Handleiding Mastervolt GMDSS

Op deze pagina vindt u de handleiding van de Mastervolt GMDSS. U kunt de handleiding direct inzien via de PDF viewer onder deze tekst. U kunt de handleiding ook als PDF in uw browser opnemen via deze link: Handleiding Mastervolt GMDSS

Koop Mastervolt GMDSS

Zie ook: Product FAQ

Veelgestelde vragen en antwoorden

Bekijk hier de antwoorden op de meest gestelde vragen over dit product dat te koop is op Acculaders.nl.

Toepassing en functies

Vraag 1: Waarvoor dient de Mastervolt GMDSS Mass Charger Alarm Interface?

De GMDSS Interface bewaakt de accu en de Mass-acculader van de noodstroomvoorziening voor radio-installaties.

Vraag 2: Welke gegevens toont de GMDSS Interface?

Het lcd-scherm toont onder meer de accuspanning, laadstroom, accustroom, het aangesloten laadermodel en de actuele laadfase.

Vraag 3: Voor hoeveel accubanken en acculaders is de GMDSS Interface bedoeld?

De interface is bedoeld voor een installatie met één accubank en één Mastervolt Mass-acculader.

Vraag 4: Wat adviseert Mastervolt bij een installatie met twee acculaders?

Bij twee acculaders adviseert Mastervolt om twee GMDSS Interfaces te installeren.

Vraag 5: Welke alarmen kan de GMDSS Interface signaleren?

De interface signaleert een DC-spanningsalarm, een laadstoring en een storing in de AC-netvoeding.

Vraag 6: Kan de GMDSS Interface op het centrale alarmsysteem van een schip worden aangesloten?

Ja. De interface heeft drie potentiaalvrije wisselcontacten voor koppeling met het centrale alarmsysteem van het schip.

Vraag 7: Kan de interface externe alarmcomponenten voeden?

Ja. De interface heeft een kortsluitvaste hulpvoeding van 5 V met een maximale stroom van 50 mA voor onder meer externe led-indicatoren en een zoemer.

Bediening en menu’s

Vraag 8: Hoe open ik het hoofdmenu?

Druk kort op de Select-knop om het hoofdmenu te openen.

Vraag 9: Kan ik instellingen in het hoofdmenu wijzigen?

Nee. Het hoofdmenu geeft alleen statusinformatie weer. Instellingen worden gewijzigd via het installatiemenu.

Vraag 10: Wat is het verschil tussen het standaardmenu en het verkorte hoofdmenu?

Het standaardmenu toont vrijwel alle beschikbare schermen. Het verkorte menu verbergt de afzonderlijke schermen voor laadstroom, accuspanning en accustroom.

Vraag 11: Hoe open ik het installatiemenu?

Houd de Select-knop minimaal 1 seconde ingedrukt.

Vraag 12: Hoe verlaat ik het installatiemenu?

Wacht 20 seconden of ga naar RETURN en houd de Select-knop ingedrukt totdat het hoofdmenu verschijnt.

Vraag 13: Hoe wijzig ik een instelbare waarde?

Druk kort op de Mute-knop om de waarde in de richting van de getoonde pijl te wijzigen. Houd de Select-knop ingedrukt om de richting van de pijl om te keren.

Vraag 14: Waarom kan ik de instellingen in het installatiemenu niet wijzigen?

Functie F0 vergrendelt alle instellingen telkens wanneer het installatiemenu wordt geopend. Houd bij F0 de Select-knop ingedrukt totdat de instelling op OFF staat.

Vraag 15: Kan het hoofdmenu automatisch door de schermen bladeren?

Ja. Zet functie F1 op ON voor automatisch bladeren. In de stand OFF bladert u handmatig met de Select-knop. De fabrieksinstelling is ON.

Vraag 16: Hoe schakel ik het verkorte hoofdmenu in?

Zet functie F2 op ON. De fabrieksinstelling is OFF.

Vraag 17: Wat regelt functie F3 Scroll text?

In de stand ON toont het installatiemenu de volledige functienaam. In de stand OFF wordt alleen het functienummer weergegeven. De fabrieksinstelling is OFF.

Vraag 18: Hoe stel ik de achtergrondverlichting in?

Met functie F7 kiest u ON, OFF of Auto. In de stand Auto schakelt de verlichting na 10 seconden zonder bediening uit en bij een druk op een knop weer in. De fabrieksinstelling is Auto.

Alarmgrenzen en laadinstellingen

Vraag 19: Wat is de fabrieksinstelling voor het inschakelen van het onderspanningsalarm?

Functie F8 staat standaard op 10,0 V bij een 12V-systeem en 20,0 V bij een 24V-systeem. Het instelbereik is respectievelijk 8,0 tot 18,0 V en 18,0 tot 36,0 V.

Vraag 20: Wat is de fabrieksinstelling voor het uitschakelen van het onderspanningsalarm?

Functie F9 staat standaard op 11,0 V bij een 12V-systeem en 22,0 V bij een 24V-systeem.

Vraag 21: Wat is de fabrieksinstelling voor het inschakelen van het overspanningsalarm?

Functie F10 staat standaard op 16,0 V bij een 12V-systeem en 32,0 V bij een 24V-systeem. Het alarm wordt zonder vertraging geactiveerd.

Vraag 22: Wat is de fabrieksinstelling voor het uitschakelen van het overspanningsalarm?

Functie F11 staat standaard op 15,5 V bij een 12V-systeem en 31,0 V bij een 24V-systeem.

Vraag 23: Kan ik de vertraging van het onderspanningsalarm aanpassen?

Ja. Met functie F12 stelt u een vertraging van 3 tot 60 seconden in. De fabrieksinstelling is 30 seconden.

Vraag 24: Waarvoor dient het Prelow Alarm?

Het Prelow Alarm geeft een hoorbare voorwaarschuwing voordat de accuspanning de ingestelde grens van het DC-onderspanningsalarm bereikt.

Vraag 25: Hoe wordt het niveau van het Prelow Alarm ingesteld?

Met functie F13 stelt u het niveau in op 0 tot 10 procent boven de grens van functie F8. De fabrieksinstelling is 5 procent.

Vraag 26: Kan ik de maximale laadstroom via de interface beperken?

Ja. Met functie F14 stelt u de maximale laadstroom in tussen 20 en 100 procent van de maximale laadstroom van de Mass-acculader. De fabrieksinstelling is 100 procent.

Vraag 27: Wat doet Charger in force float?

Functie F15 verandert het normale drietraps laadprogramma voor speciale toepassingen in een eentraps laadprogramma. De fabrieksinstelling is OFF.

Vraag 28: Hoe herstel ik de fabrieksinstellingen?

Ga naar functie F16 en houd de Mute-knop 3 seconden ingedrukt om de fabrieksinstellingen van de acculader en de GMDSS Interface te herstellen.

Alarmen en tests

Vraag 29: Hoe test ik de alarmfuncties?

Gebruik functie F17 en druk op de Mute-knop om achtereenvolgens het hoorbare alarm, het DC-spanningsalarm, het laadstoringalarm en het AC-netalarm te simuleren.

Vraag 30: Wat gebeurt er wanneer een alarm wordt geactiveerd?

Het hoorbare alarm klinkt, het bijbehorende relaiscontact wordt geactiveerd en de betreffende statusled geeft de oorzaak aan.

Vraag 31: Hoe demp ik het hoorbare alarm?

Druk op de Mute-knop. Een nieuwe alarmgebeurtenis activeert het geluid opnieuw.

Vraag 32: Welke oorzaken kan een laadstoringalarm hebben?

Mogelijke oorzaken zijn een fout in de accusensor, een te hoge laadtemperatuur, kortsluiting aan de DC-uitgang, een fout in de temperatuursensor of een ontbrekende communicatieverbinding.

Vraag 33: Welke oorzaken kan een AC-netalarm hebben?

Een AC-netalarm kan betekenen dat er geen AC-spanning op de ingang van de acculader staat of dat de acculader met zijn aan-uitschakelaar is uitgeschakeld.

Installatie en ingebruikname

Vraag 34: Waar mag de GMDSS Interface worden geïnstalleerd?

De interface is uitsluitend bedoeld voor gebruik binnenshuis, bij een omgevingstemperatuur van 0 tot 60 °C en een niet-condenserende luchtvochtigheid van 0 tot 95 procent.

Vraag 35: Waar moet het bedieningspaneel op het schip worden geplaatst?

Volgens de GMDSS-voorschriften moet het paneel zichtbaar zijn vanaf de plaats waar het schip normaal wordt genavigeerd. Vermijd direct zonlicht voor een goede afleesbaarheid.

Vraag 36: Welke shunt wordt bij de GMDSS Interface gebruikt?

De interface gebruikt een meegeleverde shunt van 500 A en 50 mV voor het meten van de accustroom.

Vraag 37: Waar moet de shunt worden gemonteerd?

Monteer de shunt zo dicht mogelijk bij de accubank, tussen de minpool van de accu en de negatieve bedrading van de installatie.

Vraag 38: Hoe sluit ik de meetdraden van de shunt aan?

Sluit de belastingszijde van de shunt aan op klem 5 en de accuzijde op klem 6. Verwissel deze aansluitingen niet en gebruik getwiste bedrading.

Vraag 39: Hoe wordt de GMDSS Interface met de Mass-acculader verbonden?

Gebruik een zesaderige, kruislings bedrade RJ12-communicatiekabel. Sluit deze aan op het paneel en op de RS232-poort van de Mass-acculader.

Vraag 40: Welke zekeringen zijn nodig voor de voeding en spanningsmeting?

Plaats trage zekeringen van 2 A in de voedingsbedrading en in de bedrading voor de spanningsmeting.

Vraag 41: Welke instelling is nodig op de Mass-acculader?

Schakel de continue bewakingsmodus in door DIP-switches 1 en 2 van de Mass-acculader op ON te zetten. Zonder deze instelling kan de interface onjuiste alarmen tonen.

Vraag 42: Verbruikt de Mass-acculader stroom wanneer continue bewaking is ingeschakeld?

Ja. Zonder AC-voeding blijft de microprocessor actief en verbruikt deze ongeveer 25 mA.

Vraag 43: Wat gebeurt er wanneer de GMDSS Interface wordt ingeschakeld?

Bij het inschakelen klinkt een alarm, branden alle leds enkele seconden en verschijnt een welkomstmelding op het display.

Storingen en onderhoud

Vraag 44: Wat controleer ik als het display niet werkt?

Controleer de bedrading en in het bijzonder de DC-voeding van de interface.

Vraag 45: Wat controleer ik als er geen stroommeting wordt weergegeven?

Controleer de getwiste meetdraden tussen de shunt en het paneel. Controleer ook of er een belasting actief is en of de accu’s niet volledig geladen zijn.

Vraag 46: Waardoor kan een onnauwkeurige stroommeting ontstaan?

Een onnauwkeurige meting kan ontstaan doordat een belasting of acculader aan de accuzijde van de shunt is aangesloten, door storing op de shuntbedrading of door corrosie.

Vraag 47: Wat controleer ik als de spanningsmeting 0,00 V aangeeft?

Controleer de spanningsmeetdraden, de 2A-zekering en de accuspanning. Bij een accuspanning lager dan 8 V moet de accu worden geladen.

Vraag 48: Waarom schakelen de achtergrondverlichting en led-balk na 10 seconden uit?

De achtergrondverlichting staat dan op OFF of Auto. Druk op een knop of pas functie F7 aan.

Vraag 49: Welk periodiek onderhoud is nodig?

Controleer minimaal eenmaal per jaar of alle kabel- en draadverbindingen nog stevig vastzitten. Herstel losse verbindingen en beschadigde of verbrande kabels direct.

Technische gegevens en uitvoeringen

Vraag 50: Wat is het voedingsspanningsbereik van de GMDSS Interface?

Het voedingsspanningsbereik is 8 tot 32 V DC.

Vraag 51: Welk bereik hebben de spannings- en stroommeting?

Het spanningsmeetbereik is 0 tot 62,7 V DC met een resolutie van 0,1 V. Het stroommeetbereik loopt van -500 tot 500 A.

Vraag 52: Hoe nauwkeurig meet de GMDSS Interface?

De spanningsnauwkeurigheid is ±0,2 V bij 12 V en ±0,4 V bij 24 V. De stroomnauwkeurigheid is ±2 A onder 45 A en ±4 A boven 45 A.

Vraag 53: Hoeveel stroom verbruikt de GMDSS Interface?

Het verbruik in normale bedrijfsmodus zonder geactiveerde relais bedraagt 110 mA bij 12 V en 65 mA bij 24 V.

Vraag 54: Welke maximale stroom mogen de alarmcontacten schakelen?

De potentiaalvrije alarmcontacten mogen maximaal 1 A schakelen.

Vraag 55: Welke GMDSS Interface-uitvoering past bij welke Mass-acculader?

Uitvoering C1 past bij de Mass 24/25-2 DNV. C2 past bij de Mass 12/60-2, 12/80-2 en 24/50-2. C3 past bij de Mass 24/75 en 24/100. De MasterVision-uitvoering is een afzonderlijk inbouwpaneel.

Vraag 56: Wat zijn de afmetingen van het MasterVision-inbouwpaneel?

Het paneel meet 180 x 65 x 40 mm. De benodigde paneeluitsparing is 168 x 53 mm.

Vraag 57: Wat zijn de artikelnummers van de verschillende uitvoeringen?

Het artikelnummer van de MasterVision-uitvoering is 70400050. De artikelnummers van C1, C2 en C3 zijn respectievelijk 21709150, 21709200 en 21709300.

Vraag 58: Wat wordt standaard met de GMDSS Interface meegeleverd?

De levering bestaat uit de interface, een shunt van 500 A en 50 mV en de gebruikershandleiding.

Mastervolt GMDSS