Op deze pagina vindt u de handleiding van de Telwin Energy 1000 Start. U kunt de handleiding direct inzien via de PDF viewer onder deze tekst. U kunt de handleiding ook als PDF in uw browser opnemen via deze link: Handleiding Telwin Energy 1000 Start
Zie ook: Product FAQ
Veelgestelde vragen en antwoorden
Bekijk hier de antwoorden op de meest gestelde vragen over dit product dat te koop is op Acculaders.nl.
Algemene productinformatie – Telwin batterijoplader (Cod.954714)
Vraag 1: Voor welke soorten accu’s kan ik deze acculader gebruiken?
Antwoord: De acculader is bedoeld voor loodaccu’s met vrij elektrolyt die gebruikt worden in voertuigen met benzine- of dieselmotor, motorfietsen, boten, enz.
Vraag 2: Mag ik ook niet-oplaadbare batterijen opladen met dit apparaat?
Antwoord: Nee, gebruik de acculader niet om batterijen te laden die niet oplaadbaar zijn.
Vraag 3: Waar mag ik de acculader gebruiken: binnen of buiten?
Antwoord: Gebruik de acculader alleen binnenshuis en werk in goed geventileerde ruimtes; stel hem niet bloot aan regen of sneeuw.
Vraag 4: Wat betekent IP20 bij deze acculader?
Antwoord: De behuizing heeft beschermingsgraad IP20 en is beschermd tegen indirect contact via een aardleiding (klasse I).
Veiligheid en onderhoud
Vraag 5: Waarom mag ik niet roken tijdens het laden?
Antwoord: Tijdens het laden produceert de accu explosieve gassen; vermijd vlammen en vonken en rook niet.
Vraag 6: Moet ik zorgen voor ventilatie tijdens het laden?
Antwoord: Ja, plaats accu’s die geladen worden altijd in een goed geventileerde ruimte.
Vraag 7: Wie mag dit apparaat gebruiken?
Antwoord: Onervaren of ongetrainde personen moeten eerst goed geïnstrueerd worden voordat ze het apparaat gebruiken.
Vraag 8: Mogen kinderen deze acculader gebruiken?
Antwoord: Het apparaat mag gebruikt worden door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met verminderde mogelijkheden, mits onder toezicht of na veilige instructie en begrip van de risico’s.
Vraag 9: Mogen kinderen het apparaat schoonmaken of onderhouden?
Antwoord: Schoonmaak en onderhoud door de gebruiker mogen niet door kinderen gebeuren zonder toezicht.
Vraag 10: Mag ik de laadklemmen aansluiten terwijl de acculader aan staat?
Antwoord: Nee, sluit de klemmen niet aan en koppel ze niet los terwijl de acculader in werking is.
Vraag 11: Wanneer moet ik de netkabel loskoppelen?
Antwoord: Koppel de netkabel los voordat je de laadkabels op de accu aansluit of loskoppelt.
Vraag 12: Mag ik de acculader in de auto of onder de motorkap gebruiken?
Antwoord: Nee, gebruik de acculader nooit in de auto of onder de motorkap.
Vraag 13: Wat moet ik doen als de voedingskabel beschadigd is?
Antwoord: Laat de kabel vervangen door de fabrikant, diens serviceagent of een vergelijkbaar gekwalificeerd persoon om risico’s te voorkomen.
Vraag 14: Mag ik een andere netkabel gebruiken?
Antwoord: Vervang de netkabel alleen door een originele netkabel.
Vraag 15: Wat is de belangrijkste regel vóór onderhoud aan de acculader?
Antwoord: Koppel altijd de voedingskabel los van het stopcontact voordat je onderhoud aan de acculader uitvoert.
Vraag 16: Mag ik zelf interne reparaties uitvoeren?
Antwoord: Reparatie of onderhoud aan de binnenkant mag alleen door vakbekwame technici worden uitgevoerd.
Vraag 17: Waarom moet ik extra opletten in een garage?
Antwoord: De acculader bevat schakelaars en relais die vonken kunnen veroorzaken; gebruik hem in een garage of vergelijkbare ruimte in een geschikte behuizing/omkasting.
Vraag 18: Wat moet ik doen om de elektronica van het voertuig te beschermen?
Antwoord: Lees, bewaar en volg de informatie van de voertuigfabrikant (en van de accufabrikant) zorgvuldig bij laden of starten.
Aansluiten en gebruik
Vraag 19: Waar moet ik de acculader neerzetten tijdens gebruik?
Antwoord: Plaats hem op een stabiele ondergrond en zorg dat de ventilatieopeningen niet worden geblokkeerd.
Vraag 20: Hoe monteer ik het apparaat na het uitpakken?
Antwoord: Pak de acculader uit en monteer de losse onderdelen die in de verpakking zitten.
Vraag 21: Hoe moeten modellen met wielen geplaatst worden?
Antwoord: Modellen op wielen moeten in verticale positie worden geplaatst.
Vraag 22: Aan wat voor stroomvoorziening moet de acculader worden aangesloten?
Antwoord: Sluit hem alleen aan op een voedingsbron waarbij de nulleider met aarde is verbonden.
Vraag 23: Waar moet ik op letten bij de netspanning?
Antwoord: Controleer dat de netspanning gelijk is aan de spanning van het apparaat en dat dit overeenkomt met het typeplaatje.
Vraag 24: Moet het stopcontact geaard zijn?
Antwoord: Ja, zorg dat het stopcontact is beveiligd met een aardaansluiting.
Vraag 25: Welke beveiliging moet de voedingslijn hebben?
Antwoord: De voeding moet beveiligd zijn met bijvoorbeeld zekeringen of automatische schakelaars die de maximale opname van het apparaat kunnen dragen.
Vraag 26: Mag ik een verlengkabel gebruiken?
Antwoord: Ja, maar de aderdoorsnede moet voldoende zijn en mag in elk geval niet kleiner zijn dan die van de meegeleverde kabel.
Vraag 27: Hoe sluit ik de aarde aan?
Antwoord: Aard het apparaat altijd met de geel/groene draad in de netkabel (aangegeven met het label), en sluit de andere twee draden op het net aan.
Vraag 28: Kan ik de apparaatspanning aanpassen?
Antwoord: Ja, je kunt de spanning wijzigen via het speciale spanningswissel-aansluitbord.
Opladen
Vraag 29: Wat moet ik controleren vóór ik begin met laden?
Antwoord: Controleer dat de accucapaciteit (Ah) die je wilt laden niet lager is dan de waarde die op de gegevensplaat staat (C min.).
Vraag 30: Moet ik de doppen van de accu verwijderen vóór het laden?
Antwoord: Verwijder de doppen (indien aanwezig) zodat de gassen die tijdens het laden ontstaan kunnen ontsnappen.
Vraag 31: Wat doe ik als het elektrolytniveau te laag is?
Antwoord: Zorg dat het elektrolyt de platen bedekt; voeg zo nodig gedestilleerd water toe tot circa 5–10 mm boven de platen.
Vraag 32: Waarom moet ik voorzichtig zijn met elektrolyt?
Antwoord: Het elektrolyt is een sterk corrosief zuur; werk met maximale voorzichtigheid.
Vraag 33: Hoe kan ik de laadstatus van de accu het nauwkeurigst bepalen?
Antwoord: De exacte laadstatus kan alleen worden bepaald met een densimeter die de soortelijke massa van het elektrolyt meet.
Vraag 34: Welke densiteitwaarden horen bij (ongeveer) vol, halfvol en leeg?
Antwoord: Richtwaarden bij 20°C zijn: 1.28 = geladen, 1.21 = halfgeladen en 1.14 = leeg.
Vraag 35: In welke volgorde sluit ik de acculader aan op de accu?
Antwoord: Met de netkabel uit het stopcontact verbind je eerst de laadklemmen volgens de accuspanning, zet je de schakelaar op “charge” en zet je de timer op normale laadstand.
Vraag 36: Hoe herken ik plus en min op de accu?
Antwoord: De positieve pool is gemarkeerd met “+” en de negatieve met “-”; als de symbolen onduidelijk zijn is de pluspool meestal degene die niet met het chassis verbonden is.
Vraag 37: Waar sluit ik de rode laadklem op aan?
Antwoord: Sluit de rode klem aan op de positieve accupool (symbool +).
Vraag 38: Waar sluit ik de zwarte laadklem op aan als de accu in het voertuig zit?
Antwoord: Sluit de zwarte klem aan op het voertuigchassis, op veilige afstand van de accu en de brandstofleiding.
Vraag 39: Waar sluit ik de zwarte klem op aan als de accu niet in het voertuig zit?
Antwoord: Sluit de klem direct aan op de negatieve accupool (symbool -).
Vraag 40: Hoe start ik het laadproces?
Antwoord: Steek de netkabel in het stopcontact en zet de schakelaar (indien aanwezig) op ON.
Vraag 41: Wat laat de ampèremeter zien tijdens het laden?
Antwoord: De ampèremeter (indien aanwezig) toont de laadstroom in ampères; de aanwijzing zakt geleidelijk naar lage waarden afhankelijk van capaciteit en conditie van de accu.
Vraag 42: Wanneer moet ik stoppen met laden als ik “koken” in de accu zie?
Antwoord: Als de vloeistof in de accu begint te “koken”, is het aan te raden het laden te stoppen om schade aan de accu te voorkomen.
Vraag 43: Hoe kies ik de juiste laadstroom?
Antwoord: Kies met de schakelaar de laadstroom op basis van accutype en laadstatus; de gekozen waarde wordt weergegeven op de lagere schaal van de ampèremeter.
Vraag 44: Waarom is langzaam laden beter?
Antwoord: Langzaam laden geeft minder warmte en helpt plaatoxidatie en elektrolytkoken te voorkomen, wat de acculevensduur bevordert.
Vraag 45: Wat is de ideale laadstroom als vuistregel?
Antwoord: De ideale laadstroom is ongeveer 1/10 van de Ah-waarde van de accu; bijvoorbeeld 4 A bij een 40 Ah-accu.
Vraag 46: Hoe beëindig ik het laden veilig?
Antwoord: Zet de schakelaar op OFF (indien aanwezig) en/of haal de stekker uit het stopcontact, koppel daarna eerst de zwarte klem los en vervolgens de rode.
Vraag 47: Wat doe ik na het laden met de accu en de acculader?
Antwoord: Berg de acculader op op een droge plaats en sluit de accucellen weer met de juiste doppen (indien aanwezig).
Aansluiten en gebruik – meerdere accu’s
Vraag 48: Mag ik meerdere accu’s tegelijk laden?
Antwoord: Dat kan, maar doe dit met grote voorzichtigheid en laad niet gelijktijdig verschillende accutypes of accu’s met verschillende capaciteit of ontlaadniveau.
Vraag 49: Hoe kan ik meerdere accu’s tegelijk aansluiten: serie of parallel?
Antwoord: Je kunt ze in serie of parallel aansluiten; serie wordt aanbevolen omdat je dan eenvoudig de laadstroom kunt controleren (die is dan gelijk aan de ampèremeterwaarde).
Vraag 50: Wat moet ik instellen als ik twee 12V-accu’s in serie laad?
Antwoord: Als twee 12V-accu’s in serie staan, moet de acculader op de 24V-stand worden gezet.
Testfuncties
Vraag 51: Kan ik zien hoeveel stroom er naar de accu gaat?
Antwoord: Ja, de ampèremeter (indien aanwezig) geeft de stroom in ampères aan die naar de accu wordt geleverd.
Functies en bediening
Vraag 52: Welke standen gebruikt het apparaat voor laden en starten?
Antwoord: De schakelaar wordt op “charge” gezet voor laden en op “start” voor starten, passend bij de voertuigspanning.
Storingen en foutmeldingen
Vraag 53: Waartegen is de acculader beveiligd?
Antwoord: De acculader is beveiligd tegen overbelasting, kortsluiting (klemmen raken elkaar) en ompoling van de accu.
Vraag 54: Wat gebeurt er als de laadklemmen elkaar raken terwijl de stekker in het stopcontact zit?
Antwoord: Dan kan de zekering doorslaan; voorkom daarom dat de klemmen elkaar raken wanneer de acculader op het net is aangesloten.
Vraag 55: Welke zekering mag ik plaatsen als ik een zekering moet vervangen?
Antwoord: Gebruik alleen een vervangzekering met dezelfde nominale stroomwaarde als de zekering die je vervangt.
Vraag 56: Mag ik een zekering “overbruggen” met koper of iets dergelijks?
Antwoord: Nee, vervang een zekering nooit door een koperen brug (of ander materiaal), omdat dit schade aan personen of goederen kan veroorzaken.
Vraag 57: Wanneer mag ik een zekering vervangen?
Antwoord: Vervang zekeringen alleen wanneer de netkabel van de acculader is losgekoppeld van het stopcontact.
Veiligheid en onderhoud – praktische tips
Vraag 58: Hoe verbeter ik het contact tussen klemmen en accupolen?
Antwoord: Reinig de positieve en negatieve accupolen van oxidatie zodat de klemmen goed contact maken.
Vraag 59: Wat moet ik doen als de accu permanent in het voertuig is aangesloten?
Antwoord: Raadpleeg de voertuigdocumentatie bij “elektrisch systeem/onderhoud” en koppel vóór het laden bij voorkeur de positieve kabel van het voertuigelektrisch systeem los.
Vraag 60: Hoe kan ik het accuspanningsniveau globaal controleren vóór aansluiten?
Antwoord: Controleer de accuspanning vóór aansluiten; als indicatie geldt dat 3 doppen bij een 6V-accu horen en 6 doppen bij een 12V-accu.
Aansluiten en gebruik – startfunctie
Vraag 61: Wat moet ik controleren vóór ik een voertuig start met de acculader?
Antwoord: Zorg dat de accu correct op de + en – polen is aangesloten en dat de accu in goede staat is (niet gesulfateerd of defect).
Vraag 62: Waarom mag ik niet starten met een losgekoppelde accu?
Antwoord: Start nooit met de accu losgekoppeld: de accu is essentieel om mogelijke overspanning te elimineren die door energie in de startkabels kan ontstaan.
Vraag 63: Welke stand moet ik kiezen om te starten?
Antwoord: Zet de schakelaar op de startstand bij de spanning die overeenkomt met het voertuig dat je start.
Vraag 64: Moet ik vóór het starten eerst “snel laden”?
Antwoord: Ja, vóór het omdraaien van de contactsleutel is een snelle lading aan te raden om het starten te vergemakkelijken.
Vraag 65: Hoe lang duurt die snelle lading vlak vóór het starten?
Antwoord: Voer een snelle lading uit van 5–10 seconden vóórdat je de contactsleutel omdraait.
Vraag 66: In welke stand moet snel laden gebeuren: “charge” of “start”?
Antwoord: Snel laden moet altijd gebeuren met de acculader in de “charge”-stand en niet in de “start”-stand.
Vraag 67: Kan starten worden ingeschakeld met een afstandsbediening?
Antwoord: Ja, starten kan worden geactiveerd met de knop van de afstandsbediening (alleen voor 3-fase).
Vraag 68: Welke ampèremeter-schaal hoort bij starten?
Antwoord: De startstroom wordt weergegeven op de ampèremeter-schaal met de grotere capaciteit.
Vraag 69: Waarom moet ik het werk-/pauzecyclus bij starten strikt volgen?
Antwoord: Om oververhitting van de acculader te voorkomen moet je starten uitvoeren volgens de opgegeven duty cycle (werk/pauze) op het apparaat.
Vraag 70: Wat als de motor niet start: mag ik blijven proberen?
Antwoord: Nee, blijf niet aandringen als de motor niet start; dit kan ernstige schade veroorzaken aan de accu of zelfs aan de elektrische installatie van het voertuig.
Vraag 71: Wat kan ik doen als starten niet lukt?
Antwoord: Wacht een paar minuten en herhaal daarna de snelle laadprocedure.
Veiligheid en onderhoud – bewaren en afval
Vraag 72: Hoe moet ik de acculader bewaren na gebruik?
Antwoord: Berg de acculader op in een droge plaats.
Vraag 73: Mag ik het apparaat bij het huishoudelijk restafval weggooien?
Antwoord: Nee, elektrische en elektronische apparatuur moet apart worden ingezameld en via geautoriseerde inzamelcentra worden afgevoerd.