Handleiding Mastervolt MasterBus Serial Interface

Op deze pagina vindt u de handleiding van de Mastervolt MasterBus Serial Interface. U kunt de handleiding direct inzien via de PDF viewer onder deze tekst. U kunt de handleiding ook als PDF in uw browser opnemen via deze link: Handleiding Mastervolt MasterBus Serial Interface

Koop Mastervolt MasterBus Serial Interface

Zie ook: Product FAQ

Veelgestelde vragen en antwoorden

Bekijk hier de antwoorden op de meest gestelde vragen over dit product dat te koop is op Acculaders.nl.

Functie en compatibiliteit

Vraag 1: Waarvoor dient de Mastervolt MasterBus-Serial Interface?

De MasterBus-Serial Interface vormt de communicatieverbinding tussen een ondersteund Mastervolt-apparaat met een seriële aansluiting en het MasterBus-netwerk.

Vraag 2: Kan ik het aangesloten seriële apparaat via MasterBus bewaken en configureren?

Ja. Bewaking en configuratie zijn mogelijk via een MasterView-scherm of de MasterView-systeemsoftware.

Vraag 3: Met welke apparaten is de MasterBus-Serial Interface compatibel?

De interface is compatibel met de Mass Charger, Mass Combi, MAC, MAGIC en BTM-III.

Vraag 4: Kan ik ieder willekeurig RS232-apparaat aansluiten?

Nee. Alleen de RS232-apparaten die in de handleiding worden genoemd, zijn geschikt voor deze interface.

Vraag 5: Mag ik een niet-MasterBus-apparaat rechtstreeks op MasterBus aansluiten?

Nee. Een niet-MasterBus-apparaat mag nooit rechtstreeks op het MasterBus-netwerk worden aangesloten.

Vraag 6: Welke interface adviseert Mastervolt voor een niet-Mastervolt-product?

Voor rechtstreekse communicatie tussen MasterBus en een product dat niet van Mastervolt is, adviseert de handleiding een Modbus-interface.

Installatie en aansluiting

Vraag 7: Wat moet ik uitschakelen voordat ik de interface installeer?

Koppel tijdens de installatie alle apparatuur los van iedere mogelijke stroombron.

Vraag 8: Welke kabels zijn nodig voor de installatie?

U hebt een MasterBus-verbindingskabel en een kruislings bedrade RS232-kabel nodig. Beide kabels worden meegeleverd.

Vraag 9: Hoe sluit ik de interface op MasterBus aan?

Steek de MasterBus-kabels in de twee MasterBus-gegevenspoorten van de interface.

Vraag 10: Hoe sluit ik het seriële apparaat aan?

Verbind de seriële poort van het ondersteunde apparaat met de QRS232-connector van de interface via een kruislings bedrade RS232-kabel.

Vraag 11: Mag ik een MasterBus-kabel voor de seriële verbinding gebruiken?

Nee. Voor de seriële verbinding is een kruislings bedrade RS232-kabel nodig. Een MasterBus-kabel is hiervoor niet geschikt.

Vraag 12: Welke connectoren heeft de MasterBus-Serial Interface?

De interface heeft twee MasterBus-connectoren en één seriële QRS232-connector.

Vraag 13: Moet een MasterBus-netwerk aan beide uiteinden worden afgesloten?

Ja. Aan beide uiteinden van het MasterBus-netwerk moet een afsluitapparaat zijn geplaatst.

Vraag 14: Mag ik een MasterBus-netwerk als ring aanleggen?

Nee. Ringnetwerken zijn niet toegestaan.

Vraag 15: Zijn T-verbindingen in een MasterBus-netwerk toegestaan?

Nee. Controleer bij communicatieproblemen of het netwerk geen T-verbindingen bevat.

Mass Charger

Vraag 16: Welke gegevens van een Mass Charger kan ik bewaken?

U kunt de apparaatstatus, laadfase, DC-spanning en DC-stroom bewaken.

Vraag 17: Welke Mass Charger-alarmen zijn zichtbaar via de interface?

De interface toont alarmen voor een detectiefout, hoge temperatuur, kortsluiting, DC-fout en TC-fout.

Vraag 18: Welke laadinstellingen van een Mass Charger kan ik configureren?

U kunt onder meer de bulkspanning, bulktijd, bulkretourtijd, absorptiespanning, minimale en maximale absorptietijd, floatspanning en geforceerde floatspanning configureren.

Vraag 19: Welke DC-alarmgrenzen van een Mass Charger kan ik instellen?

U kunt de in- en uitschakelgrenzen voor hoge en lage DC-spanning en de vertraging van het DC-alarm instellen.

Vraag 20: Welke aanvullende Mass Charger-instellingen zijn beschikbaar?

Beschikbare instellingen zijn onder meer bulkretourspanning, return amps, maximale stroom, diodecompensatie, temperatuurcompensatie en gel-compensatie.

Mass Combi

Vraag 21: Welke gegevens van een Mass Combi kan ik bewaken?

U kunt onder meer de bedrijfsmodus, invoerselectie, status, belasting, laadstatus, accuspanning, laadstroom en de spanning en stroom aan de AC-in- en uitgang bewaken.

Vraag 22: Welke laadinstellingen van een Mass Combi kan ik configureren?

U kunt instellingen voor bulk, absorptie en float configureren, waaronder laadspanningen, laadduur, maximale laadstroom en retourwaarden.

Vraag 23: Welke alarmgegevens van een Mass Combi zijn beschikbaar?

U kunt de hoge en lage DC-alarmgrenzen, de alarmvertraging, algemene fouten, accuspanning, AC-uitgang, AC-belasting en het belastingsniveau configureren.

Vraag 24: Welke omvormer- en generatorinstellingen zijn beschikbaar voor een Mass Combi?

De beschikbare instellingen omvatten onder meer de omvormerspanning, generatorgrens, parallelmodus, omvormerfrequentie, energiemodus en het accutype.

Vraag 25: Kan ik Power Sharing en Power Support via de interface configureren?

Ja. Power Sharing, Power Support, netondersteuning voor de stroomkwaliteit en Equalize behoren tot de beschikbare Mass Combi-instellingen.

MAC en MAGIC

Vraag 26: Welke gegevens van een MAC of MAGIC kan ik bewaken?

U kunt de bedrijfsmodus, aan-uitstatus, ingangsspanning, uitgangsspanning, uitgangsstroom en dimmerstand bewaken.

Vraag 27: Welke hoofdinstellingen van een MAC of MAGIC kan ik configureren?

U kunt onder meer de bedrijfsmodus, nominale spanning, DIP-switchgebruik, afstandsbediening, uitschakelspanning, in- en uitschakelgrenzen, vertraging en stroomgrens configureren.

Vraag 28: Welke dimmerinstellingen zijn beschikbaar voor een MAC of MAGIC?

U kunt de lage en hoge dimmerspanning en de functie Houden instellen.

Vraag 29: Welke laadinstellingen zijn beschikbaar voor een MAC of MAGIC?

U kunt onder meer de startspanning voor een nieuwe laadcyclus, de nieuwe laadcyclusspanning, absorptietijd, absorptiespanning en floatspanning instellen.

BTM-III

Vraag 30: Welke gegevens van accubank 1 kan ik met een BTM-III bewaken?

U kunt de laadstatus, resterende tijd, verbruikte ampère-uren, accuspanning en accustroom bewaken.

Vraag 31: Welke gegevens kan ik van accubank 2 en 3 bewaken?

Voor accubank 2 en 3 kunt u de accuspanning en laadstatus bewaken.

Vraag 32: Welke historische gegevens van de BTM-III zijn beschikbaar?

De historie omvat gegevens sinds het opstarten, het laatste alarm en de laatste volledige lading, plus het aantal cycli, lage-accugebeurtenissen, berekende CEF, totaalverbruik en gemiddelde ontlading.

Vraag 33: Welke minimum- en maximumwaarden bewaart de BTM-III?

Voor accubank 1 zijn onder meer de diepste ontlading in Ah en V en de laagste en hoogste spanning beschikbaar. Voor accubank 2 en 3 worden de laagste en hoogste spanning bijgehouden.

Vraag 34: Welke accubankinstellingen kan ik voor de BTM-III configureren?

Per accubank kunt u onder meer de nominale spanning, accucapaciteit, gemiddelde belasting, laadstroom en alarmgrenzen configureren.

Vraag 35: Welke geavanceerde BTM-III-instellingen zijn beschikbaar?

De geavanceerde instellingen omvatten CEF, Peukert, return amps, float en resetfuncties per accubank. Ook kan de BTM-III naar de fabrieksinstellingen worden teruggezet.

Problemen oplossen

Vraag 36: Wat controleer ik als er geen MasterBus-activiteit is?

Controleer of een MasterBus-voedingsapparaat, zoals een MasterShunt, is aangesloten en ingeschakeld.

Vraag 37: Wat controleer ik als de groene led niet brandt of knippert?

Controleer de seriële kabel en de aansluiting op de seriële poort. Controleer daarnaast de MasterBus-kabels en MasterBus-aansluitingen.

Vraag 38: Waarom wordt het aangesloten apparaat niet gevonden?

Het apparaat kan zijn uitgeschakeld, de seriële bedrading kan onjuist zijn of de kabels kunnen op de verkeerde connectoren zijn aangesloten.

Vraag 39: Waarom ontstaat na een gewijzigde instelling tijdelijk geen communicatie?

Na het wijzigen van een instelling kan het enkele seconden duren voordat de communicatie tussen het aangesloten apparaat en MasterBus is hersteld.

Vraag 40: Welke seriële kabel heb ik nodig bij communicatieproblemen?

Gebruik een kruislings bedrade seriële kabel met aansluitingen 1 tot en met 6. Gebruik geen recht bedrade kabel en geen MasterBus-kabel.

Vraag 41: Wat controleer ik als de verkeerde taal wordt weergegeven?

Controleer de taalinstelling van de seriële interface en die van het MasterBus-scherm. Ieder aangesloten apparaat kan een eigen taalinstelling hebben.

Technische gegevens

Vraag 42: Wat is het artikelnummer van de MasterBus-Serial Interface?

Het artikelnummer is 77030450.

Vraag 43: Wat wordt standaard met de MasterBus-Serial Interface meegeleverd?

De levering bestaat uit de interface, een seriële aansluitkabel, een MasterBus-kabel van 6 meter, een MasterBus-afsluitapparaat en een gebruikershandleiding.

Vraag 44: Levert de MasterBus-Serial Interface voeding aan MasterBus?

Nee. De interface heeft geen MasterBus-voedingscapaciteit.

Vraag 45: Hoeveel vermogen verbruikt de MasterBus-Serial Interface?

Het stroomverbruik bedraagt 144 mW.

Vraag 46: Welke beschermingsklasse heeft de MasterBus-Serial Interface?

De beschermingsklasse is IP21.

Vraag 47: Wat zijn de afmetingen van de MasterBus-Serial Interface?

De behuizing is 66 mm breed, 78 mm hoog en 32 mm diep. De totale hoogte inclusief de montagepunten bedraagt 86 mm.

Vraag 48: Hoeveel weegt de MasterBus-Serial Interface?

De interface weegt ongeveer 80 gram.

Mastervolt MasterBus Serial Interface