Op deze pagina vindt u de handleiding van de Mastervolt Mass GI 3.5. U kunt de handleiding direct inzien via de PDF viewer onder deze tekst. U kunt de handleiding ook als PDF in uw browser opnemen via deze link: Handleiding Mastervolt Mass GI 3.5
Zie ook: Product FAQ
Veelgestelde vragen en antwoorden
Bekijk hier de antwoorden op de meest gestelde vragen over dit product dat te koop is op Acculaders.nl.
Product en werking
Vraag 1: Waarvoor wordt de Mastervolt Mass GI gebruikt?
De Mass GI is een scheidingstransformator die walstroom galvanisch scheidt van het elektrische systeem aan boord.
Vraag 2: Welke Mass GI-modellen behandelt deze handleiding?
De handleiding behandelt de Mass GI 3.5 van 3.500 VA en 16 A en de Mass GI 7.0 van 7.000 VA en 32 A.
Vraag 3: Welke productcodes hebben de Mass GI 3.5 en Mass GI 7.0?
De productcode van de Mass GI 3.5 is 88000355. De Mass GI 7.0 heeft productcode 88000705.
Vraag 4: Hoe helpt de Mass GI galvanische corrosie voorkomen?
De galvanische scheiding onderbreekt de directe elektrische verbinding tussen de walstroom en de installatie aan boord. Hierdoor wordt galvanische corrosie van metalen scheepsonderdelen bij een geaarde installatie tegengegaan.
Vraag 5: Heeft de Mass GI een softstart?
Ja. Het ingangscircuit bevat een softstart die een hoge inschakelstroom beperkt.
Vraag 6: Kan het vermogen van meerdere Mass GI-eenheden worden gecombineerd?
Ja. Meerdere eenheden kunnen parallel worden geschakeld tot maximaal 14 kW.
Vraag 7: Welke beveiligingen heeft de Mass GI?
De Mass GI is beschermd tegen overbelasting, korte piekstromen, kortsluiting en een te hoge temperatuur.
Vraag 8: Kan de Mass GI op afstand worden bediend en bewaakt?
Ja. Via MasterBus kan de Mass GI worden bediend, bewaakt en geconfigureerd. Alarmmeldingen kunnen eveneens via MasterBus worden doorgegeven.
Installatie en veiligheid
Vraag 9: Waar mag de Mass GI worden geïnstalleerd?
Installeer de Mass GI in een droge, goed geventileerde ruimte die beschermd is tegen regen, sneeuw, spatten, damp, bilgewater, vocht en stof.
Vraag 10: Binnen welk temperatuurbereik gelden de volledige specificaties?
De volledige specificaties gelden bij een omgevingstemperatuur van 0 tot 40 °C.
Vraag 11: Hoeveel vrije ruimte heeft de Mass GI nodig?
Houd rondom de Mass GI minimaal 10 cm vrij, zodat de luchtstroom door de ventilatieopeningen niet wordt belemmerd.
Vraag 12: Mag de Mass GI in hetzelfde compartiment als accu’s worden gemonteerd?
Nee. Monteer de Mass GI niet in hetzelfde compartiment als de accu’s en niet direct erboven, vanwege mogelijke corrosieve zwaveldampen.
Vraag 13: In welke positie moet de Mass GI worden gemonteerd?
Monteer de Mass GI verticaal met de kabelwartels aan de onderzijde. Alleen in deze positie wordt de opgegeven IP-bescherming bereikt.
Vraag 14: Welke bevestigingsmiddelen worden voor montage gebruikt?
De handleiding schrijft vier M8-schroeven met carrosserieringen voor.
Vraag 15: Welke minimale kabeldoorsnede geldt voor de Mass GI 3.5?
Voor de Mass GI 3.5 bij 0 tot 16 A wordt minimaal 2,5 mm² of AWG 13 aanbevolen.
Vraag 16: Welke minimale kabeldoorsnede geldt voor de Mass GI 7.0?
Voor de Mass GI 7.0 bij 16 tot 35 A wordt minimaal 6,0 mm² of AWG 8 aanbevolen.
Vraag 17: Hoe ver moeten de aders worden gestript?
Strip de geleiders over 8 mm. De handleiding toont daarnaast een minimale vrije aderlengte van 5 cm.
Vraag 18: Welke buitendiameter moeten de aansluitkabels hebben?
De buitenisolatie moet een diameter van 10 tot 14 mm hebben, zodat de kabelwartels goed afdichten en trekbelasting op de klemmen wordt voorkomen.
Vraag 19: Wat moet u doen voordat u het aansluitcompartiment opent?
Ontkoppel de wisselstroomingang volledig. Open het aansluitcompartiment nooit terwijl de Mass GI met een voedingsbron is verbonden.
Vraag 20: Welke externe beveiligingen zijn aan de ingang vereist?
Sluit een afzonderlijke dubbelpolige installatieautomaat en een aardlekschakelaar aan op de ingang van de Mass GI.
Vraag 21: Welke aardlekschakelaar en zekering gelden voor de Mass GI 3.5?
De installatietabel noemt een aardlekschakelaar van 30 mA en een zekering van 16 A.
Vraag 22: Welke aardlekschakelaar en zekering gelden voor de Mass GI 7.0?
De installatietabel noemt een aardlekschakelaar van 30 mA en een zekering van 32 A.
Aarding en inbedrijfstelling
Vraag 23: Hoe wordt de beschermingsaarde aan de uitgang aangesloten?
Verbind de randaarde van de uitgang met het centrale aardingspunt van het schip of voertuig.
Vraag 24: Moet de uitgangsnul met de randaarde worden verbonden?
Ja. De nulleider van de AC-uitgang moet met de uitgangsaarde PE/GND worden verbonden, zodat de aardlekschakelaar correct kan functioneren.
Vraag 25: Mag de aarde van de ingang met de aarde van de uitgang worden verbonden?
Nee. De handleiding waarschuwt uitdrukkelijk dat ingangsaarde en uitgangsaarde niet met elkaar mogen worden verbonden.
Vraag 26: Wat controleert u voordat u de Mass GI inschakelt?
Zet de kabelwartels vast, controleer alle bedrading en aansluitingen en sluit het aansluitcompartiment. Zorg dat kabels de ventilator en luchtstroom niet blokkeren.
Vraag 27: Hoe controleert u een geslaagde inbedrijfstelling?
Schakel de voeding en vervolgens de Mass GI in. De groene Aan/Uit-led moet branden en de storingsleds moeten uit blijven.
Vraag 28: Blijft de Mass GI in Standby met het wisselstroomnet verbonden?
Ja. In de stand-bymodus is de Mass GI uitgeschakeld, maar blijft het apparaat met het wisselstroomnet verbonden.
Beveiligingen, leds en reset
Vraag 29: Hoe stelt u de Mass GI na een storing opnieuw in?
Zet de hoofdschakelaar eerst op Standby en schakel daarna weer naar On.
Vraag 30: Hoe werkt de elektronische overbelastingsbeveiliging van 16 A?
De geïntegreerde elektronische zekering begrenst de ingangsstroom tot 16 A. Bij overbelasting schakelt de Mass GI naar Standby en wordt een MasterBus-alarm geactiveerd.
Vraag 31: Wat doet de herstelbare 20AT-zekering van de Mass GI 3.5?
De 20AT-zekering schakelt de ingang uit zonder MasterBus-alarm. Na het verhelpen van de oorzaak kan de zekering met de knop in het aansluitcompartiment worden hersteld.
Vraag 32: Kan de zekering van de Mass GI 7.0 door de gebruiker worden hersteld?
Nee. Deze zekering bevindt zich in het apparaat. Reparatie mag alleen door een bevoegde monteur worden uitgevoerd.
Vraag 33: Wat gebeurt er bij kortsluiting aan de uitgang?
Als gedurende één seconde aan de kortsluitvoorwaarden wordt voldaan, schakelt de elektronische zekering de Mass GI naar Standby. De kortsluitingsled en het MasterBus-alarm worden geactiveerd.
Vraag 34: Wat gebeurt er bij een te hoge temperatuur?
Een van de drie thermische zekeringen kan de Mass GI naar Standby schakelen. De temperatuurled gaat branden en MasterBus geeft een alarm.
Vraag 35: Wat betekent een knipperende groene Aan/Uit-led?
De Mass GI wacht dan totdat de andere parallel aangesloten eenheden worden ingeschakeld.
Vraag 36: Hoe tonen de leds de actuele belasting?
De groene leds geven ongeveer 5, 25, 50 en 75% van de nominale stroom aan. Bij 100% branden alle belastingsleds en de 100%-led geel.
Vraag 37: Wat betekent een rode 100%-led?
De stroom is hoger dan 100% van de nominale waarde. De Mass GI wordt binnenkort wegens overbelasting uitgeschakeld.
Vraag 38: Wat betekenen de leds voor kortsluiting, hoge temperatuur en OVP/UVP?
Een brandende storingsled duidt respectievelijk op kortsluiting, overtemperatuur of te hoge of te lage ingangsspanning. Een knipperende OVP/UVP-led wijst op een verkeerde ingangsfrequentie.
MasterBus en parallelschakeling
Vraag 39: Hoeveel apparaten kunnen op één MasterBus-netwerk worden aangesloten?
Een MasterBus-netwerk kan maximaal 63 apparaten bevatten.
Vraag 40: Welke bekabelingsregels gelden voor MasterBus?
Gebruik rechte MasterBus- of CAT5-kabels, plaats een terminator aan beide uiteinden en maak geen ringnetwerk of T-verbinding.
Vraag 41: Voedt de Mass GI het MasterBus-netwerk?
Ja, maar uitsluitend wanneer walstroom aanwezig is. Zonder walstroom moet minimaal één ander aangesloten apparaat het netwerk kunnen voeden.
Vraag 42: Welke terminatorregel geldt specifiek voor een losse Mass GI 7.0?
Bij gebruik zonder MasterBus moet op een van de MasterBus-poorten een terminator aangesloten blijven. Zonder terminator werkt de Mass GI 7.0 niet.
Vraag 43: Hoeveel Mass GI 3.5-eenheden kunnen parallel worden geschakeld?
Er kunnen maximaal vier Mass GI 3.5-eenheden parallel worden gebruikt.
Vraag 44: Hoeveel Mass GI 7.0-eenheden kunnen parallel worden geschakeld?
Er kunnen maximaal twee Mass GI 7.0-eenheden parallel worden gebruikt.
Vraag 45: Hoe herkent de Mass GI een parallel systeem?
De parallelconfiguratie verloopt automatisch via MasterBus. Bij twee eenheden gaat het systeem uit van parallelbedrijf; drie of vier eenheden zijn uitsluitend mogelijk met de Mass GI 3.5.
Vraag 46: Moeten parallelle Mass GI-ingangen op dezelfde fase worden aangesloten?
Ja. Alle ingangen van een parallel systeem moeten op dezelfde fase zijn aangesloten.
Vraag 47: Waarom moeten kabels bij parallelschakeling even lang zijn?
Voor maximale prestaties moeten alle in- en uitgangskabels dezelfde lengte hebben. Bij ongelijke belasting moeten ook kabeldikte en kabellengte worden gecontroleerd.
Vraag 48: Welke uitgangsautomaten gelden bij parallelle Mass GI 3.5-eenheden?
De tabel noemt 16 A voor één eenheid, 32 A voor twee, 50 A voor drie en 63 A voor vier eenheden.
Vraag 49: Welke uitgangsautomaten gelden bij parallelle Mass GI 7.0-eenheden?
De tabel noemt 32 A voor één eenheid en 63 A voor twee eenheden.
Storingen oplossen
Vraag 50: Wat controleert u als alle leds uit zijn en er geen uitgangsvermogen is?
Controleer of de hoofdschakelaar op On staat, of walstroom aanwezig is, of de walstroomautomaat en bedrading in orde zijn en of bij de Mass GI 3.5 de 20AT-zekering is geactiveerd.
Vraag 51: Wat betekent het als alleen de Aan/Uit-led brandt maar er geen uitgangsvermogen is?
De Mass GI werkt dan mogelijk normaal terwijl de externe aardlekschakelaar aan de uitgang is aangesproken. Controleer deze aardlekschakelaar.
Vraag 52: Wat doet u bij een brandende OVP/UVP-led?
Controleer of de ingangsspanning te hoog of te laag is geweest. Herstel de oorzaak en reset de Mass GI via Standby en On of via de MasterBus-resetfunctie.
Vraag 53: Wat doet u bij een knipperende OVP/UVP-led?
Controleer de ingangsfrequentie. Herstel de oorzaak en stel de Mass GI daarna opnieuw in.
Vraag 54: Wat doet u wanneer de led voor hoge temperatuur brandt?
Controleer de omgevingstemperatuur, verminder de belasting en controleer of de ventilator niet door bedrading is geblokkeerd. Laat de Mass GI afkoelen en reset hem.
Vraag 55: Wat doet u wanneer de kortsluitingsled brandt?
Verhelp de kortsluiting aan de uitgang en stel de Mass GI daarna opnieuw in.
Vraag 56: Wat controleert u bij slechte of ontbrekende MasterBus-communicatie?
Controleer de MasterBus-kabels, de netwerkvoeding en de terminators aan beide uiteinden. Controleer ook of het netwerk niet als ring is aangelegd.
Technische gegevens
Vraag 57: Wat zijn de ingangsspecificaties van de Mass GI 3.5 en 7.0?
Beide modellen accepteren 90 tot 255 V en 45 tot 65 Hz. De nominale continue ingangsstroom is 16 A voor de GI 3.5 en 32 A voor de GI 7.0.
Vraag 58: Welke uitgangsspanning en -frequentie levert de Mass GI?
De uitgangsspanning volgt de ingangsspanning met een tolerantie van ±5%. De uitgangsfrequentie is gelijk aan de ingangsfrequentie.
Vraag 59: Wat is het maximale rendement van de Mass GI?
Het maximale rendement is voor beide modellen hoger dan 93%.
Vraag 60: Wat is het nullast- en stand-byverbruik?
Het AC-nullastverbruik is maximaal 60 W rms. In Standby is het AC-verbruik maximaal 600 mA rms of 11 W; zonder MasterBus-verkeer is het DC-verbruik maximaal 10 mA.
Vraag 61: Wat zijn de afmetingen en het gewicht van de Mass GI 3.5?
De Mass GI 3.5 meet 371 × 261 × 145 mm en weegt naar schatting 5,6 kg.
Vraag 62: Wat zijn de afmetingen en het gewicht van de Mass GI 7.0?
De Mass GI 7.0 meet 371 × 261 × 232 mm en weegt naar schatting 10 kg.
Vraag 63: Welke beschermingsgraad hebben de Mass GI 3.5 en 7.0?
Beide modellen hebben omgevingsklasse IP23 wanneer zij in de voorgeschreven verticale positie zijn gemonteerd.
Vraag 64: Binnen welk toegestaan temperatuurbereik kan de Mass GI werken?
Het toegestane bereik is -20 tot +60 °C. Boven 40 °C neemt het beschikbare vermogen af; bij een koelplaattemperatuur van 90 °C schakelt het apparaat uit.