Op deze pagina vindt u de productsheet van de Mastervolt Masterswitch Omschakelsysteem 10 kW. U kunt de productsheet direct inzien via de PDF viewer onder deze tekst. U kunt de productsheet ook als PDF in uw browser opnemen via deze link: Productsheet Mastervolt Masterswitch Omschakelsysteem 10 kW
Koop Mastervolt Masterswitch Omschakelsysteem 10 kW
Zie ook: Product FAQ
Veelgestelde vragen en antwoorden
Bekijk hier de antwoorden op de meest gestelde vragen over dit product dat te koop is op Acculaders.nl.
Modellen en toepassing
Vraag 1: Welke modellen behandelt de MasterSwitch 0-handleiding?
De handleiding geldt voor 5 kW 230V/20A, 10 kW 230V/40A, 3,5 kW 117V/32A, 7 kW 117V/60A en 9 kW 117V/80A.
Vraag 2: Welke artikelnummers horen bij de vijf MasterSwitch 0-modellen?
De artikelnummers zijn 55006010 voor 5 kW 230 V, 55006015 voor 10 kW 230 V, 55106000 voor 3,5 kW 117 V, 55106100 voor 7 kW 117 V en 55106200 voor 9 kW 117 V.
Vraag 3: Welk spanningsbereik ondersteunen de 230V-modellen?
De 230V-modellen ondersteunen eenfase 200 tot 250 V AC bij 50 of 60 Hz.
Vraag 4: Welk spanningsbereik ondersteunen de 117V-modellen?
De 117V-modellen ondersteunen eenfase 100 tot 125 V AC bij 50 of 60 Hz.
Werking en schakelprioriteit
Vraag 5: Waarvoor wordt de Mastervolt MasterSwitch gebruikt?
De MasterSwitch schakelt automatisch één van twee beschikbare eenfase-wisselspanningsbronnen door naar één AC-uitgang.
Vraag 6: Hoe voorkomt de MasterSwitch dat twee AC-bronnen met elkaar worden verbonden?
De MasterSwitch gebruikt omschakelrelais zodat de twee wisselspanningsbronnen niet onderling worden kortgesloten.
Vraag 7: Welke ingang heeft de hoogste prioriteit?
INPUT 1 heeft de hoogste prioriteit. Zodra op deze ingang spanning aanwezig is, wordt deze bron na de ingestelde vertraging naar OUTPUT doorgeschakeld.
Vraag 8: Waarvoor wordt INPUT 1 gebruikt?
Sluit op INPUT 1 de generator of walstroom aan.
Vraag 9: Waarvoor wordt INPUT 2 gebruikt?
INPUT 2 heeft de lagere prioriteit en wordt gebruikt voor walstroom of omvormerstroom wanneer INPUT 1 niet beschikbaar is.
Vraag 10: Wat gebeurt er als beide ingangen spanning hebben?
De bron op INPUT 1 voedt de uitgang. INPUT 2 wordt dan niet gebruikt.
Vraag 11: Verbruikt de MasterSwitch vermogen als alleen INPUT 2 actief is?
Als alleen INPUT 2 spanning levert, staat de MasterSwitch in rust en verbruikt hij volgens de handleiding geen energie.
Vraag 12: Waarom heeft INPUT 1 een inschakelvertraging?
De vertraging laat een aangesloten generator eerst onbelast op toeren komen. Daardoor worden de spannings- en frequentievariaties tijdens het starten niet naar de installatie doorgeschakeld.
Vraag 13: Hoe lang is de standaardvertraging van INPUT 1?
De standaardvertraging bedraagt ongeveer 10 seconden en is instelbaar.
Vraag 14: Wanneer kan de vertraging van INPUT 1 op 0 seconden worden ingesteld?
Als INPUT 1 voor walstroom wordt gebruikt, kan de vertraging op 0 seconden worden ingesteld.
Vraag 15: Is de AC-uitgang tijdens het omschakelen continu onder spanning?
Tijdens het omschakelen is de uitgang kort spanningsloos. Niet-opgeslagen gegevens op computers kunnen hierdoor verloren gaan.
Installatie en aansluiting
Vraag 16: Wie mag de MasterSwitch 0 installeren?
Installatie en werkzaamheden mogen alleen door gekwalificeerd en bevoegd personeel worden uitgevoerd volgens de plaatselijke voorschriften.
Vraag 17: Waar mag de MasterSwitch 0 niet worden gebruikt?
Gebruik het apparaat niet op locaties met gas- of stofexplosiegevaar.
Vraag 18: Wat moet u vóór installatie controleren?
Controleer of alle spanningsbronnen zijn uitgeschakeld of afgekoppeld, of het apparaat onbeschadigd is en of de bronspanning met de ingangsspanning op de typenummerplaat overeenkomt.
Vraag 19: Welke externe beveiligingen zijn nodig?
Alle ingangen en de uitgang moeten worden voorzien van externe zekeringen of zekeringautomaten en aardlekschakelaars die bij de installatie passen.
Vraag 20: Welke minimale kabeldoorsneden noemt de handleiding?
Gebruik minimaal 2,5 mm² tot 16 A, 4 mm² van 16 tot 32 A, 6 mm² van 32 tot 48 A en 10 mm² van 48 tot 80 A.
Vraag 21: Hoe moeten de aardleidingen worden aangesloten?
Verbind de aardleidingen van bronnen en verbruikers via de aardklemmenstrook in de MasterSwitch met het centrale aardpunt van schip of voertuig.
Vraag 22: Hoe sluit u INPUT 1 aan?
Sluit fase L aan op klem 1, nul N op klem 3 en de beschermingsaarde op PE.
Vraag 23: Hoe sluit u INPUT 2 aan?
Sluit fase L aan op klem R1, nul N op klem R3 en de beschermingsaarde op PE.
Vraag 24: Hoe sluit u de uitgang aan?
Sluit fase L aan op klemmen 2 en R2, nul N op klemmen R4 en 4 en de beschermingsaarde op PE.
Vraag 25: Wanneer mag de vertragingstijd worden aangepast?
Pas de vertraging alleen aan als de toepassing dit vereist. De handleiding noemt bijvoorbeeld INPUT 1 met walstroom, waarvoor 0 seconden kan worden gekozen.
Vraag 26: Hoe neemt u de MasterSwitch 0 in gebruik?
Draai de wartels vast, controleer bedrading en verbindingen, sluit de behuizing en schakel daarna de spanningsbronnen in.
Vraag 27: Hoe stelt u de MasterSwitch 0 veilig buiten bedrijf?
Schakel belastingen en bronnen uit, beveilig tegen herinschakelen, open de behuizing, controleer met een voltmeter of de ingangen spanningsvrij zijn en demonteer daarna de bedrading.
Technische specificaties
Vraag 28: Wat zijn de nominale stromen van de 5 kW en 10 kW 230V-modellen?
De 5 kW-uitvoering is gespecificeerd op 20 A en de 10 kW-uitvoering op 40 A voor beide ingangen en de uitgang.
Vraag 29: Wat zijn de nominale stromen van de 117V-modellen?
De 3,5 kW-uitvoering is gespecificeerd op 32 A, de 7 kW-uitvoering op 60 A en de 9 kW-uitvoering op 80 A voor beide ingangen en de uitgang.
Vraag 30: Wat is het maximale schakelvermogen van de 230V-modellen?
Het maximale effectieve schakelvermogen bedraagt 250 A voor de 5 kW-uitvoering en 450 A voor de 10 kW-uitvoering.
Vraag 31: Wat is het maximale schakelvermogen van de 117V-modellen?
Het maximale effectieve schakelvermogen bedraagt 300 A voor 3,5 kW en 1000 A voor zowel 7 kW als 9 kW.
Vraag 32: Wat is het eigen verbruik van de 230V-modellen?
Bij spanning op INPUT 1 bedraagt het verbruik 7 VA ±10%. Als alleen INPUT 2 actief is, bedraagt het opgegeven verbruik 0 VA.
Vraag 33: Wat is het eigen verbruik van de 117V-modellen?
Bij spanning op INPUT 1 is het verbruik 7 VA ±10% voor 3,5 kW en 26 VA ±10% voor 7 en 9 kW. Met alleen INPUT 2 actief is het verbruik 0 VA.
Vraag 34: Wat zijn de schakeltijden van de 5 kW en 10 kW-modellen?
Bij inschakelen bedraagt de werkingstijd 12 tot 22 ms en bij uitschakelen 4 tot 19 ms.
Vraag 35: Wat zijn de schakeltijden van het 3,5 kW-model?
Bij inschakelen bedraagt de werkingstijd 12 tot 22 ms en bij uitschakelen 4 tot 19 ms.
Vraag 36: Wat zijn de schakeltijden van het 7 kW-model?
Bij inschakelen bedraagt de werkingstijd 20 tot 26 ms en bij uitschakelen 8 tot 12 ms.
Vraag 37: Wat zijn de schakeltijden van het 9 kW-model?
Bij inschakelen bedraagt de werkingstijd 20 tot 35 ms en bij uitschakelen 6 tot 20 ms.
Vraag 38: Welk aandraaimoment geldt voor de contacten?
Gebruik 1,7 Nm voor de 5 kW 230 V en 3,5 kW 117 V, 2,5 Nm voor de 10 kW 230 V en 6 Nm voor de 7 en 9 kW 117 V.
Vraag 39: Wat zijn de afmetingen van de kleinere modellen?
De 5 kW 230 V, 10 kW 230 V en 3,5 kW 117 V meten 200 x 123 x 111,5 mm.
Vraag 40: Wat zijn de afmetingen van de 7 kW en 9 kW-modellen?
Beide modellen meten 214 x 162 x 128 mm.
Vraag 41: Wat wegen de MasterSwitch 0-modellen?
Het gewicht is 1,2 kg voor 5 kW en 3,5 kW, 1,3 kg voor 10 kW, 2,6 kg voor 7 kW en 2,7 kg voor 9 kW, telkens met een tolerantie van ±5%.
Vraag 42: Welke beschermingsklasse hebben de modellen?
De 5 kW, 10 kW en 3,5 kW-uitvoeringen hebben IP55. De 7 kW- en 9 kW-uitvoeringen hebben IP66.
Vraag 43: Welke temperatuurbereiken gelden?
Het gespecificeerde bereik is -5 tot +60 °C. Het toegelaten bereik is -40 tot +70 °C en de opslagtemperatuur is -60 tot +80 °C.
Vraag 44: Welke revisie heeft de MasterSwitch 0-handleiding?
Deze handleiding heeft revisie v4.0.