Op deze pagina vindt u de handleiding van de Mastervolt Wireless Interface. U kunt de handleiding direct inzien via de PDF viewer onder deze tekst. U kunt de handleiding ook als PDF in uw browser opnemen via deze link: Handleiding Mastervolt Wireless Interface
Koop Mastervolt Wireless Interface
Zie ook: Product FAQ
Veelgestelde vragen en antwoorden
Bekijk hier de antwoorden op de meest gestelde vragen over dit product dat te koop is op Acculaders.nl.
Functie en toepassing
Vraag 1: Waarvoor wordt de Mastervolt Wireless Interface gebruikt?
De Wireless Interface maakt draadloze bediening en bewaking van CZone- en MasterBus-systemen mogelijk via een tablet, computer of netwerkverbinding.
Vraag 2: Welk artikelnummer heeft de Wireless Interface?
Het artikelnummer is 80-911-0090-00.
Vraag 3: Welke boordnetwerken ondersteunt de Wireless Interface?
De interface ondersteunt CZone via NMEA 2000 en MasterBus via een afzonderlijke MasterBus-naar-NMEA 2000-adapter.
Vraag 4: Kan de Wireless Interface zelfstandig een wifi-netwerk aanbieden?
Ja. De ingebouwde accesspointfunctie kan een rechtstreekse draadloze verbinding met apparaten tot stand brengen.
Vraag 5: Kan de Wireless Interface op een bestaand wifi-netwerk worden aangesloten?
Ja. De interface kan volgens de handleiding ook met andere wifi-systemen aan boord worden gebruikt. Raadpleeg daarvoor de afzonderlijke instructies voor de WI-instellingen.
Vraag 6: Kan de Wireless Interface via Ethernet communiceren?
Ja. De interface heeft een RJ45-Ethernetverbinding en kan op een bestaand netwerk worden aangesloten.
Vraag 7: Hoeveel apparaten kunnen rechtstreeks met de Wireless Interface verbinden?
Op het interne accesspoint kunnen maximaal drie apparaten worden aangesloten. Bij externe wifi-accesspoints is het aantal afhankelijk van de specificaties van dat netwerk.
Vraag 8: Welke bediening noemt de handleiding als ingang voor de Wireless Interface?
De handleiding noemt commando’s uit een iPad-app en communicatie via een computer met wifi of Ethernet waarop de configuratietool is geïnstalleerd.
Vraag 9: Welke communicatie levert de Wireless Interface aan het boordsysteem?
De interface verzorgt CZone NMEA-communicatie en MasterBus-communicatie.
Vraag 10: Werkt de Wireless Interface direct zonder configuratie?
Nee. De handleiding vermeldt dat de interface pas correct werkt nadat deze is geconfigureerd. Gebruik daarvoor de afzonderlijke WI Setup- of WI-instellingeninstructies.
Aansluitingen en netwerk
Vraag 11: Welke aansluitingen heeft de Wireless Interface?
De interface heeft een tweepolige voedingsaansluiting, twee NMEA 2000-aansluitingen, Ethernet RJ45, USB type A en een antenneaansluiting. Voor MasterBus is een NMEA 2000-adapter nodig.
Vraag 12: Hoe sluit u de Wireless Interface op CZone aan?
Sluit de NMEA 2000-kabel van de CZone-aansluiting aan op de NMEA 2000-backbone van het CZone-netwerk.
Vraag 13: Hoe sluit u de Wireless Interface op MasterBus aan?
Plaats de MasterBus-naar-NMEA 2000-adapter RJ45-250-NMEA2K op de MasterBus-aansluiting en leg de MasterBus-bekabeling aan volgens de geldende MasterBus-installatieregels.
Vraag 14: Is een MasterBus-terminator nodig?
Ja. De benodigdhedenlijst vermeldt een MasterBus-terminator voor een correcte netwerkopbouw.
Vraag 15: Voedt de Wireless Interface het MasterBus-netwerk?
Nee. Volgens de technische specificaties is de Wireless Interface geen MasterBus-voedend apparaat.
Vraag 16: Zijn de verschillende communicatiesystemen elektrisch van elkaar gescheiden?
Ja. De communicatie-interface is galvanisch geïsoleerd tussen de systemen.
Vraag 17: Wat is de maximale lengte van de Ethernetkabel?
De Ethernetkabel mag volgens de handleiding maximaal 10 meter lang zijn.
Vraag 18: Wanneer is een ferrietkern bij de Ethernetkabel raadzaam?
Een optionele ferrietkern kan worden gebruikt om externe elektromagnetische interferentie bij de Ethernetverbinding te beperken.
Vraag 19: Waarvoor dient de USB-aansluiting?
Het aansluitschema duidt de USB-aansluiting aan voor een flashdrive. De handleiding beschrijft geen verdere USB-procedure.
Installatie en veiligheid
Vraag 20: Wie mag de Wireless Interface installeren?
Installatie en werkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd door gekwalificeerd en bevoegd personeel, volgens de plaatselijke voorschriften en de veiligheidsinstructies.
Vraag 21: Waar mag de Wireless Interface worden gemonteerd?
Monteer de interface in een goed geventileerde ruimte, beschermd tegen regen, condens, vocht en stof.
Vraag 22: Mag de Wireless Interface in een explosiegevaarlijke omgeving worden gebruikt?
Nee. Gebruik is niet toegestaan op plaatsen met gas- of stofexplosiegevaar of in de buurt van mogelijk brandbare stoffen.
Vraag 23: Waar kunt u de Wireless Interface het beste monteren?
Plaats de interface bij voorkeur dicht bij de NMEA 2000-netwerkverbinding en de voedingsaansluiting.
Vraag 24: Waarom is de montageplaats belangrijk voor het wifi-bereik?
Metalen onderdelen kunnen het wifi-signaal beïnvloeden. Kies daarom een positie waar de antenne zo min mogelijk door metaal wordt afgeschermd.
Vraag 25: Mag de Wireless Interface in direct zonlicht worden gemonteerd?
Nee. De handleiding schrijft voor dat de interface niet in direct zonlicht wordt gemonteerd.
Vraag 26: Welke minimale afstand tot personen geldt bij montage?
Monteer de interface op minimaal 0,5 meter afstand van personen.
Vraag 27: Hoe moet de voedingskabel worden beveiligd?
Sluit de voedingskabel aan op een geschikte voeding en plaats een zekering van 1 A of een passende beveiligingsautomaat in de voedingslijn.
Vraag 28: Welke voedingsspanning accepteert de Wireless Interface?
Het toegestane ingangsspanningsbereik is 9 tot 32 V DC.
Vraag 29: Wat moet u doen voordat u onderhoud of reparatie uitvoert?
Schakel de voeding van de elektrische installatie uit en voorkom dat anderen deze onbedoeld weer inschakelen. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen.
Vraag 30: Hoe vaak moeten bedrading en aansluitingen worden gecontroleerd?
Controleer bedrading en aansluitingen minimaal eenmaal per jaar en herstel losse verbindingen, verbrande kabels en andere gebreken direct.
Leds en ingebruikname
Vraag 31: Hoe schakelt u de Wireless Interface na installatie in?
Schakel de voeding in en controleer vervolgens de Power-, CZone-, wifi- en eventueel MasterBus-leds.
Vraag 32: Wat betekent een groene Power-led?
Een groene Power-led geeft aan dat de Wireless Interface is ingeschakeld.
Vraag 33: Wat betekent een groene CZone- of MasterBus-led?
Groen betekent dat de betreffende netwerkverbinding van voeding is voorzien en aangesloten is.
Vraag 34: Wat betekent een rood knipperende CZone- of MasterBus-led?
Een rood knipperende led geeft dataverkeer op het betreffende netwerk aan.
Vraag 35: Wat doet de wifi-led tijdens het opstarten?
De wifi-led knippert eerst en gaat daarna continu branden om aan te geven dat wifi actief is.
Vraag 36: Wat betekent een continu brandende Ethernet-led?
Een continu brandende Ethernet-led betekent dat de Ethernetverbinding is aangesloten en normaal functioneert.
Vraag 37: Wat betekent het wanneer de wifi- en Ethernet-led uit zijn?
De betreffende functie is dan niet ingeschakeld of niet aangesloten.
Technische gegevens
Vraag 38: Hoeveel stroom verbruikt de Wireless Interface?
Het stroomverbruik is minder dan 450 mA bij 12 V en minder dan 225 mA bij 24 V.
Vraag 39: Welke communicatietechnieken gebruikt de Wireless Interface?
De interface gebruikt CAN-bustechnologie, wifi, Ethernet en USB. De protocollaag is gebaseerd op de eigen protocollen van CZone en MasterBus.
Vraag 40: Welke talen zijn beschikbaar voor monitoring en beheer?
De handleiding noemt Engels, Nederlands, Duits, Frans, Italiaans en Spaans.
Vraag 41: Welke configuratietool wordt gebruikt?
Voor monitoring en beheer wordt de WI Configuratietool genoemd.
Vraag 42: Wat zijn de afmetingen van de Wireless Interface?
De maattekening vermeldt een lengte van 171,00 mm, een breedte van 108 mm en een hoogte van 58,61 mm.
Vraag 43: Hoeveel weegt de Wireless Interface?
Het gewicht bedraagt 750 gram.
Vraag 44: Waar bevindt de typenummerplaat zich?
De typenummerplaat bevindt zich aan de onderzijde van de Wireless Interface. Verwijder deze niet, omdat zij belangrijke service- en productgegevens bevat.
Vraag 45: Welke antenne-eisen noemt de handleiding?
Gebruik een geschikte antenne met maximaal 3 dBi versterking en een impedantie van 50 ohm. Een antenne met meer versterking of een niet-goedgekeurd type is niet toegestaan.