Handleiding Mastervolt Mass Combi Ultra 12/3000-150

Op deze pagina vindt u de handleiding van de Mastervolt Mass Combi Ultra 12/3000-150. U kunt de handleiding direct inzien via de PDF viewer onder deze tekst. U kunt de handleiding ook als PDF in uw browser opnemen via deze link: Handleiding Mastervolt Mass Combi Ultra 12/3000-150

Koop Mastervolt Mass Combi Ultra 12/3000-150

Zie ook: Product FAQ

Veelgestelde vragen en antwoorden

Bekijk hier de antwoorden op de meest gestelde vragen over dit product dat te koop is op Acculaders.nl.

Algemeen

Vraag 1: Voor welke modellen geldt deze FAQ?

Deze FAQ geldt voor de Mastervolt Mass Combi Ultra 12/3000-150, 24/3500-100 en 48/3500-50.

Vraag 2: Wat is de Mastervolt Mass Combi Ultra?

De Mass Combi Ultra combineert een omvormer, hoofdacculader, secundaire lader en automatisch AC-omschakelsysteem. De 12/3000-150 en 24/3500-100 hebben vanaf hardwareversie E bovendien een geïntegreerde solarlaadregelaar.

Vraag 3: Wat zijn de verschillen tussen de drie Mass Combi Ultra-modellen?

De 12/3000-150 werkt met 12 V, levert 3000 W continu en laadt maximaal met 150 A. De 24/3500-100 werkt met 24 V, levert 3500 W en laadt maximaal met 100 A. De 48/3500-50 werkt met 48 V, levert 3500 W en laadt maximaal met 50 A.

Vraag 4: Welke AC-aansluitingen heeft de Mass Combi Ultra?

De Mass Combi Ultra heeft twee AC-ingangen: GEN voor een generator en MAINS voor net- of walaansluiting. Daarnaast zijn er OUT-1 en de geschakelde uitgang OUT-2.

Vraag 5: Wat is het verschil tussen AC-uitgang OUT-1 en OUT-2?

OUT-1 kan zowel via de omvormer als via een beschikbare externe AC-bron worden gevoed. OUT-2 is een geschakelde uitgang en wordt standaard alleen ingeschakeld wanneer spanning op GEN of MAINS aanwezig is; dit gedrag is via MasterBus instelbaar.

Vraag 6: Kan de Mass Combi Ultra met verschillende accutypen werken?

Ja. De handleiding noemt AGM, gel, Mastervolt MLi, open loodzuur, open loodzuur-tractie, spiraal en NiCad. Selecteer altijd het juiste laadprofiel voor de aangesloten accu.

Vraag 7: Welke laadkarakteristiek gebruikt de Mass Combi Ultra?

De hoofdlader gebruikt standaard de Mastervolt 3-traps+-laadkarakteristiek met bulk-, absorptie- en floatfase.

Vraag 8: Wat doet de periodieke bulkfase van de 3-traps+-lader?

Wanneer de lader langdurig in float staat, keert hij volgens de handleiding iedere 12 dagen gedurende één uur terug naar de bulkfase. Dit helpt de accu actief te houden.

Vraag 9: Welke artikelnummers horen bij de drie modellen?

Het artikelnummer is 38013000 voor de 12/3000-150, 38023500 voor de 24/3500-100 en 38043500 voor de 48/3500-50.

Vraag 10: Heeft iedere Mass Combi Ultra een solarlaadregelaar?

Nee. De geïntegreerde solarlaadregelaar is vanaf hardwareversie E alleen aanwezig bij de 12/3000-150 en 24/3500-100. Voor de 48/3500-50 is deze functie niet van toepassing.

Vraag 11: Heeft iedere Mass Combi Ultra een secundaire laaduitgang?

Ja. De secundaire uitgang kan een tweede accu laden of als DC-voedingsbron met constante spanning functioneren, afhankelijk van model en configuratie.

Bediening en werking

Vraag 12: Welke standen heeft de hoofdschakelaar?

De hoofdschakelaar heeft de standen On, Off en Inverter off. In de stand Inverter off blijft de laadfunctie beschikbaar, maar is de omvormer uitgeschakeld.

Vraag 13: Hoe lang duurt het voordat de Mass Combi Ultra opstart?

Na inschakelen duurt de opstartprocedure ongeveer 3 tot 5 seconden.

Vraag 14: Wat betekenen de GEN- en MAINS-leds?

Een brandende led geeft aan dat de betreffende AC-bron actief is. Langzaam knipperen betekent synchroniseren; snel knipperen geeft aan dat spanning of frequentie buiten het toegestane bereik ligt.

Vraag 15: Wat geeft de vermogensbalk tijdens het laden aan?

Tijdens het laden geeft iedere led ongeveer 20% van de beschikbare laadstroom weer.

Vraag 16: Wat geeft de vermogensbalk tijdens omvormerbedrijf aan?

Tijdens omvormerbedrijf geeft iedere led ongeveer 20% van het omvormervermogen weer. De bovenste rode led duidt op overbelasting.

Vraag 17: Wat laten de laadfase-leds zien?

Tijdens laden tonen de leds de bulk-, absorptie- en floatfase. Tijdens omvormerbedrijf geven ze een globale indicatie van de accuspanning.

Vraag 18: Wat doet de spaarstand van de omvormer?

Bij een lage belasting gaat de omvormer in scanmodus. Hij controleert de AC-uitgang met pulsen van 230 V om de 2,5 seconde en schakelt volledig in zodra de ingestelde belastingsdrempel wordt overschreden.

Vraag 19: Welke belastingsdrempel gebruikt de spaarstand?

Via MasterBus is de drempel instelbaar van 10 tot 250 W; de fabrieksinstelling is 10 W.

Vraag 20: Wat doet Silent mode?

Silent mode begrenst de ventilatorsnelheid om het geluidsniveau te verminderen. Daardoor kan de laadstroom lager worden en de laadtijd toenemen.

Vraag 21: Wat is Powersharing?

Powersharing verlaagt zo nodig de laadstroom, zodat de gezamenlijke stroomvraag van aangesloten AC-verbruikers en de acculader de ingestelde limiet van de AC-bron niet overschrijdt.

Vraag 22: Wat doet Generator/Mains Support?

Generator/Mains Support vult een beperkte externe AC-bron aan met energie uit de accu via de omvormer. De functie levert geen energie terug aan het openbare elektriciteitsnet.

Vraag 23: Is Generator/Mains Support standaard ingeschakeld?

Nee. Deze functie is af fabriek uitgeschakeld, omdat het gebruik ervan niet overal is toegestaan. Controleer de plaatselijke voorschriften voordat u haar activeert.

Vraag 24: Welke AC-bron kan de Mass Combi Ultra voorrang geven?

Via MasterBus kunt u onder meer Mains preferred, Gen preferred of Max fuse preferred kiezen. U kunt de werking ook beperken tot alleen MAINS of alleen GEN.

Vraag 25: Kan OUT-2 anders worden geconfigureerd?

Ja. Via MasterBus kan OUT-2 worden ingesteld op Events only, Generator input, Mains input, Gen/Mains input of Always on.

Vraag 26: Wanneer is de secundaire laaduitgang actief?

Bij een laadprofiel dat de hoofdaccu volgt, is de secundaire uitgang alleen actief wanneer de hoofdlader actief is. In de constante-spanningsmodus kan de uitgang ook tijdens omvormerbedrijf actief zijn.

Vraag 27: Wat is de maximale stroom van de secundaire lader?

De maximale uitgangsstroom van de secundaire lader is bij alle drie modellen 10 A.

Vraag 28: Welke spanning levert de secundaire uitgang?

De 12/3000-150 heeft een secundaire uitgang van 12 V. Bij de 24/3500-100 en 48/3500-50 is 12 V of 24 V instelbaar. In constante-spanningsmodus kan de secundaire spanning niet hoger zijn dan die van de hoofdaccu.

Installatie

Vraag 29: Wie mag de Mass Combi Ultra installeren?

De installatie mag uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalificeerde installateur die de geldende voorschriften en veiligheidsmaatregelen kent.

Vraag 30: Waar mag de Mass Combi Ultra worden gemonteerd?

Monteer het apparaat binnenshuis, verticaal tegen een stevige wand en met de aansluitkabels naar beneden. Plaats het niet in dezelfde ruimte als de accu’s en niet direct erboven.

Vraag 31: Hoeveel vrije ruimte is rond de Mass Combi Ultra nodig?

Houd rondom minimaal 10 cm vrije ruimte en onder het apparaat minimaal 15 cm, zodat de koellucht vrij kan circuleren.

Vraag 32: Binnen welk temperatuurbereik mag de Mass Combi Ultra werken?

Het opgegeven bedrijfstemperatuurbereik is -25 tot 60 °C. Boven 40 °C neemt het beschikbare vermogen af.

Vraag 33: Op welke maximale hoogte mag de Mass Combi Ultra worden gebruikt?

De handleiding geeft een maximale gebruikshoogte van 2000 meter aan.

Vraag 34: Welke luchtvochtigheid is toegestaan?

De Mass Combi Ultra is geschikt voor maximaal 95% relatieve luchtvochtigheid, mits niet-condenserend.

Vraag 35: Welke DC-kabeldoorsnede wordt aanbevolen?

Voor de 12/3000-150 wordt minimaal 95 mm² of 4/0 AWG aanbevolen, voor de 24/3500-100 minimaal 50 mm² of 0 AWG en voor de 48/3500-50 minimaal 25 mm² of 3 AWG. Houd de DC-kabels zo kort mogelijk.

Vraag 36: Welke kabelogen zijn nodig voor de DC-aansluitingen?

Gebruik kabelogen die geschikt zijn voor M8-aansluitingen.

Vraag 37: Met welk aanhaalmoment worden de DC-aansluitingen vastgezet?

Zet de DC-aansluitingen vast met een aanhaalmoment van 15 tot 20 Nm.

Vraag 38: Mag de minpool van de accu via de romp of het chassis worden aangesloten?

Nee. Sluit de minkabel rechtstreeks aan op de minpool van de accu of op de belastingszijde van een aanwezige shunt. Gebruik de romp of het chassis niet als negatieve geleider.

Vraag 39: Welke aardverbinding is nodig?

Verbind het externe M6-aardpunt met de romp of het chassis. Gebruik daarvoor een aardleiding van minimaal 10 mm² en volg de plaatselijke voorschriften.

Vraag 40: Zijn aardlekschakelaars verplicht?

Ja. De handleiding schrijft aardlekschakelaars van 30 mA voor in alle AC-ingangen en AC-uitgangen.

Vraag 41: Welke maximale zekeringwaarde geldt voor de GEN-ingang?

Voor de generatoringang geldt een maximale zekeringwaarde van 50 A.

Vraag 42: Welke maximale zekeringwaarde geldt voor de MAINS-ingang?

Voor de MAINS-ingang geldt een maximale zekeringwaarde van 30 A.

Vraag 43: Heeft de Mass Combi Ultra ingebouwde AC-ingangszekeringen?

Nee. De technische gegevens vermelden geen ingebouwde AC-ingangszekeringen; de installatie moet extern correct worden beveiligd.

Vraag 44: Mag een generator op de net- of walaansluiting worden aangesloten?

Nee. Sluit de generator uitsluitend aan op de daarvoor bestemde GEN-ingang en nooit op de net- of walaansluiting.

Vraag 45: Welke onderdelen worden standaard meegeleverd?

Volgens de handleiding worden onder meer een accutemperatuursensor, deze handleiding en een MasterBus-terminator meegeleverd.

Vraag 46: Hoe wordt de accutemperatuursensor aangesloten?

Plaats de sensor bij de accu volgens de installatie-instructies en sluit de kabel aan op de daarvoor bestemde temperatuursensoraansluiting. De lader gebruikt het signaal voor temperatuurcompensatie.

Vraag 47: Hoe moet een MasterBus-netwerk worden afgesloten?

Plaats aan beide uiteinden van het MasterBus-netwerk een terminator. Een open uiteinde of meer dan twee terminators kan de communicatie verstoren.

Configuratie

Vraag 48: Kan de Mass Combi Ultra met DIP-switches worden ingesteld?

Ja. In het aansluitcompartiment bevinden zich twee groepen van acht DIP-switches voor onder meer parallelschakeling, frequentie, spaarstand, accutype, ingangszekeringen, Powersharing, AC Support en het aardrelais.

Vraag 49: Wat gebeurt er als een DIP-switch een MasterBus-instelling overschrijft?

Een afwijkende DIP-switchstand heeft voorrang en maakt de betreffende MasterBus-instelling grijs. Als u de DIP-switch terugzet op 0, keert die instelling terug naar de fabriekswaarde.

Vraag 50: Welke uitgangsfrequenties kunnen met DIP-switch A3 worden gekozen?

Met A3 kiest u 50 Hz bij stand 0 of 60 Hz bij stand 1.

Vraag 51: Welke hoofdaccutypen zijn via DIP-switches te kiezen?

Met A7 en A8 kunt u natte loodzuur, gel, AGM of natte tractieaccu kiezen.

Vraag 52: Welke MAINS-zekeringwaarden zijn via DIP-switches te kiezen?

Met B1 en B2 kunt u 30 A, 16 A, 10 A of 6 A kiezen.

Vraag 53: Welke GEN-zekeringwaarden zijn via DIP-switch B3 te kiezen?

Met B3 kiest u 25 A bij stand 0 of 50 A bij stand 1.

Vraag 54: Wat doet het aardrelais?

Wanneer de Mass Combi Ultra als omvormer werkt, kan het aardrelais de nulleider van de omvormeruitgang automatisch met PE verbinden. Activeer dit uitsluitend overeenkomstig de plaatselijke installatievoorschriften.

Vraag 55: Staat het aardrelais standaard aan?

Nee. De aardrelaisfunctie staat standaard uit en kan met DIP-switch B8 of via MasterBus worden ingeschakeld.

Vraag 56: Kan de laadstroom via MasterBus worden begrensd?

Ja. Het instelbereik is 1 tot 150 A voor de 12/3000-150, 1 tot 100 A voor de 24/3500-100 en 1 tot 50 A voor de 48/3500-50.

Vraag 57: Kan de Mass Combi Ultra parallel of in driefase worden gebruikt?

Ja, vanaf hardwareversie D. De handleiding noemt parallelbedrijf met maximaal tien apparaten en een driefaseconfiguratie met maximaal drie groepen van drie apparaten.

Solarlaadregelaar

Vraag 58: Welke maximale solar-ingangsspanning is toegestaan?

Voor de 12/3000-150 is de maximale solar-ingangsspanning 50 V. Voor de 24/3500-100 is dit 100 V. De 48/3500-50 heeft geen geïntegreerde solarlaadregelaar.

Vraag 59: Wat is het opstartniveau van de solarlaadregelaar?

Voor zowel de 12/3000-150 als de 24/3500-100 bedraagt het opgegeven opstartniveau 25 V.

Vraag 60: Hoeveel zonnepaneelvermogen mag worden aangesloten?

Het maximale solar-piekvermogen is 500 Wp voor zowel de 12/3000-150 als de 24/3500-100.

Vraag 61: Wat is de maximale solar-ingangsstroom?

De maximale solar-ingangsstroom is 19 A voor de 12/3000-150 en 24/3500-100.

Vraag 62: Wat is de maximale solarlaadstroom?

De maximale solarlaadstroom is 30 A bij 14,25 V voor de 12/3000-150 en 15 A bij 28,5 V voor de 24/3500-100.

Vraag 63: Wat is het MPP-bereik van de solarlaadregelaar?

Het MPP-bereik is 25 tot 50 V voor de 12/3000-150 en 35 tot 80 V voor de 24/3500-100.

Vraag 64: Welke PV-configuratie wordt voor de 12/3000-150 aanbevolen?

De handleiding noemt twee 36-cels modules in serie, één 72-cels module of één 60-cels module.

Vraag 65: Welke PV-configuratie wordt voor de 24/3500-100 aanbevolen?

De aanbevolen configuratie is twee 36-cels modules in serie. Andere vermelde configuraties zijn mogelijk, maar worden wegens lagere energieproductie niet aanbevolen.

Vraag 66: Mogen verschillende typen zonnepanelen in één serie- of parallelschakeling worden gecombineerd?

Nee. Gebruik bij serie- en parallelschakeling altijd PV-modules van hetzelfde type en met dezelfde elektrische specificaties.

Vraag 67: Wat doet de solarlaadregelaar als geen externe AC-bron beschikbaar is?

Als de hoofdlader uit staat doordat geen externe AC-bron aanwezig is, schakelt de solarlaadregelaar over naar float om de laadtoestand van de hoofdaccu te onderhouden.

Vraag 68: Wat betekent een knipperende solar-led?

Een knipperende solar-led betekent dat de solarspanning of -stroom buiten de toegestane specificaties ligt. Controleer de PV-configuratie en de solar-ingang.

Storingen, onderhoud en specificaties

Vraag 69: Wat moet ik doen als de GEN- of MAINS-led snel knippert?

Controleer de spanning en frequentie van de betreffende AC-bron. Snel knipperen betekent dat deze buiten het ingestelde bereik liggen.

Vraag 70: Wat moet ik doen bij een overbelasting?

Verminder of ontkoppel de aangesloten belasting. Na een uitschakeling probeert de omvormer automatisch opnieuw te starten; na vijf mislukte pogingen is handmatig uit- en inschakelen nodig.

Vraag 71: Wat moet ik doen bij een te lage accuspanning?

Stop het omvormerbedrijf en laad de accu. Controleer ook de accutoestand, kabelverbindingen en de ingestelde uitschakelwaarden.

Vraag 72: Wat moet ik doen bij een overtemperatuuralarm?

Controleer of de ventilatieopeningen vrij zijn, of voldoende montageruimte aanwezig is en of de omgevingstemperatuur binnen de specificaties ligt. Het apparaat hervat de werking nadat het is afgekoeld.

Vraag 73: Wat betekent het alarm Cable losses?

Dit alarm wijst op een te hoge spanningsval tussen accu en Mass Combi Ultra, bijvoorbeeld door te dunne of te lange DC-kabels. Controleer kabeldoorsnede, lengte en aansluitingen.

Vraag 74: Wat betekent het alarm Shunt Mismatch?

De ingestelde nominale spanning van een MasterShunt of de nominale spanning van aangesloten MLi-accu’s wijkt dan af van de spanning die de Mass Combi Ultra detecteert. Controleer accu en configuratie.

Vraag 75: Hoe vaak moeten de aansluitingen worden gecontroleerd?

Controleer alle aansluitingen minimaal eenmaal per zes maanden en herstel losse, beschadigde of gecorrodeerde verbindingen.

Vraag 76: Hoe mag de Mass Combi Ultra worden gereinigd?

Gebruik een zachte, droge doek. Gebruik geen vloeistoffen, oplosmiddelen of agressieve reinigingsmiddelen.

Vraag 77: Wat is het continue omvormervermogen?

De 12/3000-150 levert 3000 W continu. De 24/3500-100 en 48/3500-50 leveren beide 3500 W continu. Deze waarden gelden bij 25 °C en 40 °C, bij cos φ = 1.

Vraag 78: Wat is het maximale piekvermogen?

Het maximale piekvermogen is 6000 W voor de 12/3000-150 en 7000 W voor zowel de 24/3500-100 als de 48/3500-50.

Vraag 79: Wat is het maximale rendement van de omvormer?

Het maximale rendement is minimaal 90% voor de 12/3000-150, minimaal 92% voor de 24/3500-100 en minimaal 93% voor de 48/3500-50.

Vraag 80: Wat is het DC-ingangsspanningsbereik?

Het DC-ingangsspanningsbereik is 9,5 tot 16 V voor de 12/3000-150, 19 tot 32 V voor de 24/3500-100 en 38 tot 62 V voor de 48/3500-50.

Vraag 81: Welke accucapaciteit wordt aanbevolen?

De handleiding adviseert 300 tot 900 Ah voor de 12/3000-150, 200 tot 600 Ah voor de 24/3500-100 en 100 tot 300 Ah voor de 48/3500-50.

Vraag 82: Wat is het nullastverbruik?

In de stand Off is het verbruik 0 W. In Inverter off-modus is het 4 W, in spaarstand 7 W en bij normaal omvormerbedrijf 26 W. Deze waarden gelden voor alle drie modellen.

Vraag 83: Wat is het AC-ingangsspanningsbereik van de acculader?

Voor alle drie modellen is het opgegeven AC-ingangsspanningsbereik 184 tot 275 V.

Vraag 84: Hoe snel schakelt het omschakelsysteem over?

De opgegeven omschakeltijd is naadloos en korter dan 1 milliseconde.

Vraag 85: Wat zijn de afmetingen en het gewicht?

Beide modellen meten 472 × 318 × 178 mm en wegen 15,3 kg.

Vraag 86: Welke beschermingsgraad heeft de Mass Combi Ultra?

De beschermingsgraad is IP23 bij verticale montage tegen een wand.

Vraag 87: Tegen welke aansluitfouten is de Mass Combi Ultra niet beveiligd?

De handleiding waarschuwt dat het apparaat niet is beveiligd tegen ompoling van de DC-aansluiting, AC-spanning op de DC-ingang en meer dan 300 V AC op de AC-ingangen of -uitgangen.

Mastervolt Mass Combi Ultra 12/3000-150