Op deze pagina vindt u de handleiding van de Victron Digital Multi Control 200/200A. U kunt de handleiding direct inzien via de PDF viewer onder deze tekst. U kunt de handleiding ook als PDF in uw browser opnemen via deze link: Handleiding Victron Digital Multi Control 200/200A
Koop Victron Digital Multi Control 200
Zie ook: Product FAQ
Veelgestelde vragen en antwoorden
Bekijk hier de antwoorden op de meest gestelde vragen over dit product dat te koop is op Acculaders.nl.
Algemene productinformatie – Victron Digital Multi Control Panel
Vraag 1: Waarvoor wordt het Victron Digital Multi Control Panel gebruikt?
Antwoord: Het Digital Multi Control Panel is een afstandsbedieningspaneel voor Victron Multi’s, Quattro’s en Multi/Quattro-systemen. Het paneel kan worden gebruikt voor standalone, parallelle en 2- of 3-fase configuraties.
Vraag 2: Werkt het Digital Multi Control Panel met VE.Bus-systemen?
Antwoord: Ja, het paneel ondersteunt VE.Bus-systemen. Bij VE.Bus-systemen past het paneel automatisch het instelbare bereik aan op het aangesloten systeem.
Vraag 3: Werkt het Digital Multi Control Panel ook met non VE.Bus-systemen?
Antwoord: Ja, non VE.Bus-systemen worden ook ondersteund. Bij non VE.Bus-systemen moet wel de schaalwaarde worden ingesteld om het paneel goed op het systeem af te stemmen.
Vraag 4: Hoe weet ik of mijn Multi een VE.Bus-systeem is?
Antwoord: Controleer de firmwareversie van de Multi. Multi-firmwareversies 15xxyyy, 17xxyyy en 18xxyyy zijn non VE.Bus; Quattro’s zijn altijd VE.Bus.
Vraag 5: Kan ik met het Digital Multi Control Panel walstroom en generatorstroom apart instellen?
Antwoord: Ja, met het paneel kunnen walstroom en generatorstroom afzonderlijk worden ingesteld. In een uitgebreid VE.Bus-systeem kunnen zelfs tot vier verschillende walstromen worden ingesteld.
Geschikte systemen en toepassingen
Vraag 6: Kan ik het paneel gebruiken met één Multi of Quattro?
Antwoord: Ja, het paneel is geschikt voor installaties met één of meer Multi’s of Quattro’s. Het kan dus ook bij een standalone systeem worden toegepast.
Vraag 7: Kan ik het paneel gebruiken bij parallelle systemen?
Antwoord: Ja, het Digital Multi Control Panel ondersteunt parallelle configuraties. Bij een non VE.Bus parallel systeem moet het paneel op de master Multi worden aangesloten.
Vraag 8: Kan ik het paneel gebruiken bij 2- of 3-fase systemen?
Antwoord: Ja, het paneel ondersteunt ook 2- en 3-fase configuraties. Bij non VE.Bus-systemen wordt de schaalwaarde bij split-fase of 3-fase bepaald door het aantal apparaten in één fase.
Vraag 9: Kan het paneel omgaan met systemen met meerdere AC-ingangen?
Antwoord: Ja, het paneel kan worden gebruikt met Quattro’s en uitgebreide VE.Bus-systemen met meer dan één AC-ingang. Het paneel schakelt mee wanneer het systeem van de ene naar de andere AC-ingang wisselt.
Vraag 10: Wat gebeurt er bij een Quattro met AC1 en AC2?
Antwoord: Bij een Quattro heeft AC1 altijd prioriteit boven AC2. Standaard kan de AC2-walstroom door het paneel worden aangepast, terwijl de AC1-limiet vast staat.
Aansluiten en installatie
Vraag 11: Hoe sluit ik het Digital Multi Control Panel aan?
Antwoord: In de meeste gevallen verbind je het paneel met het systeem via een RJ45-kabel. Er zijn meestal geen extra instellingen nodig bij een standaard VE.Bus-systeem.
Vraag 12: Welke kabel heb ik nodig om het paneel aan te sluiten?
Antwoord: Voor de verbinding met een Multi of Quattro gebruik je een standaard UTP-kabel met RJ45-connectors. De handleiding noemt beschikbare lengtes van 5, 10, 15, 20, 25 en 30 meter.
Vraag 13: Zijn er speciale eisen voor de inbouw van het paneel?
Antwoord: Nee, de handleiding vermeldt dat er geen speciale eisen zijn voor de inbouw van het Digital Multi Control Panel.
Vraag 14: Waar sluit ik het paneel aan bij een non VE.Bus parallel systeem?
Antwoord: Bij een non VE.Bus parallel systeem sluit je het Digital Multi Control Panel aan op de master Multi. Dit wordt expliciet als opmerking bij de buskabel genoemd.
Vraag 15: Heb ik extra bedrading nodig bij generatorondersteuning?
Antwoord: Ja, als de generator support-functie wordt gebruikt, zijn twee extra draden nodig om het paneel met de omschakelautomaat te verbinden. Deze verbinding kan worden gemaakt met twee draden van 0,25 tot 1,0 mm².
Generator, walstroom en omschakelautomaat
Vraag 16: Wat doet de generator support-functie?
Antwoord: Met generator support kan het paneel een andere stroomgrens doorgeven wanneer de AC-bron extern wordt omgeschakeld van walstroom naar generator. Dit gebeurt via de schroefconnector aan de achterkant van het paneel.
Vraag 17: Wanneer gebruikt het paneel de vooraf ingestelde generatorstroomgrens?
Antwoord: Het paneel gebruikt de vooraf ingestelde generatorstroomgrens wanneer de aansluitklemmen van de schroefconnector aan de achterkant worden kortgesloten. Dit wordt normaal aangestuurd via een hulprelais van een externe omschakelautomaat.
Vraag 18: Wat gebeurt er als het relais van de omschakelautomaat open is?
Antwoord: Als het relais open is, wordt de stroomgrens ingesteld met de knop aan de voorkant van het paneel. De gebruiker bepaalt dan dus de walstroomgrens via het paneel.
Vraag 19: Wat gebeurt er als het relais van de omschakelautomaat gesloten is?
Antwoord: Als het relais gesloten is, stuurt het paneel de vooraf ingestelde generatorstroomgrens naar de aangesloten apparaten. Deze situatie wordt meestal gebruikt bij omschakeling naar generatorbedrijf.
Vraag 20: Kan een non VE.Bus-systeem met twee AC-bronnen worden gebruikt?
Antwoord: Ja, maar alleen met een externe omschakelautomaat zoals PowerMan. De installatie is dan hetzelfde als bij een VE.Bus-systeem met externe omschakelautomaat.
Bediening van het paneel
Vraag 21: Hoe zet ik het systeem aan of uit met het Digital Multi Control Panel?
Antwoord: Met de schakelaar aan de voorkant zet je het systeem aan, uit of op alleen laden. Daarmee bedien je de aangesloten Multi’s of Quattro’s op afstand.
Vraag 22: Hoe stel ik de walstroomgrens in?
Antwoord: De walstroomgrens stel je in met de draaiknop op het paneel. De ingestelde stroomgrens wordt weergegeven op het display.
Vraag 23: Hoe wordt de generatorstroomgrens ingesteld?
Antwoord: De generatorstroomgrens wordt tijdens de installatie geconfigureerd. Deze instelling wordt gebruikt wanneer het paneel via de omschakelautomaat naar generatorbedrijf schakelt.
Vraag 24: Wat doet het paneel als er meerdere AC-ingangen zijn?
Antwoord: Als het systeem meer dan één AC-ingang heeft, kan het display aangeven welke ingang actief is. De DMC schakelt mee en gebruikt de laatst gebruikte stroomgrens voor die AC-ingang.
Vraag 25: Wat betekent het als de displaywaarde afwisselt met een AC-ingangsaanduiding?
Antwoord: Bij systemen met meerdere AC-ingangen kan het paneel afwisselend de stroomwaarde en de identificatie van de actieve AC-ingang tonen. Dit gebeurt wanneer de betreffende ingang door het paneel mag worden aangepast.
Vraag 26: Kan de helderheid van de LED’s worden aangepast?
Antwoord: De LED-helderheid wordt automatisch geregeld met een lichtsensor. Bij minder omgevingslicht worden de LED’s minder fel, wat prettiger is voor de ogen en het stroomverbruik verlaagt.
PowerAssist en minimale stroomgrens
Vraag 27: Wat is de minimale AC-ingangsstroom bij PowerAssist?
Antwoord: Als PowerAssist is ingeschakeld, geldt een minimale AC-ingangsstroom van ongeveer 2 tot 3 ampère per apparaat. Een lagere instelling resulteert alsnog in deze minimumwaarde.
Vraag 28: Kan ik de walstroomgrens op 0 ampère zetten?
Antwoord: Bij VE.Bus-systemen kan de gebruiker de walstroomgrens op 0 ampère zetten door de knop sneller naar beneden te draaien. Het display springt dan naar 0.0 en de aangesloten apparaten beginnen met omvormen.
Vraag 29: Wat gebeurt er als PowerAssist actief is en de walstroom op 0 ampère staat?
Antwoord: Dan opent het interne omschakelrelais van de Multi/Quattro en begint het apparaat om te vormen. Dit is een functie van de Multi/Quattro bij gebruik van PowerAssist.
Vraag 30: Wat gebeurt er als ik na 0 ampère de knop weer omhoog draai?
Antwoord: Wanneer de knop weer omhoog wordt gedraaid, springt het display terug naar de minimale walstroomgrens. Daarmee verlaat je de 0 ampère-instelling.
Configuratie en parameters
Vraag 31: Hoe kom ik in de configuratiemodus van het paneel?
Antwoord: Druk op de knop aan de achterkant van het paneel totdat de onderste LED in de linkerkolom begint te knipperen. Daarna kan de eerste parameter worden gewijzigd.
Vraag 32: Hoe wijzig ik een parameter in de configuratiemodus?
Antwoord: Draai aan de knop totdat de gewenste waarde op het display staat. Druk daarna op de knop om door te gaan naar de volgende parameter.
Vraag 33: Hoeveel parameters kan ik configureren?
Antwoord: Er kunnen zes parameters worden ingesteld. Dit zijn de schaalwaarde, generatorstroomgrens en bovengrenzen voor AC input 1 tot en met AC input 4.
Vraag 34: Wat gebeurt er met de Multi’s of Quattro’s tijdens configuratie?
Antwoord: De aangesloten Multi’s of Quattro’s schakelen naar “Inverter only” wanneer de configuratieknop wordt ingedrukt en tijdens de configuratiemodus.
Vraag 35: Moet ik alle parameters doorlopen als ik maar één instelling wil wijzigen?
Antwoord: Ja, ook als je maar één parameter wilt aanpassen, moet je alle parameters doorlopen om de configuratiemodus te beëindigen. Pas na de laatste parameter worden de instellingen geactiveerd.
Schaalwaarde en non VE.Bus-systemen
Vraag 36: Wanneer moet ik de schaalwaarde instellen?
Antwoord: De schaalwaarde hoeft alleen te worden ingesteld bij non VE.Bus Multi’s. Bij VE.Bus-apparaten wordt deze parameter genegeerd.
Vraag 37: Waarvoor dient de schaalwaarde?
Antwoord: De schaalwaarde stemt de stromen die op het paneel worden weergegeven af op de stromen in het systeem. Dit is nodig bij non VE.Bus-systemen.
Vraag 38: Hoe bereken ik de schaalwaarde?
Antwoord: De formule is: schaalwaarde = (aantal apparaten × type apparaat) – 1. Het type apparaat is 1 voor een 16A Multi en 2 voor een 30A Multi.
Vraag 39: Wat is de schaalwaarde bij vier 30A Multi’s?
Antwoord: Bij vier 30A Multi’s is het type apparaat 2. De schaalwaarde is dan (4 × 2) – 1 = 7.
Vraag 40: Mag ik het aantal slaves instellen als ik een schaalwaarde gebruik?
Antwoord: Nee, als in het paneel een andere schaalwaarde dan nul is ingesteld, mag het aantal slaves in de Multi’s niet ook worden ingesteld. In dat geval moet het aantal slaves in de Multi’s op nul staan.
Vraag 41: Hoe bepaal ik het aantal apparaten bij een 3-fase systeem?
Antwoord: Bij split-fase of 3-fase configuraties wordt het aantal apparaten bepaald door het aantal apparaten in één fase. Bij een 3-fase systeem met 6 Multi’s is het aantal apparaten dus 2.
Stroomlimieten en displaygedrag
Vraag 42: Waarom zou ik een Upper Shore limit instellen?
Antwoord: Met een Upper Shore limit voorkom je dat de gebruiker een te hoge stroomgrens instelt voor het systeem. Dit kan nuttig zijn als de maximale doorschakelstroom hoger is dan wat de installatie of beveiliging toelaat.
Vraag 43: Hoeveel Upper Shore limits kan ik instellen?
Antwoord: Er kunnen vier bovengrenzen worden ingesteld, één voor AC input 1 tot en met AC input 4. Dit is bedoeld voor VE.Bus-systemen met maximaal vier AC-ingangen.
Vraag 44: Welke Upper Shore limit gebruik ik bij een eenvoudig systeem?
Antwoord: Bij eenvoudige VE.Bus-systemen met Multi’s of bij non VE.Bus-systemen is het meestal voldoende om alleen de Upper Shore limit voor AC input 1 in te stellen. De andere ingangen worden dan niet gebruikt.
Vraag 45: Hoe voorkom ik dat het display blijft afwisselen tussen AC-ingang en stroomwaarde?
Antwoord: Door alle Upper Shore limits behalve één op nul te zetten stopt het afwisselen van het display. In het voorbeeld worden AC1, AC3 en AC4 op nul gezet, zodat alleen de waarde voor AC2 wordt weergegeven.
Vraag 46: Welke generatorstroom wordt geadviseerd bij een kleine 3000 RPM generator?
Antwoord: Kleine 3000 RPM generatorsets van bepaalde merken kunnen oververhit raken bij langdurige maximale belasting. In sommige gevallen moet de maximumstroom daarom op maximaal 70% van de nominale maximumstroom worden ingesteld.
Vraag 47: Welke generatorstroom wordt geadviseerd bij een 1500 RPM generator?
Antwoord: Bij 1500 RPM generatorsets kan de stroomgrens in het algemeen worden ingesteld op ongeveer 90% van de nominale uitgangsstroom.
Technische gegevens
Vraag 48: Wat is het voedingsspanningsbereik van het Digital Multi Control Panel?
Antwoord: Het voedingsspanningsbereik is 9 tot 70 VDC. Dit staat in de technische gegevens van de handleiding.
Vraag 49: Wat is het stroomverbruik van het paneel?
Antwoord: Bij 12 V is het stroomverbruik minder dan 5 mA in standby en minder dan 30 mA actief. Bij 24 V is dit minder dan 5 mA in standby en minder dan 15 mA actief.
Vraag 50: Wat zijn de afmetingen en het gewicht van het paneel?
Antwoord: De afmetingen zijn 65 x 120 x 55 mm. Het netto gewicht is 120 gram en de behuizing is van aluminium.