Handleiding Mastervolt Omschakelsysteem met Soft Start 9 kW

Op deze pagina vindt u de handleiding van de Mastervolt Omschakelsysteem met Soft Start 9 kW. U kunt de handleiding direct inzien via de PDF viewer onder deze tekst. U kunt de handleiding ook als PDF in uw browser opnemen via deze link: Handleiding Mastervolt Omschakelsysteem met Soft Start 9 kW

Koop Mastervolt Omschakelsysteem met Soft Start 9 kW

Zie ook: Product FAQ

Veelgestelde vragen en antwoorden

Bekijk hier de antwoorden op de meest gestelde vragen over dit product dat te koop is op Acculaders.nl.

Toepassing en werking

Vraag 1: Waarvoor wordt de Mastervolt 110/220-omschakelautomaat gebruikt?

De omschakelautomaat maakt het mogelijk om een Mastervolt-scheidingstransformator automatisch aan te passen aan een walspanning van 110 of 220 V.

Vraag 2: Welke vermogens behandelt deze handleiding?

De handleiding behandelt drie uitvoeringen van de 110/220-omschakelautomaat: 6 kW, 9 kW en 13 kW.

Vraag 3: Hoe kan een scheidingstransformator met zowel 110 als 220 V werken?

De transformator heeft primair en secundair twee windingen van 110 V. Door deze windingen in serie of parallel te schakelen, kan de transformator voor 220 of 110 V worden gebruikt.

Vraag 4: Wat schakelt de omschakelautomaat automatisch om?

De automaat detecteert de ingangsspanning en schakelt de primaire windingen van de scheidingstransformator vervolgens in serie of parallel.

Vraag 5: Wordt de secundaire uitgangsspanning ook automatisch gekozen?

Nee. De gewenste secundaire uitgangsspanning wordt doorgaans eenmalig met doorverbinders ingesteld.

Vraag 6: Welke functie hebben relais K1 en K2?

Relais K1 en K2 meten de ingangsspanning. Samen met relais K3 zorgen zij ervoor dat de transformatorwindingen in serie of parallel worden geschakeld.

Vraag 7: Wanneer treedt de softstart in werking?

De softstart wordt actief nadat de transformatorwindingen in de juiste configuratie zijn geschakeld.

Vraag 8: Hoe beperkt de softstart de inschakelpiek?

Via weerstanden loopt eerst een kleine stroom naar de transformator. Hierdoor wordt het magneetveld opgebouwd voordat relais K4 en K5 de transformator volledig met de voeding verbinden.

Vraag 9: Waarom is het beperken van de inschakelpiek belangrijk?

Een scheidingstransformator kan bij het inschakelen een hoge stroompiek veroorzaken. De softstart dempt deze piek, zodat aansluiting op een normale walstroomgroep mogelijk is.

Inschakelvertraging

Vraag 10: Wat is de standaardinstelling van de inschakelvertraging?

De inschakelvertraging is standaard ingesteld op 3 seconden.

Vraag 11: Binnen welk bereik is de inschakelvertraging instelbaar?

De vertraging kan worden ingesteld van 0,1 tot 30 seconden.

Vraag 12: Zijn de vertragingen voor 117 en 230 V afzonderlijk instelbaar?

Ja. De inschakelvertraging voor 117 V en die voor 230 V kunnen onafhankelijk van elkaar worden ingesteld.

Vraag 13: Waarom wordt een inschakelvertraging bij generatorgebruik aanbevolen?

De vertraging laat de generator eerst onbelast op toeren komen. Spannings- en frequentievariaties tijdens het starten worden daardoor niet direct aan de transformator doorgegeven.

Installatie en aansluiting

Vraag 14: Waar moet de omschakelautomaat worden gemonteerd?

Monteer de omschakelautomaat op een droge en goed geventileerde plaats.

Vraag 15: Waar bevinden de kabelwartels zich?

De wartels voor het invoeren van de kabels bevinden zich in de wartelplaat aan de onderzijde van de kast.

Vraag 16: Waar wordt de ingangskabel aangesloten?

Sluit de ingangskabel aan op de drie klemmen links op de klemmenstrook: L1 voor de fase, N voor de nul en PE voor de walaarde.

Vraag 17: Waar wordt de kabel naar de transformator aangesloten?

Sluit de transformator aan op de klemmen 1 tot en met 4 en op de daarvoor bestemde PE-klem.

Vraag 18: Wat betekenen de aansluitingen 1 tot en met 4?

Klem 1 is fase van winding 1, klem 2 is nul van winding 1, klem 3 is fase van winding 2 en klem 4 is nul van winding 2.

Vraag 19: Mag de ingangsaarde met de uitgangsaarde worden verbonden?

Nee. De handleiding schrijft uitdrukkelijk voor dat de ingangsaarde nooit met de uitgangsaarde mag worden verbonden.

Vraag 20: Mag de walaarde op een andere klem of op het toestel worden aangesloten?

Nee. Sluit de walaarde uitsluitend aan op de grijze ingangsklem PE die daarvoor is bestemd.

Vraag 21: Mogen klemmen op de klemmenstrook onderling worden doorverbonden?

Nee. Volgens de handleiding mogen de klemmen onderling nooit worden doorverbonden.

Technische gegevens per uitvoering

Vraag 22: Wat is de nominale gebruiksstroom van de 9 kW-uitvoering?

De nominale gebruiksstroom bedraagt 80 A bij 117 V en 40 A bij 230 V.

Vraag 23: Wat is de nominale gebruiksstroom van de 6 kW-uitvoering?

De nominale gebruiksstroom bedraagt 60 A bij 117 V en 30 A bij 230 V.

Vraag 24: Wat is de nominale gebruiksstroom van de 13 kW-uitvoering?

De nominale gebruiksstroom bedraagt 130 A bij 117 V en 70 A bij 230 V.

Vraag 25: Wat is het schakelvermogen van de drie uitvoeringen?

Het schakelvermogen volgens IEC 947-4 bedraagt 800 A voor de uitvoeringen van 6 en 9 kW en 1000 A voor de uitvoering van 13 kW.

Vraag 26: Hoeveel eigen vermogen verbruikt de 9 kW-uitvoering?

Het eigen verbruik bedraagt 34 VA bij 117 V en 14 VA bij 230 V.

Vraag 27: Hoeveel eigen vermogen verbruiken de uitvoeringen van 6 en 13 kW?

De 6 kW-uitvoering verbruikt 34 VA bij 117 V en 14 VA bij 230 V. Voor de 13 kW-uitvoering is dit 34 VA bij 117 V en 21 VA bij 230 V.

Vraag 28: Welke maximale aansluitdoorsnede geldt voor de 9 kW-uitvoering?

De ingangs- en uitgangsklemmen van de 9 kW-uitvoering zijn geschikt voor maximaal 25 mm². De opgegeven kabeldoorsnede is 16 mm².

Vraag 29: Welke aansluitdoorsneden gelden voor de uitvoeringen van 6 en 13 kW?

Bij 6 kW zijn de klemmen geschikt voor maximaal 16 mm² en is 10 mm² als kabeldoorsnede opgegeven. Bij 13 kW zijn de klemmen geschikt voor maximaal 35 mm² en is 25 mm² opgegeven.

Vraag 30: Welke kabelinvoer hebben de drie uitvoeringen?

De 6 kW-uitvoering heeft twee Pg21-kabelinvoeren. De uitvoeringen van 9 en 13 kW hebben elk twee Pg29-kabelinvoeren.

Vraag 31: Wat zijn de afmetingen van de behuizing?

De behuizing meet 400 × 300 × 210 mm voor alle drie de uitvoeringen.

Vraag 32: Welke beschermingsgraad en kleur heeft de behuizing?

De behuizing heeft beschermingsgraad IP66 en de kleur RAL 7032.

Vraag 33: Wat wegen de uitvoeringen van 6, 9 en 13 kW?

Het gewicht bedraagt 12 kg voor 6 kW, 12,5 kg voor 9 kW en 13 kg voor 13 kW.

Koop Mastervolt Omschakelsysteem met Soft Start 9 kW