Op deze pagina vindt u de handleiding van de Mastervolt Masterlink BTM-III. U kunt de handleiding direct inzien via de PDF viewer onder deze tekst. U kunt de handleiding ook als PDF in uw browser opnemen via deze link: Handleiding Mastervolt Masterlink BTM-III
Koop Mastervolt Masterlink BTM-III
Zie ook: Product FAQ
Veelgestelde vragen en antwoorden
Bekijk hier de antwoorden op de meest gestelde vragen over dit product dat te koop is op Acculaders.nl.
Product en meetfuncties
Vraag 1: Waarvoor wordt de Masterlink BTM-III gebruikt?
De Masterlink BTM-III meet en toont de status van maximaal drie onafhankelijke accubanken van 12 of 24 V DC. Het apparaat geeft onder meer spanning, stroom, verbruikte ampère-uren, ladingstoestand en resterende gebruiksduur weer.
Vraag 2: Welke gegevens meet de Masterlink BTM-III van accubank 1?
Bij accubank 1 meet de Masterlink BTM-III met een shunt de spanning en laad- of ontlaadstroom. Daaruit worden onder meer de ladingstoestand, verbruikte ampère-uren en resterende tijd berekend.
Vraag 3: Hoe worden accubank 2 en 3 gemeten?
Accubank 2 en 3 worden zonder shunt gemeten. De spanning wordt rechtstreeks gemeten en de ladingstoestand kan met een rekenalgoritme globaal worden bepaald.
Vraag 4: Hoe nauwkeurig is de weergegeven ladingstoestand?
De nauwkeurigheid van de ladingstoestand bedraagt ongeveer ±1% voor accubank 1 en ±20% voor accubank 2 en 3.
Vraag 5: Wat toont het beginscherm van de Masterlink BTM-III?
Het beginscherm toont voor accubank 1 de accuspanning linksboven, de laad- of ontlaadstroom rechtsboven, de ladingstoestand linksonder en de resterende tijd rechtsonder.
Vraag 6: Wat betekent een negatieve stroomwaarde op het display?
Een negatieve stroomwaarde betekent dat de accu wordt ontladen.
Vraag 7: Waarom toont de resterende tijd tijdens het laden streepjes?
Tijdens het laden wordt geen resterende ontlaadtijd berekend. Het display toont dan –:–.
Vraag 8: Wat geeft de LED-balk weer?
De LED-balk toont de ladingstoestand van accubank 1. Iedere LED vertegenwoordigt 16% van de accucapaciteit; de laatste LED brandt bij een ladingstoestand van 96 tot 100%.
Vraag 9: Welke talen ondersteunt de Masterlink BTM-III?
Het display ondersteunt Engels, Nederlands, Duits, Frans, Spaans, Italiaans, Noors, Zweeds, Deens en Fins.
Vraag 10: Welke revisie heeft deze handleiding?
Deze handleiding heeft revisie v4.3.
Bediening en menu's
Vraag 11: Hoe navigeert u door het hoofdmenu?
Druk korter dan drie seconden op Select om de schermen van het hoofdmenu achtereenvolgens te openen.
Vraag 12: Hoe opent u de submenu's?
Houd Select vanuit het hoofdmenu ten minste drie seconden ingedrukt. Daarna kunt u met korte drukken op Select door de submenu's navigeren.
Vraag 13: Waarvoor gebruikt u de Set-toets?
Met een korte druk op Set opent u een submenu, verlaat u een menu vanuit MENU AFSLUITEN of wijzigt u een instelling. In bepaalde menu's wist u tellers of historie door Set drie seconden ingedrukt te houden.
Vraag 14: Hoe verhoogt of verlaagt u een ingestelde waarde?
Druk kort op Set om de waarde in de richting van de pijl te wijzigen. Houd Select drie seconden ingedrukt om de richting van de pijl om te keren.
Vraag 15: Wat gebeurt er als u 60 seconden geen toets indrukt?
De Masterlink BTM-III keert automatisch terug naar het hoofdmenu.
Vraag 16: Welke informatie staat in het historische gegevensmenu?
Het menu bevat onder meer bedrijfsdagen, dagen sinds een alarm of volledige lading, cycli, verkeerde ontladingen, ontlaadtijd, berekend laadrendement, totaal verbruikte ampère-uren en hoogste of laagste meetwaarden.
Vraag 17: Hoe schakelt u de toetsblokkade uit?
Open het instellingenmenu en zet TOETSBLOKKADE met Set op UIT. De blokkade wordt telkens opnieuw actief wanneer u het instellingenmenu verlaat.
Vraag 18: Hoe werkt de spaarstand?
Bij ingeschakelde spaarstand gaan de displayverlichting en LED-balk uit wanneer één minuut geen toets is ingedrukt. Een druk op een toets schakelt de verlichting weer in.
Vraag 19: Waarom wordt de spaarstand soms genegeerd?
De spaarstand wordt genegeerd wanneer accubank 3 de naam DASHBOARD VERL heeft. De verlichting wordt dan aangestuurd via de ingang voor accubank 3.
Installatie en aansluiting
Vraag 20: Wie mag de Masterlink BTM-III installeren en instellen?
De installatie van de accu's en de instellingen van de Masterlink BTM-III mogen uitsluitend door gekwalificeerde personen worden uitgevoerd.
Vraag 21: Welke veiligheidsmaatregelen gelden vóór installatie of onderhoud?
Schakel alle apparatuur en laadsystemen uit, verwijder de accuzekeringen en controleer met een geschikte spanningsmeter of de volledige DC-installatie spanningsvrij is. Beveilig de installatie tegen onbedoeld inschakelen.
Vraag 22: Waar mag de Masterlink BTM-III niet worden gebruikt?
Gebruik het apparaat niet op locaties met gas- of stofexplosiegevaar.
Vraag 23: Hoe ver mag het paneel van de accu's worden gemonteerd?
Monteer het paneel zo dicht mogelijk bij de accu's. De maximale afstand bedraagt 25 meter.
Vraag 24: Waarom mag het paneel niet in direct zonlicht worden gemonteerd?
Direct zonlicht kan de afleesbaarheid van het display verminderen.
Vraag 25: Welke shunt wordt standaard meegeleverd?
De standaard meegeleverde shunt is 500 A/50 mV en wordt gebruikt voor de stroommeting van accubank 1.
Vraag 26: Kan een zwaardere shunt worden gebruikt?
Er kan een optionele shunt van maximaal 1000 A/100 mV worden toegepast.
Vraag 27: Hoe moet de shunt van accubank 1 worden aangesloten?
Plaats de shunt tussen de minpool van accubank 1 en de minbedrading van de installatie. Sluit alle minleidingen aan de belastingzijde van de shunt aan.
Vraag 28: Welke kabel is nodig tussen de shunt en het paneel?
Gebruik een kabel van 2 x 0,25 mm² met getwiste aders. Houd deze bedrading uit de buurt van mogelijke storingsbronnen.
Vraag 29: Welke kabels en zekeringen zijn nodig voor de spanningsmeting?
Gebruik kabels van 0,25 mm² en plaats in iedere draad voor spanningsmeting een trage zekering van 2 A.
Vraag 30: Zijn accubank 2 en 3 verplicht om aan te sluiten?
De aansluitingen voor accubank 2 en 3 zijn optioneel.
Vraag 31: Kan de ingang voor accubank 3 de dashboardverlichting aansturen?
De ingang voor accubank 3 kan worden aangesloten op een dashboardsignaal van 3 tot 35 V. Kies daarna voor accubank 3 de naam DASHBOARD VERL.
Vraag 32: Welke eisen gelden voor een extern alarmrelais?
Het alarmrelais mag maximaal 100 mA opnemen. De nominale relaisspanning moet gelijk zijn aan de DC-voedingsspanning van de Masterlink BTM-III.
Ingebruikname en instellingen
Vraag 33: Wat moet u doen voordat u de Masterlink BTM-III synchroniseert?
Laad de accu's ten minste 24 uur volledig met een geschikte acculader en stel daarna de monitor in overeenkomstig de elektrische installatie.
Vraag 34: Welke basisinstellingen zijn nodig voor accubank 1?
Stel de naam, nominale accuspanning en nominale C20-accucapaciteit van accubank 1 in.
Vraag 35: Welke extra instellingen zijn nodig voor accubank 2 en 3?
Naast naam, spanning en capaciteit stelt u voor een berekende ladingstoestand ook de nominale laadstroom en de verwachte gemiddelde ontlaadstroom in.
Vraag 36: Wat stelt u in bij nominale laadstroom voor accubank 2 en 3?
Voer de nominale laadstroom in die de fabrikant van de aangesloten laadbron, zoals een acculader of dynamo, opgeeft.
Vraag 37: Wat stelt u in bij gemiddelde ontlaadstroom voor accubank 2 en 3?
Voer de verwachte gemiddelde belasting in gedurende de tijd dat de belasting daadwerkelijk op de accubank is aangesloten.
Vraag 38: Wanneer moet de instelling GEEN SHUNT worden ingeschakeld?
Schakel GEEN SHUNT alleen in als toepassing van een shunt bij accubank 1 niet mogelijk is. Accubank 1 krijgt dan dezelfde mogelijkheden en specificaties als accubank 2 en 3.
Vraag 39: Wat is de Peukert-exponent en wanneer wijzigt u deze?
De Peukert-exponent corrigeert de beschikbare accucapaciteit bij afwijkende ontlaadstromen. De fabrieksinstelling is 1,27 en het instelbereik is 1,01 tot 1,50; wijzig deze waarde alleen met voldoende kennis van de accu.
Vraag 40: Wat is de CEF-instelling?
CEF is de Charge Efficiency Factor, oftewel het laadrendement. Voor accubank 1 is de beginwaarde instelbaar van 70 tot 96%, met 94% als fabrieksinstelling.
Vraag 41: Hoe stelt u de floatspanning in?
Stel de floatspanning net onder de laagste laadspanning van alle laadapparatuur in het systeem in. De fabrieksinstelling is 13,2 V voor een 12V-accu en 26,4 V voor een 24V-accu.
Vraag 42: Wanneer beschouwt de Masterlink BTM-III accubank 1 als volledig geladen?
De monitor gebruikt meerdere voorwaarden, waaronder een voldoende hoge accuspanning en een laadstroom die laag genoeg is ten opzichte van de ingestelde accucapaciteit. De instelling ACCU 1 AMP=VOL staat standaard op 2,0%.
Vraag 43: Hoe wist u historische gegevens na het vervangen van een accu?
Open in het instellingenmenu de resetfunctie van de betreffende accubank en houd Set ten minste drie seconden ingedrukt. Pas ook de nominale capaciteit aan als de nieuwe accu een andere capaciteit heeft.
Vraag 44: Hoe herstelt u alle fabrieksinstellingen?
Open FABRIEKSINST. in het instellingenmenu en houd Set ten minste drie seconden ingedrukt.
Alarmfunctie
Vraag 45: Wanneer kan de accualarmfunctie worden geactiveerd?
De alarmfunctie kan reageren op onderspanning, overspanning of een te lage ladingstoestand. Als de functie is ingeschakeld, wordt het aangesloten externe relais aangestuurd.
Vraag 46: Welk instelbereik geldt voor het onderspanningsalarm?
Het bereik is 8,0 tot 12,9 V bij een 12V-accu en 16,0 tot 25,8 V bij een 24V-accu. De fabrieksinstelling is respectievelijk 10,0 en 20,0 V.
Vraag 47: Welk instelbereik geldt voor het overspanningsalarm?
Het bereik is 13,0 tot 16,0 V bij een 12V-accu en 26,0 tot 32,0 V bij een 24V-accu. De fabrieksinstelling is respectievelijk 15,0 en 30,0 V.
Vraag 48: Hoe voorkomt u een alarm door een korte spanningsdip?
Vergroot de vertraging van het onderspanningsalarm. Deze is instelbaar van 1 tot 60 seconden en staat standaard op 30 seconden.
Vraag 49: Hoe lang kan de alarmfunctie actief blijven?
De minimale looptijd is instelbaar van 1 tot 240 minuten en staat standaard op 60 minuten. De maximale looptijd is instelbaar van 60 tot 1440 minuten in stappen van 60 minuten en staat standaard op 360 minuten.
Storingen en technische gegevens
Vraag 50: Wat controleert u als het display niets weergeeft?
Controleer de bedrading en vooral de DC-voedingsspanning.
Vraag 51: Wat controleert u als accubank 1 geen stroommeting toont?
Controleer de getwiste bedrading tussen shunt en paneel en controleer of een belasting is aangesloten.
Vraag 52: Waarom kan de stroommeting van accubank 1 onnauwkeurig zijn?
Mogelijke oorzaken zijn aansluitingen aan de verkeerde zijde van de shunt, niet-getwiste of door storingsbronnen beïnvloede meetbedrading en corrosie in de bedrading of aansluitingen.
Vraag 53: Waarom geeft de spanningsmeting 0,00 V aan?
Controleer de bedrading en de 2A-zekering van de spanningsmeting. De waarde kan ook optreden als de accuspanning lager is dan 7 V.
Vraag 54: Waarom worden de gegevens van accubank 2 of 3 niet weergegeven?
De gekozen accunaam kan op N.V.T. of DASHBOARD VERL staan. Wijzig de naam in het accubankmenu om de meetgegevens weer te geven.
Vraag 55: Waarom is de berekende resterende tijd onnauwkeurig?
Controleer de ingestelde nominale accucapaciteit en Peukert-exponent. Deze waarden beïnvloeden de berekening van de resterende tijd.
Vraag 56: Waarom geeft een volledig geladen accu geen ladingstoestand van 100% aan?
Controleer of aan de voorwaarden voor volledige lading is voldaan. Blijft de waarde na langdurig laden onder 100%, verlaag dan volgens de handleiding de ingestelde floatspanning met 0,1 V.
Vraag 57: Wat doet u als u de ingestelde displaytaal niet begrijpt?
Schakel de DC-voeding uit en weer in. De Masterlink BTM-III start dan in het Engels, waarna u de gewenste taal opnieuw kunt instellen.
Vraag 58: Waarom meldt MasterAdjust 'no devices found'?
Controleer of NMEA-communicatie op UIT staat, of de PC-Link is aangesloten en of de gekozen COM-poort niet door andere software wordt gebruikt.
Vraag 59: Wat zijn de belangrijkste elektrische specificaties?
De Masterlink BTM-III meet 7 tot 35 V met 0,1V-resolutie en 0 tot 500 A met de standaardshunt. De DC-voeding mag 8 tot 50 V bedragen. Het stroomverbruik is 100 mA bij 12 V of 50 mA bij 24 V in normaal bedrijf en 28 mA bij 12 V of 16 mA bij 24 V in spaarstand.
Vraag 60: Wat zijn het gewicht en de vereiste inbouwdiepte?
Het paneel weegt 250 gram zonder shunt en 900 gram inclusief shunt. De vereiste inbouwdiepte bedraagt minimaal 65 mm; de shunt meet 84 x 44 x 44 mm.