Op deze pagina vindt u de handleiding van de Mastervolt MasterBus FireCAN Interface. U kunt de handleiding direct inzien via de PDF viewer onder deze tekst. U kunt de handleiding ook als PDF in uw browser opnemen via deze link: Handleiding Mastervolt MasterBus FireCAN Interface
Koop Mastervolt MasterBus FireCAN Interface
Zie ook: Product FAQ
Veelgestelde vragen en antwoorden
Bekijk hier de antwoorden op de meest gestelde vragen over dit product dat te koop is op Acculaders.nl.
Werking
Vraag 1: Waarvoor dient de MasterBus FireCAN Interface?
De interface stuurt informatie van een MasterBus-laadapparaat naar een FireCAN-netwerk.
Vraag 2: Welke laadapparaten kunnen worden gebruikt?
De gegevens kunnen afkomstig zijn van een acculader of een lader-omvormercombinatie.
Vraag 3: Is configuratie nodig bij één laadapparaat?
Niet in Auto-modus. De interface selecteert het laadapparaat dan automatisch.
Vraag 4: Staat Auto standaard aan?
Ja. Auto is de standaardinstelling.
Configuratie
Vraag 5: Hoe configureert u de interface?
Gebruik een MasterView-display of MasterAdjust via MasterBus.
Vraag 6: Hoe lang mag de apparaatnaam zijn?
De apparaatnaam mag maximaal 12 tekens bevatten.
Vraag 7: Welke Node-ID gebruikt Auto?
Auto gebruikt standaard Node-ID 16.
Vraag 8: Kunnen automatische instellingen worden gewijzigd?
Niet zolang Auto is ingeschakeld.
Vraag 9: Wat gebeurt er als het gekozen laadapparaat niet reageert?
De interface selecteert automatisch een ander laadapparaat.
Vraag 10: Wat is nodig voor meerdere laadapparaten?
Gebruik voor ieder laadapparaat een aparte FireCAN Interface en opeenvolgende Node-ID’s.
Vraag 11: Hoe legt u snel één lader vast in een groter netwerk?
Koppel andere laders tijdelijk los, laat Auto configureren en schakel Auto daarna uit voordat u de andere laders terugplaatst.
Vraag 12: Hoe vindt u een veldindex?
Beweeg in MasterAdjust de muisaanwijzer over het veld op Monitoring of Alarm.
Verzonden informatie
Vraag 13: Welke informatie wordt via FireCAN verzonden?
Netbeschikbaarheid, laadstatus, accuspanning en hoge en lage spanningsalarmen.
Vraag 14: Hoe wordt netbeschikbaarheid bepaald?
De interface vergelijkt een gekozen veld met een drempelwaarde en logische voorwaarde.
Vraag 15: Wanneer is de laadstatus Aan?
Bij ingeschakelde stroomuitlezing en een laadstroom hoger dan 0,05 A.
Vraag 16: Wanneer is de laadstatus Uit?
Bij een uitgelezen laadstroom lager dan 0,05 A, of zonder stroomuitlezing wanneer geen netspanning beschikbaar is.
Vraag 17: Wanneer is de laadstatus Unavailable?
Wanneer niet aan de voorwaarden voor Aan of Uit wordt voldaan.
Vraag 18: Wordt Charging complete doorgegeven?
Charging complete wordt altijd als Unavailable verzonden.
Vraag 19: Hoe wordt hoge accuspanning bepaald zonder alarmuitlezing?
Het alarm wordt Aan bij 15 tot 18 V of boven 30 V.
Vraag 20: Hoe wordt lage accuspanning bepaald zonder alarmuitlezing?
Het alarm gebruikt spanningen onder 10 V of tussen 18 en 20 V.
Storingen en specificaties
Vraag 21: Hoeveel storingscodes worden bewaard?
De tien meest recente storingscodes worden opgeslagen.
Vraag 22: Wat betekent storingscode 501?
Code 501 wijst op een lage accuspanning.
Vraag 23: Wat betekent storingscode 502?
Code 502 wijst op overspanning van de accu.
Vraag 24: Kunnen storingscodes worden gewist?
Ja. Alle tien locaties kunnen via FireCAN worden gereset.
Vraag 25: Welke aansluitingen heeft de interface?
Twee MasterBus-poorten en CAN_High, CAN_Low en CAN_Ground.
Vraag 26: Wat is het artikelnummer?
Het artikelnummer is 77032400.
Vraag 27: Wat zijn stroomverbruik en beschermingsgraad?
Het stroomverbruik is minder dan 40 mA en de beschermingsgraad is IP21.
Vraag 28: Hoeveel interfaces mogen in één FireCAN-netwerk?
Er mogen maximaal vijf interfaces in één FireCAN-netwerk worden gebruikt.