Op deze pagina vindt u de handleiding van de Mastervolt MasterBus NMEA 2000 Interface. U kunt de handleiding direct inzien via de PDF viewer onder deze tekst. U kunt de handleiding ook als PDF in uw browser opnemen via deze link: Handleiding Mastervolt MasterBus NMEA 2000 Interface
Koop Mastervolt MasterBus NMEA 2000 Interface
Zie ook: Product FAQ
Veelgestelde vragen en antwoorden
Bekijk hier de antwoorden op de meest gestelde vragen over dit product dat te koop is op Acculaders.nl.
Algemene werking
Vraag 1: Waarvoor dient de MasterBus–NMEA 2000 Interface?
De interface wisselt informatie uit tussen een MasterBus-netwerk en een NMEA 2000-netwerk. De communicatie werkt in beide richtingen.
Vraag 2: Hoe wordt informatie van NMEA 2000 naar MasterBus doorgegeven?
U selecteert in het configuratiemenu van de interface welke NMEA-variabelen op MasterBus beschikbaar moeten zijn. De geselecteerde gegevens verschijnen vervolgens op het tabblad Monitoring.
Vraag 3: Hoe wordt informatie van MasterBus naar NMEA 2000 doorgegeven?
Voor iedere gewenste variabele legt u zowel het NMEA-adres als het bijbehorende MasterBus-adres vast. De interface koppelt deze adressen en stuurt de waarde naar het NMEA 2000-netwerk.
Vraag 4: Kan de interface MasterBus-waarden alleen uitlezen of ook wijzigen?
Dat wordt bepaald met de instelling MB Read Only. Als deze instelling is aangevinkt, kan NMEA 2000 de MasterBus-waarde uitsluitend uitlezen en niet wijzigen.
Configuratie via MasterBus
Vraag 5: Waar configureert u de NMEA-interface?
U configureert de interface via het tabblad Configuration in MasterBus. Hiervoor gebruikt u een MasterView-display of de MasterView System-software op een pc.
Vraag 6: Welke menutalen ondersteunt de interface?
De beschikbare talen zijn Engels, Nederlands, Duits, Frans, Spaans, Italiaans, Noors, Zweeds, Fins en Deens.
Vraag 7: Kan de naam van de interface worden aangepast?
Ja. U kunt een eigen naam van maximaal 12 tekens invoeren. De standaardnaam is INT NMEA.
Vraag 8: Hoe stelt u de lokale tijd in?
U voert bij Time offset het verschil met GMT in. Het instelbereik loopt van GMT-12 tot GMT+12 in stappen van een half uur.
Vraag 9: Wanneer kan MasterBus met deze interface naar de slaapstand gaan?
Sleep enable moet zijn ingeschakeld, er mag geen NMEA-monitoring actief zijn en er mag geen MasterBus-activiteit plaatsvinden. Sleep enable staat standaard uit.
Vraag 10: Hoe bepaalt u welke NMEA-gegevens in MasterBus zichtbaar zijn?
U vinkt de gewenste gegevens aan bij Show NMEA items. De aangevinkte items worden op het tabblad Monitoring weergegeven.
Vraag 11: Hoe maakt u motorgegevens zichtbaar in MasterBus?
U geeft de betreffende motor een naam in de configuratie. Er kunnen maximaal vijf motoren worden benoemd, met maximaal 16 tekens per motornaam.
Vraag 12: Is een installateurslogin nodig voor de configuratie van MasterBus naar NMEA 2000?
Ja. Voor het definiëren van de NMEA- en MasterBus-adressen moet u als installateur bij de interface zijn aangemeld.
Gegevens van NMEA 2000 naar MasterBus
Vraag 13: Welke positie- en tijdgegevens kan de interface in MasterBus tonen?
De interface kan de lengte- en breedtegraad van de GPS-positie, de GPS-tijd en de GPS-datum tonen.
Vraag 14: Welke waypointgegevens zijn beschikbaar in MasterBus?
Beschikbaar zijn de lengte- en breedtegraad van de bestemming, de afstand en richting naar de bestemming en de verwachte aankomsttijd.
Vraag 15: Welke snelheids- en koersgegevens kan de interface weergeven?
De interface kan grondsnelheid, grondkoers, vaarsnelheid ten opzichte van het water en de voorliggende koers tonen.
Vraag 16: Welke omgevingsgegevens kunnen vanuit NMEA 2000 worden weergegeven?
De interface ondersteunt watertemperatuur, schijnbare windsnelheid, schijnbare windhoek en windrichting ten opzichte van het ware noorden.
Vraag 17: Welke motorgegevens kan de interface in MasterBus tonen?
Per motor kunnen toerental, oliedruk, koelwatertemperatuur, vaarrichting van de aandrijving en de spanning van de motoraccu worden weergegeven.
Vraag 18: Hoeveel motorinstanties worden ondersteund voor weergave in MasterBus?
Er worden vijf motorinstanties ondersteund. De NMEA-device-instances 0 tot en met 4 corresponderen met motor 1 tot en met motor 5.
Vraag 19: Welke NMEA-berichten leveren positie- en navigatiegegevens aan MasterBus?
De interface gebruikt hiervoor onder meer PGN 129025 voor positie, PGN 129029 voor tijd en datum, PGN 129284 voor navigatiegegevens en PGN 129794 voor de verwachte aankomsttijd.
Vraag 20: Welke PGN’s leveren bewegings-, roer- en omgevingsgegevens aan MasterBus?
PGN 129026 levert grondkoers en grondsnelheid, PGN 130577 vaarsnelheid en voorliggende koers, PGN 127245 de roerhoek, PGN 130322 de watertemperatuur en PGN 130306 de windgegevens.
Vraag 21: Welke PGN’s leveren motorgegevens aan MasterBus?
PGN 127488 levert het motortoerental, PGN 127489 de motortemperatuur en oliedruk, PGN 127493 de transmissierichting en PGN 127508 de motoraccuspanning.
Gegevens van MasterBus naar NMEA 2000
Vraag 22: Uit welke onderdelen bestaat het adres van een NMEA 2000-variabele?
Het NMEA-adres bestaat uit het PGN-nummer, de toepasselijke instance en het gewenste veld. Afhankelijk van het PGN kunnen ook subinstances beschikbaar zijn.
Vraag 23: Vanaf welk nummer begint de telling van NMEA-instances?
Alle instances beginnen bij 0.
Vraag 24: Waarvoor dient de Device Instance van de interface?
De Device Instance onderscheidt verschillende NMEA-interfaces binnen hetzelfde netwerk. U kunt een waarde van 0 tot en met 252 kiezen, zodat maximaal 253 interfaces kunnen worden onderscheiden.
Vraag 25: Welk bereik heeft het instancenummer van het gekoppelde NMEA-apparaat?
Het instancenummer van het apparaat is instelbaar van 0 tot en met 8.
Vraag 26: Uit welke onderdelen bestaat het adres van een MasterBus-variabele?
Het MasterBus-adres bestaat uit de Device ID, het tabblad van het geselecteerde apparaat en het indexnummer van de variabele.
Vraag 27: Welke MasterBus-tabbladen kunnen bij het koppelen van een variabele worden geselecteerd?
U kunt kiezen uit Monitoring, Alarm, History en Configuration.
Vraag 28: Waarvoor dient het veld MB Field No?
MB Field No bevat het indexnummer van de betreffende MasterBus-variabele op het geselecteerde tabblad.
Vraag 29: Hoe koppelt u de laadtoestand van een MasterShunt aan NMEA 2000?
U selecteert aan NMEA-zijde PGN 127506, DC Instance en het veld State of charge. Aan MasterBus-zijde selecteert u de MasterShunt, het tabblad Monitoring en veldnummer 0. In het voorbeeld is MB Read Only aangevinkt.
Vraag 30: Hoeveel AC-instances kan één interface weergeven?
Eén interface kan één AC-instance weergeven. Voor meerdere AC-instances zijn meerdere interfaces nodig, die u met hun Device Instance van elkaar onderscheidt.
Vraag 31: Wat is nodig als een PGN geen instances heeft en u meerdere variabelen wilt weergeven?
U moet dan een extra NMEA-interface plaatsen. De interfaces worden met hun Device Instance van elkaar onderscheiden.
Vraag 32: Welke soorten MasterBus-gegevens kunnen naar NMEA 2000 worden gestuurd?
Ondersteund worden onder meer schakelstatussen en schakelcommando’s, generatorgegevens, tankniveaus, DC-status, laadstatus, accugegevens, omvormerstatus en configuratiegegevens van laders, omvormers en accu’s.
Vraag 33: Welke PGN’s worden altijd van MasterBus naar NMEA 2000 verzonden?
PGN 59904 voor ISO Request, PGN 60928 voor ISO Address Claim en PGN 126996 voor Product Information worden altijd verzonden, ongeacht de apparaatinstellingen.
Installatie en aansluitingen
Vraag 34: Welke netwerkaansluitingen heeft de interface?
De interface heeft twee MasterBus-aansluitingen en een aansluiting voor de NMEA 2000-netwerkkabel. De NMEA-aansluiting gebruikt NET-H, NET-L en NET-C.
Vraag 35: Waarvoor dient de communicatie-led?
De communicatie-led geeft communicatieactiviteit van MasterBus en NMEA 2000 aan.
Vraag 36: Welke onderdelen worden met de interface meegeleverd?
De levering omvat een NMEA-kabel, een MasterBus-kabel, een MasterBus-afsluitweerstand en de gebruikershandleiding.
Vraag 37: Kan de interface op een DIN-rail worden gemonteerd?
Ja. De interface is geschikt voor montage op een DIN-rail van 30 mm.
Technische gegevens
Vraag 38: Wat is het artikelnummer van de MasterBus–NMEA 2000 Interface?
Het artikelnummer is 77031800.
Vraag 39: Hoeveel stroom verbruikt de interface?
Het stroomverbruik is minder dan 40 mA.
Vraag 40: Kan de interface andere apparatuur via MasterBus voeden?
Nee. De specificatie MasterBus Powering staat op No.
Vraag 41: Wat is de NMEA 2000 LEN-waarde van de interface?
De NMEA 2000 LEN-waarde is 0.
Vraag 42: Welke beschermingsgraad heeft de interface?
De beschermingsgraad is IP21.
Vraag 43: Wat zijn de afmetingen en het gewicht van de interface?
De afmetingen zijn 66 × 78 × 32 mm. Het gewicht bedraagt ongeveer 70 gram, exclusief kabel.
Vraag 44: Is de interface NMEA 2000-gecertificeerd?
Ja. De interface is NMEA 2000-gecertificeerd.