Op deze pagina vindt u de handleiding van de Victron Lynx Shunt VE.Can – M10. U kunt de handleiding direct inzien via de PDF viewer onder deze tekst. U kunt de handleiding ook als PDF in uw browser opnemen via deze link: Handleiding Victron Lynx Shunt VE.Can – M10
Koop Victron Lynx Shunt VE.Can – M10
Zie ook: Product FAQ
Veelgestelde vragen en antwoorden
Bekijk hier de antwoorden op de meest gestelde vragen over dit product dat te koop is op Acculaders.nl.
Algemene productinformatie
Vraag 1: Waarvoor wordt de Victron Lynx Shunt VE.Can M10 gebruikt?
Antwoord: De Lynx Shunt VE.Can M10 is onderdeel van het Lynx-verdeelsysteem. Het apparaat combineert een positieve en negatieve verdeelrail, een accubewaker en een zekeringhouder voor de systeemhoofdzekering.
Vraag 2: Welke versies van de Lynx Shunt VE.Can zijn er?
Antwoord: De Lynx Shunt VE.Can is beschikbaar in een M8- en M10-versie. Het M10-model biedt extra flexibiliteit doordat een zekeringdummy kan worden geplaatst wanneer de hoofdzekering buiten de shunt wordt geïnstalleerd.
Vraag 3: Wat is het verschil tussen de Lynx Shunt VE.Can M8 en M10?
Antwoord: De M8-versie is ontworpen voor een CNN-zekering. Het M10-model heeft ook ruimte voor een ANL- of Mega-zekering en wordt geleverd met een zekeringdummy als onderdeel van de verdeelrail.
Vraag 4: Wat wordt meegeleverd met de Lynx Shunt VE.Can M10?
Antwoord: De levering bevat de Lynx Shunt VE.Can M10, twee VE.Can RJ45-afsluitingen, een temperatuursensor met verbindingsstukken en aansluitblok, een zekeringdummy, een omgekeerde sticker met snelle installatiegids en een map met productlabels.
Vraag 5: Welke revisie heeft deze handleiding?
Antwoord: Deze handleiding heeft revisie 00.
Veiligheid en opslag
Vraag 6: Waar moet u op letten voordat u aan de Lynx-verdeelrails werkt?
Antwoord: Werk niet aan verdeelrails waar spanning op staat. Koppel alle positieve accupolen los voordat de voorkant van de Lynx wordt verwijderd.
Vraag 7: Wie mag werkzaamheden aan accu’s uitvoeren?
Antwoord: Werkzaamheden aan accu’s moeten alleen door gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd. Neem daarbij de veiligheidswaarschuwingen uit de accuhandleiding in acht.
Vraag 8: Hoe moet de Lynx Shunt VE.Can M10 worden opgeslagen?
Antwoord: Bewaar het product in een droge omgeving. De geschikte opslagtemperatuur is -40 °C tot +65 °C.
Lynx-verdeelsysteem
Vraag 9: Waaruit bestaat het Lynx-verdeelsysteem?
Antwoord: Het Lynx-verdeelsysteem bestaat uit modulaire componenten voor DC-aansluitingen, verdeling, afzekering, accubewaking en eventueel lithiumaccubeheer.
Vraag 10: Welke Lynx-modules worden in de handleiding genoemd?
Antwoord: De handleiding noemt Lynx Power In, Lynx Class-T Power In, Lynx Distributor, Lynx Shunt VE.Can en Lynx Smart BMS.
Vraag 11: Kunnen M8- en M10-Lynx-modules direct met elkaar worden verbonden?
Antwoord: M10-modules kunnen niet rechtstreeks op M8-modules worden aangesloten en omgekeerd.
Vraag 12: Aan welke zijde moeten accu’s worden aangesloten bij gebruik van een Lynx Shunt VE.Can?
Antwoord: Als het Lynx-systeem een Lynx Shunt VE.Can bevat, moeten alle accu’s aan de linkerkant van het Lynx-systeem worden aangesloten. Belastingen en laders worden aan de rechterkant aangesloten.
Hoofdzekering en accubewaking
Vraag 13: Welke functie heeft de hoofdzekering in de Lynx Shunt VE.Can?
Antwoord: De Lynx Shunt bevat de systeemhoofdzekering. Als een zekering in de shunt is geïnstalleerd, bewaakt de Lynx Shunt VE.Can deze zekering.
Vraag 14: Wat gebeurt er als de hoofdzekering springt?
Antwoord: Als de zekering springt, wordt de voedings-LED rood en wordt een alarmbericht naar het GX-apparaat gestuurd.
Vraag 15: Welke zekeringen zijn geschikt voor het M10-model?
Antwoord: Het Lynx Shunt VE.Can M10-model is geschikt voor een CNN- of ANL-zekering. Ook kan een Mega-zekering op de M6-bouten worden geïnstalleerd.
Vraag 16: Welke stroom kan de Lynx Shunt VE.Can continu verwerken?
Antwoord: De Lynx Shunt VE.Can M10 is geschikt voor 1000 A DC continu.
Vraag 17: Welke systeemspanningen ondersteunt de Lynx Shunt VE.Can M10?
Antwoord: De Lynx Shunt VE.Can M10 ondersteunt 12 V-, 24 V- en 48 V-systemen.
Communicatie en bewaking
Vraag 18: Hoe communiceert de Lynx Shunt VE.Can met een GX-apparaat?
Antwoord: De Lynx Shunt VE.Can wordt via VE.Can aangesloten op een GX-apparaat. Het GX-apparaat toont gemeten parameters, operationele status, laadstatus en alarmen.
Vraag 19: Kan de Lynx Shunt VE.Can op het VRM-portaal worden bewaakt?
Antwoord: Via een GX-apparaat kan de Lynx Shunt VE.Can worden verbonden met het VRM-portaal voor bewaking op afstand.
Vraag 20: Welke NMEA 2000-gegevens worden ondersteund?
Antwoord: De handleiding noemt ondersteuning voor Productinformatie PGN 126996, DC gedetailleerde status PGN 127506, DC-/Accustatus PGN 127508 en Status schakelaarset PGN 127501.
Vraag 21: Welke gegevens toont het GX-apparaat van de Lynx Shunt VE.Can?
Antwoord: Het GX-apparaat toont onder meer accuspanning, accustroom, accu-energie, laadstatus, verbruikte ampère-uren, duurtijd, relaisstatus, alarmstatus, accutemperatuur en firmwareversie.
Temperatuursensor en alarmrelais
Vraag 22: Waarvoor wordt de temperatuursensor gebruikt?
Antwoord: De temperatuursensor meet de accutemperatuur. Deze temperatuur kan worden gebruikt om het alarmrelais aan te sturen en wordt doorgestuurd naar het GX-apparaat en VRM-portaal.
Vraag 23: Hoe sluit u de temperatuursensor aan?
Antwoord: Sluit de temperatuursensor aan op de groene aansluitklem met + en -. De sensor is polariteitsgevoelig: de zwarte draad gaat op de – klem en de rode draad op de + klem.
Vraag 24: Waarvoor kan het alarmrelais worden gebruikt?
Antwoord: Het alarmrelais kan via een GX-apparaat worden geprogrammeerd om te openen of sluiten op basis van acculaadstatus, accuspanning, accutemperatuur of een gesprongen zekering.
Vraag 25: Welke waarde heeft de potentiaalvrije alarmklem?
Antwoord: De potentiaalvrije alarmklem is gespecificeerd op 3 A, 30 V DC en 250 V AC.
Installatie en inbedrijfstelling
Vraag 26: Hoe wordt de Lynx Shunt VE.Can M10 mechanisch gekoppeld aan andere Lynx-modules?
Antwoord: Lynx-modules worden onderling verbonden via de M10-gaten en -bouten aan de linker- en rechterkant. De modules moeten juist in de rubberen verbindingsstukken worden geschoven.
Vraag 27: Welke kabelschoenen zijn nodig voor DC-aansluitingen?
Antwoord: Alle kabels en draden die op de Lynx-module worden aangesloten, moeten zijn voorzien van M8-kabelschoenen.
Vraag 28: Waarop moet u letten bij het plaatsen van de hoofdzekering?
Antwoord: Als de positieve verdeelrail al van spanning wordt voorzien, komt het systeem onder spanning te staan zodra de zekering wordt geplaatst.
Vraag 29: Hoe sluit u een GX-apparaat aan op de Lynx Shunt VE.Can?
Antwoord: Sluit de VE.Can-poort van de Lynx Shunt VE.Can met een RJ45-kabel aan op de VE.Can-poort van het GX-apparaat. Plaats op het eerste en laatste VE.Can-apparaat een VE.Can RJ45-busafsluiter.
Vraag 30: Welke controles voert u uit bij inbedrijfstelling?
Antwoord: Controleer polariteit, kabeldoorsnede, krimping van kabelschoenen en vaste kabelverbindingen. Zet daarna een belasting aan om de stroompolariteit te controleren en laad de accu volledig op zodat de accubewaker synchroniseert.
LED-indicaties
Vraag 31: Wat betekent een continu groene voedings-LED?
Antwoord: Een continu groene voedings-LED betekent dat het Lynx-systeem in orde is.
Vraag 32: Wat betekent een continu rode voedings-LED?
Antwoord: Een continu rode voedings-LED betekent dat de hoofdzekering is gesprongen.
Vraag 33: Wat betekent een continu oranje voedings-LED?
Antwoord: Een continu oranje voedings-LED betekent dat er een alarm actief is.
Vraag 34: Wat betekent een knipperend rode voedings-LED?
Antwoord: Een knipperend rode voedings-LED betekent dat er een hardwaredefect is.
Vraag 35: Wat betekent een knipperend rood/groene voedings-LED?
Antwoord: Een knipperend rood/groene voedings-LED betekent dat er een kalibratiefout is.
Accubewakerinstellingen
Vraag 36: Welke accucapaciteit staat standaard ingesteld?
Antwoord: De standaard accucapaciteit is 200 Ah. Het instelbereik loopt van 1 tot 9999 Ah in stappen van 1 Ah.
Vraag 37: Wat doet de instelling Spanning opgeladen?
Antwoord: De instelling Spanning opgeladen bepaalt boven welk spanningsniveau de accu als volledig opgeladen kan worden beschouwd. Deze waarde moet 0,2 V of 0,3 V onder de druppellaadspanning van de acculader worden ingesteld.
Vraag 38: Wat doet de instelling Staartstroom?
Antwoord: De accu wordt als volledig opgeladen beschouwd zodra de laadstroom onder de ingestelde staartstroom komt. De standaardwaarde is 4,00 % van de accucapaciteit.
Vraag 39: Wat doet de instelling Detectietijd opgeladen?
Antwoord: Deze instelling bepaalt hoe lang aan de voorwaarden Spanning opgeladen en Staartstroom moet worden voldaan voordat de accu als volledig opgeladen wordt beschouwd. De standaardwaarde is 3 minuten.
Vraag 40: Wat doet de stroomdrempel?
Antwoord: De stroomdrempel zorgt dat zeer kleine gemeten stromen als nul worden beschouwd. Dit voorkomt dat kleine afwijkingen of storingen op lange termijn de laadstatus beïnvloeden.
Vraag 41: Hoe synchroniseert u de laadstatus handmatig naar 100 %?
Antwoord: Gebruik de optie Laadstatus synchroniseren naar 100 %. In de VictronConnect-app kan dit met de knop Synchroniseren.
Vraag 42: Wanneer gebruikt u nulstroomkalibratie?
Antwoord: Gebruik nulstroomkalibratie als de accubewaker een stroom weergeeft terwijl er geen belasting is en de accu niet wordt opgeladen.
Probleemoplossing
Vraag 43: Wat moet u controleren als kabels warm worden?
Antwoord: Controleer of alle kabel- en zekeringaansluitingen correct zijn aangedraaid, of de kabeldoorsnede geschikt is voor de stroom en of alle kabelschoenen correct zijn gekrompen en goed vastzitten.
Vraag 44: Wat moet u controleren als een nieuwe zekering direct springt?
Antwoord: Controleer het DC-circuit op kortsluiting, een defecte belasting en een stroom die hoger is dan de waarde van de zekering.
Vraag 45: Wat betekent het als laad- en ontlaadstroom zijn verwisseld?
Antwoord: Laadstroom moet positief worden weergegeven en ontlaadstroom negatief. Als dit omgekeerd is, moeten de negatieve stroomkabels op de accubewaker worden omgewisseld.
Vraag 46: Waardoor kan een onvolledige stroomaflezing ontstaan?
Antwoord: Een onvolledige stroomaflezing ontstaat wanneer minpunten van belastingen of laadbronnen niet via de min-pool van de shunt lopen, maar direct op de accu of accuzijde van de shunt zijn aangesloten.
Vraag 47: Waarom kan de laadstatus onjuist zijn?
Antwoord: Een onjuiste laadstatus kan worden veroorzaakt door verkeerde accu-instellingen, synchronisatieproblemen of een onjuiste stroommeting.
Vraag 48: Wat moet u doen als de laadstatus 100 % niet bereikt?
Antwoord: Laad de accu volledig op en controleer of de accubewaker detecteert dat de accu volledig is opgeladen. Controleer indien nodig de instellingen voor geladen spanning, staartstroom en detectietijd opgeladen.
Vraag 49: Wat betekent een ontbrekende laadstatus?
Antwoord: Een ontbrekende laadstatus betekent dat de accubewaker niet gesynchroniseerd is. Dit kan optreden na installatie of nadat de accubewaker enige tijd geen voeding heeft gehad.
Technische specificaties
Vraag 50: Wat is het voedingsspanningsbereik van de Lynx Shunt VE.Can M10?
Antwoord: Het voedingsspanningsbereik is 9 tot 70 V DC.
Vraag 51: Wat is het stroomverbruik van de Lynx Shunt VE.Can M10?
Antwoord: Het stroomverbruik bij inactief relais is 60 mA bij 12 V, 33 mA bij 24 V en 20 mA bij 48 V.
Vraag 52: Welke aansluitingen heeft de Lynx Shunt VE.Can M10?
Antwoord: De Lynx Shunt VE.Can M10 heeft M10-verdeelrails, aansluiting voor zekering of zekeringdummy, VE.Can RJ45, RJ45-busafsluiter, RJ10-aansluiting voor Lynx Distributor, aansluitklem voor temperatuursensor en een relais-schroefklem.
Vraag 53: Wat zijn de afmetingen en het gewicht van de Lynx Shunt VE.Can M10?
Antwoord: De behuizing meet 190 x 180 x 80 mm. Het gewicht van de unit is 1,4 kg.
Vraag 54: Wat is het bedrijfstemperatuurbereik en de beschermingsklasse?
Antwoord: Het bedrijfstemperatuurbereik is -40 °C tot +60 °C. De beschermingsklasse is IP22.