Handleiding Victron Battery Management System VE.Bus BMS

Op deze pagina vindt u de handleiding van de Victron Battery Management System VE.Bus BMS. U kunt de handleiding direct inzien via de PDF viewer onder deze tekst. U kunt de handleiding ook als PDF in uw browser opnemen via deze link: Handleiding Victron Battery Management System VE.Bus BMS

Koop Victron Battery Management System VE.Bus BMS

Zie ook: Product FAQ

Veelgestelde vragen en antwoorden

Bekijk hier de antwoorden op de meest gestelde vragen over dit product dat te koop is op Acculaders.nl.

Algemene productinformatie

Vraag 1: Waarvoor wordt het Victron VE.Bus BMS gebruikt?

Antwoord: Het VE.Bus BMS wordt gebruikt om Victron LiFePO₄-accu’s te beschermen tegen overspanning, onderspanning en overtemperatuur per afzonderlijke cel.

Vraag 2: Welke accutypen worden door het VE.Bus BMS bewaakt?

Antwoord: Het VE.Bus BMS is bedoeld voor Victron lithium-ijzerfosfaataccu’s, aangeduid als LiFePO₄-accu’s.

Vraag 3: Welke systemen ondersteunt het VE.Bus BMS?

Antwoord: Het VE.Bus BMS beschermt 12V-, 24V- en 48V-systemen.

Vraag 4: Wat is het bedrijfsspanningsbereik van het VE.Bus BMS?

Antwoord: Het bedrijfsspanningsbereik van het VE.Bus BMS is 9 tot 70V DC.

Vraag 5: Met welke VE.Bus-producten kan het VE.Bus BMS communiceren?

Antwoord: Het VE.Bus BMS communiceert met VE.Bus-producten zoals MultiPlus, Quattro en Phoenix-omvormers via een standaard RJ45 UTP-kabel.

Vraag 6: Welke taken voert het VE.Bus BMS uit bij een dreigende celonderspanning?

Antwoord: Bij dreigende celonderspanning schakelt het VE.Bus BMS belastingen uit of koppelt deze los.

Vraag 7: Welke taken voert het VE.Bus BMS uit bij dreigende celoverspanning of overtemperatuur?

Antwoord: Bij dreigende celoverspanning of overtemperatuur verlaagt het VE.Bus BMS de laadstroom bij VE.Bus-producten en schakelt het acculaders uit of koppelt deze los.

Vraag 8: Hoe worden Victron LiFePO₄-accu’s op het VE.Bus BMS aangesloten?

Antwoord: Victron LiFePO₄-accu’s worden met twee ronde M8-aansluitkabelsets op het VE.Bus BMS aangesloten.

Vraag 9: Kunnen meerdere LiFePO₄-accu’s op het VE.Bus BMS worden aangesloten?

Antwoord: De BTV-aansluitingen van meerdere accu’s kunnen in serie, als ringnetwerk, met elkaar worden verbonden. De twee overgebleven aansluitingen worden met het BMS verbonden.

Vraag 10: Welke revisie heeft deze handleiding?

Antwoord: Deze handleiding heeft versie 13.

Veiligheid en accubescherming

Vraag 11: Wie mag het VE.Bus BMS installeren?

Antwoord: De installatie mag alleen worden uitgevoerd door gekwalificeerde en geschoolde installatiemonteurs.

Vraag 12: Wat moet u doen voordat u aansluitingen wijzigt?

Antwoord: Schakel het systeem uit en controleer op gevaarlijke spanningen voordat u wijzigingen aan de aansluitingen aanbrengt.

Vraag 13: Mag een lithium-ionaccu worden geopend?

Antwoord: Een lithium-ionaccu mag niet worden geopend.

Vraag 14: Mag een nieuwe lithium-ionaccu direct worden ontladen?

Antwoord: Een nieuwe lithium-ionaccu mag niet worden ontladen voordat deze eerst volledig is opgeladen.

Vraag 15: Mag een lithium-ionaccu ondersteboven worden gemonteerd?

Antwoord: Een lithium-ionaccu mag niet ondersteboven worden gemonteerd.

Vraag 16: Waarom is reststroom gevaarlijk bij een diep ontladen lithiumaccu?

Antwoord: Na uitschakeling door lage celspanning blijft ongeveer 1Ah per 100Ah accucapaciteit over. Als deze reservecapaciteit verder wordt ontladen, raakt de accu beschadigd.

Vraag 17: Wat kan een reststroom van 10mA veroorzaken?

Antwoord: Een reststroom van 10mA kan een 200Ah-accu beschadigen als het systeem langer dan 8 dagen in ontladen toestand blijft.

Vraag 18: Wat moet u doen bij twijfel over reststroomverbruik?

Antwoord: Koppel de accu los door de accuschakelaar te openen, de accuzekering te verwijderen of de pluspool van de accu los te koppelen als het systeem niet in gebruik is.

Load Disconnect en DC-belastingen

Vraag 19: Waarvoor wordt de uitgang Load Disconnect gebruikt?

Antwoord: De uitgang Load Disconnect wordt gebruikt om belastingen of een elektronische belastingsschakelaar op afstand uit te schakelen bij dreigende onderspanning van de cellen.

Vraag 20: Hoe werkt de uitgang Load Disconnect?

Antwoord: De uitgang Load Disconnect staat normaal gesproken op HIGH en wordt free floating bij dreigende onderspanning van de cellen.

Vraag 21: Wat is de maximale stroom van de Load Disconnect-uitgang?

Antwoord: De maximale stroom van de Load Disconnect-uitgang is 2A.

Vraag 22: Wanneer kan een DC-belasting direct met Load Disconnect worden geregeld?

Antwoord: Een DC-belasting kan direct worden geregeld wanneer de remote on/off-aansluiting de belasting inschakelt bij HIGH en uitschakelt wanneer de aansluiting free floating is.

Vraag 23: Wanneer is een omvormende remote on/off-kabel nodig?

Antwoord: Een omvormende remote on/off-kabel is nodig voor DC-belastingen die inschakelen wanneer de remote on/off-aansluiting naar de accumin wordt getrokken en uitschakelen wanneer deze free floating is.

Vraag 24: Waarvoor wordt een BatteryProtect gebruikt in combinatie met het VE.Bus BMS?

Antwoord: Een BatteryProtect kan worden gebruikt om een DC-belasting los te koppelen wanneer de accuspanning onder een ingestelde waarde daalt of wanneer de remote on/off-aansluiting op LOW wordt gezet.

Vraag 25: Waarom wordt een BatteryProtect genoemd als oplossing voor belastingen?

Antwoord: Een BatteryProtect kan, in tegenstelling tot een Cyrix-relais of contactor, een belasting met een grote ingangscondensator starten, zoals een omvormer of DC-DC-omvormer.

Charge Disconnect en acculaders

Vraag 26: Waarvoor wordt de uitgang Charge Disconnect gebruikt?

Antwoord: De uitgang Charge Disconnect wordt gebruikt om het laden te verminderen of te stoppen bij dreigende celoverspanning of overtemperatuur.

Vraag 27: Hoe werkt de uitgang Charge Disconnect?

Antwoord: De uitgang Charge Disconnect staat normaal gesproken op HIGH en wordt free floating bij dreigende overspanning of overtemperatuur van de cellen.

Vraag 28: Wat is de maximale stroom van de Charge Disconnect-uitgang?

Antwoord: De maximale stroom van de Charge Disconnect-uitgang is 10mA.

Vraag 29: Wanneer kan een acculader direct met Charge Disconnect worden geregeld?

Antwoord: Een acculader kan direct worden geregeld wanneer de remote on/off-aansluiting de lader activeert bij HIGH en deactiveert wanneer de aansluiting free floating is.

Vraag 30: Wanneer is een omvormende remote on/off-kabel nodig voor een acculader?

Antwoord: Een omvormende remote on/off-kabel is nodig voor acculaders die inschakelen wanneer de remote-aansluiting naar de accumin wordt getrokken en uitschakelen wanneer deze free floating is.

Vraag 31: Waarvoor wordt een Cyrix-Li-Charge gebruikt?

Antwoord: Een Cyrix-Li-Charge wordt tussen een acculader en een LiFePO₄-accu geplaatst. Deze schakelt alleen in wanneer laadspanning van de acculader aanwezig is aan de laderzijde.

Vraag 32: Welke oplossing wordt aanbevolen voor het laden met een wisselstroomgenerator?

Antwoord: Voor het opladen van LiFePO₄-accu’s met een wisselstroomgenerator wordt de Cyrix-Li-ct aanbevolen.

AC Detector en VE.Bus

Vraag 33: Waarvoor dient de AC Detector?

Antwoord: De AC Detector start een MultiPlus of Quattro opnieuw wanneer wisselstroom beschikbaar komt nadat het apparaat door het BMS is uitgeschakeld vanwege lage celspanning.

Vraag 34: Is de AC Detector nodig voor MultiPlus-II modellen?

Antwoord: De AC Detector is niet nodig voor MultiPlus-II modellen.

Vraag 35: Is de AC Detector nodig bij een VE.Bus-omvormer zonder lader?

Antwoord: Bij omvormers met VE.Bus die alleen DC naar AC omzetten, is geen AC Detector of assistent nodig.

Vraag 36: Waar moet de AC Detector worden aangesloten in een parallel of driefasesysteem?

Antwoord: In systemen met meerdere apparaten voor parallelle, driefasen- of gesplitste fase-werking moet de AC Detector alleen op het master- of leidende apparaat worden aangesloten.

Vraag 37: Welke assistent moet op de VE.Bus-apparaten worden geladen?

Antwoord: De VE.Bus BMS-assistent of de Eigen verbruik Hub-2 v2-assistent moet op alle apparaten worden geladen.

Vraag 38: Hoe wordt het Digital Multi Control paneel aangesloten?

Antwoord: Een Digital Multi Control paneel moet op het VE.Bus BMS worden aangesloten en niet direct op een Multi of Quattro.

Vraag 39: Hoe wordt het Color Control paneel aangesloten?

Antwoord: Het Color Control paneel moet direct op de Multi of Quattro worden aangesloten.

Installatie en inschakelen

Vraag 40: Wanneer mag de accuplus tijdens de installatie worden aangesloten?

Antwoord: De plus van de accu mag pas worden aangesloten nadat de bedrading van het systeem is uitgevoerd. In de handleiding staat dat de accuplus in die fase nog niet aangesloten moet worden.

Vraag 41: Wanneer moet de BMS-minaansluiting niet worden aangesloten?

Antwoord: Als de UTP-kabel naar de omvormer of omvormer/lader de accumin met het BMS verbindt, mag de BMS-minaansluiting niet worden bedraad om aardingslussen te voorkomen.

Vraag 42: Wanneer moet de BMS-minaansluiting wel worden aangesloten?

Antwoord: Bij een DC-systeem voor een boot of voertuig met parallelle aansluiting van de start- en lithium-ionaccu moet de minpool van het BMS worden aangesloten.

Vraag 43: Hoe schakelt u een DC-only systeem met VE.Bus BMS in?

Antwoord: Bij een systeem dat alleen voor gelijkstroom geschikt is, wordt de pluspool van de accu aangesloten. Het systeem is daarna klaar voor gebruik.

Vraag 44: Hoe schakelt u een systeem met Multi’s, Quattro’s of VE.Bus-omvormers in?

Antwoord: Na installatie wordt het BMS tijdelijk losgekoppeld van VE.Bus en vervangen door een Victron Interface MK2 met computer. Daarna worden de apparaten geconfigureerd, wordt de VE.Bus BMS-assistent of Hub-assistent geladen en wordt het BMS weer aangesloten.

LED-indicaties

Vraag 45: Wat betekent de blauwe LED Enabled?

Antwoord: De blauwe LED Enabled geeft aan dat de VE.Bus-producten zijn ingeschakeld.

Vraag 46: Wat betekent de rode LED Cel>4V of temperatuur?

Antwoord: De rode LED Cel>4V of temperatuur geeft aan dat de uitgang Charge Disconnect LOW is door dreigende celoverspanning of overtemperatuur.

Vraag 47: Wat betekent de blauwe LED Cel>2,8V?

Antwoord: De blauwe LED Cel>2,8V geeft aan dat de uitgang Load Disconnect HIGH is.

Vraag 48: Wanneer staat Load Disconnect op LOW?

Antwoord: Load Disconnect staat op LOW wanneer deze is uitgeschakeld door dreigende onderspanning van de cellen, bij Vcel ≤ 2,8V.

Probleemoplossing

Vraag 49: Waarom schakelt een Multi of Quattro niet in nadat het VE.Bus BMS is losgekoppeld?

Antwoord: Een Multi of Quattro met de VE.Bus BMS-assistent schakelt over naar noodmodus als het VE.Bus BMS niet op de bus wordt gevonden. In deze modus wordt alleen geladen met maximaal 5A en wordt de omvormerfunctie niet gestart.

Vraag 50: Wat doet een Multi of Quattro in noodmodus?

Antwoord: In noodmodus laadt het apparaat de accu’s met maximaal 5A tot 12V, 24V of 48V, afhankelijk van de systeemspanning. Alleen de LED Voeding Aan brandt.

Vraag 51: Hoe kan een systeem met lege lithiumaccu’s opnieuw worden gestart?

Antwoord: Koppel het VE.Bus BMS los van de Multi en gebruik de beschreven noodmodus. Een eenvoudiger optie is een kleine acculader van bijvoorbeeld 5A aansluiten en wachten tot de accuspanning weer 12V bereikt.

Vraag 52: Wat gebeurt er met de Multi of Quattro bij een lage celspanning?

Antwoord: De Multi of Quattro gaat naar de modus alleen oplader. Bij aanwezige wisselstroom worden de accu’s geladen. Zonder wisselstroom schakelt het apparaat uit.

Vraag 53: Wat gebeurt er met de Multi of Quattro bij een hoge celspanning?

Antwoord: Het signaal voor hoge celspanning wordt alleen afgegeven bij ongebalanceerde cellen. De Multi of Quattro schakelt naar bulklading en laadt met een lagere laadstroom zodat de cellen opnieuw kunnen balanceren.

Compatibiliteit en accessoires

Vraag 54: Welke belastingen kunnen direct door Load Disconnect worden geregeld?

Antwoord: Onder meer Phoenix VE.Direct-omvormers 250/375/500/800/1200, Phoenix 12/800, 24/800, 12/1200, 24/1200, 48/800 en 48/1200 kunnen direct worden geregeld. Ook alle Tr type DC-DC-omvormers en Orion 12/24-20, 24/12-25, 24/12-40 en 24/12-70 worden genoemd.

Vraag 55: Voor welke belastingen is kabel ASS030550100 nodig?

Antwoord: Kabel ASS030550100 is nodig voor Phoenix 12/180, Phoenix 24/180, Phoenix 12/350, Phoenix 24/350 en alle Phoenix-omvormers met een nominaal vermogen van 3kVA en hoger.

Vraag 56: Voor welke BatteryProtect-modellen is kabel ASS030550200 nodig?

Antwoord: Kabel ASS030550200 is nodig voor BatteryProtect BP-40i, BP-60i en BP-200i. Voor de nieuwere BP-50, BP-60, BP-100, BP-220 en BP 48V-100A is deze kabel niet nodig.

Vraag 57: Welke kabel is nodig voor Skylla TG acculaders?

Antwoord: Voor Skylla TG acculaders is een niet-omvormende kabel voor in- of uitschakelen op afstand nodig met artikelnummer ASS030550200.

Vraag 58: Welke kabel is nodig voor Skylla-i acculaders?

Antwoord: Voor Skylla-i acculaders is een Skylla-i kabel voor in- of uitschakelen op afstand nodig met artikelnummer ASS030550400.

Technische specificaties

Vraag 59: Wat is het stroomverbruik van het VE.Bus BMS?

Antwoord: Het stroomverbruik is 10mA in normale bedrijfsmodus, exclusief stroom voor Load Disconnect. Bij lage celspanning is het stroomverbruik 2mA.

Vraag 60: Welke VE.Bus-aansluitingen heeft het VE.Bus BMS?

Antwoord: Het VE.Bus BMS heeft twee RJ45-bussen voor aansluiting op VE.Bus-producten.

Vraag 61: Wat is de bedrijfstemperatuur van het VE.Bus BMS?

Antwoord: De bedrijfstemperatuur is -20 tot +50°C.

Vraag 62: Wat is de beschermingsklasse van het VE.Bus BMS?

Antwoord: De beschermingsklasse van het VE.Bus BMS is IP20.

Vraag 63: Wat zijn de afmetingen en het gewicht van het VE.Bus BMS?

Antwoord: De afmetingen zijn 105 x 78 x 32mm. Het gewicht is 0,1kg.

Vraag 64: Van welk materiaal is de behuizing van het VE.Bus BMS?

Antwoord: De behuizing is gemaakt van matzwart ABS.

Victron Battery Management System VE.Bus BMS