18: Mag ik meerdere batterijen tegelijk laden met de START 200 / START 300?
Antwoord: Ja, dat mag als de batterijen parallel zijn aangesloten. Ze moeten dan wel allemaal dezelfde spanning hebben, dus allemaal 12 V of allemaal 24 V.
Vraag 19: Is serieschakeling van batterijen aanbevolen met de START 200 / START 300?
Antwoord: Nee, laden in serie wordt niet aanbevolen.
Vraag 20: Welke netaansluiting hebben de START 200 en START 300 nodig?
Antwoord: Beide apparaten moeten worden aangesloten op een 230 V eenfasige aansluiting met aarde. De aansluiting moet beveiligd zijn met een 16 A automaat of zekering.
Testfuncties
Vraag 21: Hoe controleer ik bij de START 200 / START 300 of het laden nog bezig is?
Antwoord: Dat doet u met de ampèremeter. Die laat zien hoeveel laadstroom er nog loopt.
Vraag 22: Hoe herken ik met de ampèremeter van de START 200 / START 300 een mogelijk defecte batterij?
Antwoord: Een zwaar beschadigde batterij kan zich verraden doordat de naald snel naar zeer hoge stroomsterktes uitslaat. Volgens de handleiding is de batterij dan definitief onbruikbaar.
Vraag 23: Hoe weet ik of een gesulfateerde batterij nog reageert op de START 200 / START 300?
Antwoord: Zet het apparaat op BOOST en controleer regelmatig of de ampèremeter laadstroom aangeeft. Zodra de laadstroom stijgt, moet u overschakelen naar een laadstand die bij de batterij past.
Opladen
Vraag 24: Welke voorbereidingen moet ik doen voor het laden met de START 200 / START 300?
Antwoord: Kies een droge, beschutte en goed geventileerde ruimte. Controleer ook of het elektrolytniveau voldoende is en vul zo nodig bij met gedemineraliseerd water.
Vraag 25: Wat moet ik doen met de doppen van een accu voordat ik ga laden?
Antwoord: Als de batterij doppen heeft, moeten die worden verwijderd. Daarna controleert u of het vloeistofniveau in orde is.
Vraag 26: Wanneer moet ik stoppen met laden als de batterij begint te koken?
Antwoord: Zodra het elektrolyt begint te koken, is het raadzaam de lading te onderbreken. Zo voorkomt u beschadiging van de batterij.
Vraag 27: Hoe laad ik een gesloten batterij veilig met de START 200 / START 300?
Antwoord: Een gesloten batterij moet langzaam worden geladen en de spanning aan de polen moet voortdurend worden gecontroleerd. De handleiding adviseert te stoppen bij 14,4 V voor 12 V batterijen en 28,8 V voor 24 V batterijen.
Vraag 28: Welke laadbereiken heeft de START 200 in CHARGE en BOOST 1?
Antwoord: De START 200 laadt in CHARGE 12 V batterijen van 53 tot 240 Ah met 11 A. In BOOST 1 laadt hij 12 V batterijen van 90 tot 240 Ah met 18 A.
Vraag 29: Welke laadbereiken heeft de START 300 in CHARGE en BOOST 1?
Antwoord: De START 300 laadt in CHARGE 12 V batterijen van 42 tot 150 Ah met 10 A en 24 V batterijen van 38 tot 120 Ah met 8 A. In BOOST 1 laadt hij 12 V batterijen van 115 tot 300 Ah met 23 A en 24 V batterijen van 85 tot 224 Ah met 17 A.
Vraag 30: Moet ik een diep ontladen accu met de START 200 / START 300 op minimum laten laden als de ampèremeter meteen te hoog uitslaat?
Antwoord: Ja, als de naald boven de maximale schaalverdeling uitkomt terwijl de instelling minimaal is, kan de batterij diep ontladen zijn. In dat geval moet de lading met de minimale instelling worden voortgezet.
Startfuncties
Vraag 31: Wanneer is voorladen nodig voordat ik met de START 200 of START 300 start?
Antwoord: Voorladen kan nodig zijn om voldoende energie te leveren voor een startpoging. Daarvoor zet u de schakelaar op BOOST.
Vraag 32: Welke startcapaciteiten hebben de START 200 en START 300 zonder voorladen?
Antwoord: De START 200 kan direct starten bij 35 tot 40 Ah. De START 300 kan direct starten bij 35 tot 50 Ah.
Vraag 33: Welke startcapaciteiten hebben de START 200 en START 300 na 5 minuten voorladen?
Antwoord: Na 5 minuten voorladen ondersteunt de START 200 40 tot 80 Ah. De START 300 ondersteunt dan 50 tot 100 Ah.
Vraag 34: Hoe lang mag een startpoging met de START 200 / START 300 duren?
Antwoord: Een startpoging mag maximaal 3 seconden duren. Als de motor niet start, moet u 2 minuten wachten voor de volgende poging.
Vraag 35: Waarom is het handig om met twee personen te starten met de START 200 / START 300?
Antwoord: De handleiding raadt dit aan zodat iemand bij het apparaat de START-stand op het juiste moment kan inschakelen en het toestel direct kan stoppen zodra het voertuig gestart is.
Storingen en foutmeldingen
Vraag 36: Waarom slaat de ampèremeter van mijn START 200 / START 300 helemaal niet uit?
Antwoord: Mogelijke oorzaken zijn een probleem met de netvoeding, een verkeerde stand van het apparaat, kortsluiting, omgekeerde polariteit of een defecte batterij.
Vraag 37: Waarom laadt de START 200 / START 300 niet terwijl hij wel goed aangesloten lijkt?
Antwoord: Dat kan komen door een defecte zekering, slecht contact aan de klemmen, een verkeerde laadstand of thermische uitschakeling na intensief gebruik.
Vraag 38: Waarom springt de zekering van mijn START 200 / START 300 steeds door?
Antwoord: Dat kan komen door omgekeerde polariteit, een verkeerde laadstand, stroomafname van de batterij tijdens het laden of laden van een 12 V batterij in de 24 V stand.
Vraag 39: Waarom schakelt de START 200 / START 300 zichzelf uit?
Antwoord: Dat kan gebeuren als u probeert te starten terwijl het apparaat nog in de laadstand staat. In dat geval moet de schakelaar op START worden gezet en moet de beveiliging opnieuw worden ingeschakeld.
Vraag 40: Wat moet ik doen als het apparaat thermisch is uitgeschakeld?
Antwoord: Wacht ongeveer een kwartier zodat het apparaat kan afkoelen. Daarna kunt u opnieuw proberen.
Veiligheid en onderhoud
Vraag 41: Welke zekeringen gebruiken de START 200 en START 300?
Antwoord: De START 200 heeft een primaire cilindrische zekering van 5 A en een secundaire zekering van 50 A. De START 300 heeft een primaire cilindrische zekering van 10 A en een secundaire zekering van 80 A.
Vraag 42: Hebben de START 200 en START 300 thermische beveiliging?
Antwoord: Ja, de thermische beveiliging werkt via een thermostaat met ongeveer een kwartier afkoeltijd. Bij oververhitting gaat bij de START 200 het groene lampje uit en bij de START 300 gaat het oranje lampje branden.
Vraag 43: Detecteren de START 200 en START 300 automatisch gesulfateerde of beschadigde batterijen?
Antwoord: Nee, deze apparaten detecteren gesulfateerde of beschadigde batterijen niet automatisch.
Vraag 44: Hoe moet ik een gesulfateerde batterij behandelen met de START 200 / START 300?
Antwoord: Zet het apparaat op BOOST en controleer regelmatig of er laadstroom verschijnt. Als er na 5 uur geen verbetering is, is de batterij definitief onbruikbaar.
Vraag 45: Mag ik een gesulfateerde batterij behandelen terwijl die nog op het voertuig aangesloten is?
Antwoord: Nee, die handeling moet altijd gebeuren met de batterij los van het voertuig.
Vraag 46: Hoe maak ik de START 200 / START 300 schoon?
Antwoord: De buitenkant moet met een droge doek worden gereinigd. Oplosmiddelen of andere agressieve reinigingsmiddelen mogen niet worden gebruikt.