Op deze pagina vindt u de handleiding van de Victron Phoenix Inverter Compact 12/1600. U kunt de handleiding direct inzien via de PDF viewer onder deze tekst. U kunt de handleiding ook als PDF in uw browser opnemen via deze link: Handleiding Victron Phoenix Inverter Compact 12/1600
Koop Victron Phoenix Inverter Compact 12/1600
Zie ook: Product FAQ
Veelgestelde vragen en antwoorden
Bekijk hier de antwoorden op de meest gestelde vragen over dit product dat te koop is op Acculaders.nl.
Algemeen
1. Wat is de Victron Phoenix Inverter Compact-serie?
De Victron Phoenix Inverter Compact-serie bestaat uit zuivere sinusomvormers die accuspanning omzetten naar een stabiele 230V AC-uitgangsspanning voor elektrische verbruikers.
2. Welke modellen behandelt deze handleiding?
Deze handleiding behandelt de Phoenix Inverter Compact 12/1200, 24/1200, 12/1600 en 24/1600.
3. Voor welke accuspanningen zijn deze omvormers beschikbaar?
De serie is beschikbaar voor 12V- en 24V-accusystemen. De 12V-modellen hebben een ingangsspanningsbereik van 9,5 tot 17 V DC. De 24V-modellen hebben een ingangsspanningsbereik van 19 tot 33 V DC.
4. Welke vermogensklassen zijn beschikbaar binnen deze serie?
De serie bestaat uit 1200VA- en 1600VA-uitvoeringen. De 1200VA-modellen leveren 1000 W continu vermogen bij 25 °C. De 1600VA-modellen leveren 1300 W continu vermogen bij 25 °C.
5. Welke modellen zijn geschikt voor een 12V-accusysteem?
Voor 12V-accusystemen behandelt de handleiding de Phoenix Inverter Compact 12/1200 en 12/1600.
6. Welke modellen zijn geschikt voor een 24V-accusysteem?
Voor 24V-accusystemen behandelt de handleiding de Phoenix Inverter Compact 24/1200 en 24/1600.
7. Welke uitgangsspanning levert de Phoenix Inverter Compact?
De omvormer levert standaard 230 VAC met een nauwkeurigheid van ±2%. De uitgangsfrequentie is standaard 50 Hz en kan worden ingesteld op 60 Hz.
8. Kan de uitgangsspanning worden aangepast?
Ja. De uitgangsspanning is instelbaar tussen 210 V en 245 V. Daarnaast kan de omvormer ook worden ingesteld op 240 V.
9. Wat is het continu vermogen van de 1200VA-modellen?
De 1200VA-modellen leveren 1200 VA. Het continu uitgangsvermogen bedraagt 1000 W bij 25 °C, 900 W bij 40 °C en 600 W bij 65 °C.
10. Wat is het continu vermogen van de 1600VA-modellen?
De 1600VA-modellen leveren 1600 VA. Het continu uitgangsvermogen bedraagt 1300 W bij 25 °C, 1200 W bij 40 °C en 800 W bij 65 °C.
11. Wat is het piekvermogen van de 1200VA- en 1600VA-modellen?
Het piekvermogen bedraagt 2400 W voor de 1200VA-modellen en 3000 W voor de 1600VA-modellen.
12. Waarvoor is het hoge startvermogen bedoeld?
Het hoge startvermogen is bedoeld voor belastingen met een hoge inschakelstroom, zoals compressoren, elektromotoren, airconditioners en vergelijkbare apparatuur.
13. Welk rendement behalen de 12V- en 24V-modellen?
Het maximale rendement bedraagt 92% voor de 12V-modellen en 94% voor de 24V-modellen.
14. Wat is het nullastverbruik van de 12V- en 24V-modellen?
Het nullastverbruik bedraagt 8 W bij 12V-modellen en 10 W bij 24V-modellen.
15. Wat is het nullastverbruik in Search Mode?
In Search Mode bedraagt het nullastverbruik 2 W bij 12V-modellen en 3 W bij 24V-modellen.
16. Wat is SinusMax-technologie?
SinusMax is Victron-technologie voor zuivere sinusomvormers met een hoog rendement en een hoog startvermogen. Daardoor kunnen de Phoenix Compact-omvormers ook zwaardere aanloopbelastingen leveren.
17. Is parallelbedrijf mogelijk met de Phoenix Inverter Compact?
Ja. Tot maximaal zes identieke omvormers kunnen parallel worden geschakeld om het totale omvormervermogen te vergroten.
18. Is driefasebedrijf mogelijk met deze omvormers?
Ja. De Phoenix Inverter Compact kan in een driefase wye-configuratie worden gebruikt. Een driefase delta-configuratie wordt niet ondersteund.
19. Kan de Phoenix Inverter Compact automatisch omschakelen naar een andere AC-bron?
Deze omvormer heeft geen geïntegreerde automatische omschakelautomaat. Wanneer automatische omschakeling nodig is, adviseert Victron het gebruik van een MultiPlus of Quattro.
20. Beschikt de Phoenix Inverter Compact over een programmeerbaar relais?
Ja. De omvormer heeft een programmeerbaar relais dat standaard als alarmrelais is ingesteld. Het relais kan ook voor andere functies worden geprogrammeerd, zoals een startrelais voor een aggregaat.
21. Hoe kan de Phoenix Inverter Compact worden geconfigureerd?
De belangrijkste instellingen kunnen met DIP-switches worden aangepast. Alle instellingen, met uitzondering van het programmeerbare relais, kunnen via een VE.Net-paneel worden gewijzigd. Met een computer en VEConfigure kunnen alle instellingen worden aangepast.
22. Welke software is nodig voor configuratie via een computer?
Voor configuratie via een computer is VEConfigure3 nodig. Daarnaast is een MK3-USB-interface nodig. Als alternatief kan een MK2.2b-interface met RJ45 UTP-kabel worden gebruikt.
Installatie en aansluiting
23. Waar moet de Phoenix Inverter Compact worden geïnstalleerd?
Installeer de omvormer in een droge, goed geventileerde ruimte en zo dicht mogelijk bij de accu’s. Rondom het apparaat moet minimaal 10 cm vrije ruimte aanwezig zijn voor koeling.
24. Mag de omvormer direct boven de accu worden gemonteerd?
Nee. De omvormer mag niet direct boven de accu’s worden gemonteerd vanwege warmte en mogelijke accugassen.
25. Welke montagepositie heeft de voorkeur?
De omvormer kan horizontaal of verticaal worden gemonteerd. Verticale montage heeft de voorkeur, omdat de koeling in die positie optimaal is.
26. Waarom moet de afstand tussen accu en omvormer beperkt blijven?
Een korte afstand tussen accu en omvormer beperkt spanningsverlies over de DC-kabels en helpt om het beschikbare vermogen van de omvormer volledig te benutten.
27. Welke omgeving is geschikt voor installatie?
De omvormer moet in een droge, goed geventileerde en hittebestendige omgeving worden geplaatst. Vermijd vocht, stof, chemicaliën, kunststof onderdelen, gordijnen en ander textiel in de directe omgeving.
28. Wie mag de Phoenix Inverter Compact installeren?
De installatie mag alleen worden uitgevoerd door een gekwalificeerde elektrotechnicus.
29. Welke accukabels zijn standaard voorgemonteerd?
De 24/1200 heeft standaard 1,5 meter accukabel van 16 mm². De 24/1600 heeft 25 mm². De 12/1200 heeft 25 mm². De 12/1600 heeft 35 mm².
30. Welke accukabeldoorsnede adviseert Victron bij 1,5 tot 5 meter kabellengte?
Bij 1,5 tot 5 meter adviseert Victron 25 mm² voor de 24/1200, 35 mm² voor de 24/1600, 50 mm² voor de 12/1200 en 70 mm² voor de 12/1600.
31. Welke accukabeldoorsnede adviseert Victron bij 5 tot 10 meter kabellengte?
Bij 5 tot 10 meter adviseert Victron 50 mm² voor de 24/1200, 70 mm² voor de 24/1600, 100 mm² voor de 12/1200 en 140 mm² voor de 12/1600.
32. Welke accucapaciteit adviseert Victron per model?
Victron adviseert 40 tot 400 Ah voor de 24/1200, 100 tot 400 Ah voor de 24/1600, 150 tot 700 Ah voor de 12/1200 en 200 tot 700 Ah voor de 12/1600.
33. Waarom is de interne weerstand van de accu belangrijk?
Bij accu’s met een lage capaciteit is de interne weerstand een belangrijke factor. Een te hoge interne weerstand kan de prestaties van de omvormer beperken, vooral bij hogere belastingen.
34. Hoe worden de accukabels aangesloten?
Sluit de rode accukabel aan op de pluspool van de accu en de zwarte accukabel op de minpool. Gebruik geïsoleerd gereedschap en voorkom kortsluiting van de accukabels.
35. Wat gebeurt er bij omgekeerde accupolariteit?
Een omgekeerde aansluiting van plus en min kan de omvormer beschadigen. Ook de interne veiligheidszekering van de Phoenix Inverter Compact kan hierdoor beschadigd raken.
36. Hoe wordt de AC-uitgang aangesloten?
De AC-uitgang wordt aangesloten op de G-ST18i male-connector aan de onderzijde van de behuizing. De aansluitpunten zijn gemarkeerd als N, aarde en L1.
37. Welke AC-kabel moet worden gebruikt?
Gebruik een drieaderige kabel met flexibele kern en een doorsnede van 1,5 mm² of 2,5 mm² voor de AC-uitgang.
38. Moet de behuizing worden geaard?
Ja. De Phoenix Inverter Compact is een product uit veiligheidsklasse I. De behuizing moet worden aangesloten op aarde, het voertuigframe, de aardplaat of de romp van een boot.
39. Is de nul van de AC-uitgang verbonden met de behuizing?
Ja. De nulleider van de AC-uitgang is verbonden met de behuizing. Dit is bedoeld voor een correcte werking van een aardlekschakelaar op de AC-uitgang.
40. Wanneer moet de verbinding tussen uitgangsneutraal en aarde worden verwijderd?
De aarddraad die de uitgangsneutraal met aarde verbindt moet worden verwijderd wanneer een zwevende uitgang vereist is.
41. Welke aansluitopties zijn beschikbaar voor afstandsbediening?
De omvormer kan op afstand worden bediend met een externe aan/uit-schakelaar of met een Phoenix Inverter Control-paneel.
42. Kan tegelijk een schakelaar en een afstandsbedieningspaneel worden aangesloten?
Nee. Er mag slechts één afstandsbediening worden aangesloten: een externe schakelaar of een afstandsbedieningspaneel.
43. Wanneer werkt de afstandsbediening?
De afstandsbediening werkt alleen wanneer de schakelaar op de omvormer zelf op “on” staat.
44. Welke voorwaarden gelden voor parallel schakelen?
Bij parallel schakelen mogen maximaal zes identieke apparaten worden gebruikt. De DC-kabels moeten even lang zijn en dezelfde doorsnede hebben. De omvormers moeten dicht bij elkaar staan met minimaal 10 cm ventilatieruimte rondom elke unit.
45. Hoe worden parallel geschakelde omvormers onderling verbonden?
Parallel geschakelde omvormers worden onderling verbonden met standaard RJ45 UTP-kabels. De kabels moeten direct van de ene unit naar de andere worden aangesloten; aansluit- of splitterboxen zijn niet toegestaan.
Bediening, beveiligingen en onderhoud
46. Welke bedrijfsstanden heeft de Phoenix Inverter Compact?
De omvormer beschikt over de standen On, Off en Search Mode. In Search Mode wordt het eigen energieverbruik sterk verminderd wanneer er geen belasting aanwezig is.
47. Hoe werkt Search Mode?
In Search Mode schakelt de omvormer periodiek kort in om te controleren of een aangesloten belasting aanwezig is. Zodra voldoende belasting wordt gedetecteerd, wordt de uitgang automatisch ingeschakeld.
48. Wanneer is Search Mode vooral nuttig?
Search Mode is vooral geschikt wanneer de omvormer langdurig ingeschakeld blijft terwijl slechts af en toe een verbruiker wordt gebruikt. Hierdoor wordt het eigen stroomverbruik aanzienlijk verlaagd.
49. Welke beveiligingen hebben alle Phoenix Inverter Compact-modellen?
Alle modellen beschikken over beveiligingen tegen lage accuspanning, hoge accuspanning, overbelasting, kortsluiting en overtemperatuur.
50. Wat gebeurt er wanneer de accuspanning te laag wordt?
Wanneer de accuspanning onder de ingestelde grens komt, schakelt de omvormer automatisch uit om de accu tegen diepe ontlading te beschermen.
51. Wat gebeurt er wanneer de accuspanning te hoog wordt?
Bij een te hoge ingangsspanning schakelt de Phoenix Inverter Compact automatisch uit om schade aan de interne elektronica te voorkomen.
52. Hoe reageert de omvormer op overbelasting?
Wanneer meer vermogen wordt gevraagd dan de omvormer continu kan leveren, wordt de uitgang uitgeschakeld. Nadat de oorzaak is weggenomen, kan de omvormer weer normaal functioneren.
53. Hoe reageert de omvormer op overtemperatuur?
Bij een te hoge interne temperatuur schakelt de omvormer zichzelf uit. Zodra de temperatuur voldoende is gedaald, wordt de normale werking hervat.
54. Waarom neemt het continu uitgangsvermogen af bij hogere temperaturen?
Bij hogere omgevingstemperaturen wordt het maximaal beschikbare uitgangsvermogen automatisch begrensd om de interne componenten tegen oververhitting te beschermen.
55. Beschikt de Phoenix Inverter Compact over een alarmrelais?
Ja. Het programmeerbare relais is standaard ingesteld als alarmrelais, maar kan via de configuratiesoftware ook voor andere toepassingen worden gebruikt, zoals het automatisch starten van een aggregaat.
56. Welke LED-indicaties gebruikt de Phoenix Inverter Compact?
De LED’s geven informatie over de bedrijfsstatus, belasting, accuspanning en eventuele waarschuwingen of storingen van de omvormer.
Onderhoud en toepassingen
57. Welk onderhoud adviseert Victron?
Controleer regelmatig de accukabels, aansluitingen, ventilatieopeningen en elektrische verbindingen. Houd de ventilatieopeningen vrij van stof en vuil zodat de koeling optimaal blijft functioneren.
58. Mag de Phoenix Inverter Compact door de gebruiker worden geopend?
Nee. De omvormer bevat onderdelen waarop gevaarlijke spanningen aanwezig kunnen zijn. Reparaties en interne werkzaamheden mogen uitsluitend door gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd.
59. Is de Phoenix Inverter Compact geschikt voor gevoelige elektronica?
Ja. Dankzij de zuivere sinusuitgang is de omvormer geschikt voor gevoelige apparatuur zoals computers, televisies, audioapparatuur, meetinstrumenten en communicatieapparatuur.
60. Is de Phoenix Inverter Compact geschikt voor inductieve belastingen?
Ja. Dankzij de SinusMax-technologie en het hoge piekvermogen kunnen veel elektromotoren, pompen, compressoren en andere belastingen met een hoge inschakelstroom betrouwbaar worden gestart.
61. Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen de 1200VA- en 1600VA-modellen?
De 1600VA-modellen leveren een hoger continu uitgangsvermogen en een hoger piekvermogen. Daarnaast verschillen de aanbevolen accucapaciteit, kabeldoorsneden en maximale DC-stromen.
62. Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen de 12V- en 24V-uitvoeringen?
De 12V-uitvoeringen verwerken hogere DC-stromen dan de 24V-modellen. Daarom zijn dikkere accukabels en grotere accucapaciteiten nodig om dezelfde prestaties te behalen.
63. Welke eigenschappen hebben alle Phoenix Inverter Compact-modellen gemeen?
Alle modellen beschikken over een zuivere sinusuitgang, SinusMax-technologie, Search Mode, parallel- en driefaseondersteuning, een programmeerbaar relais en uitgebreide elektronische beveiligingen.
64. Voor welke toepassingen is de Phoenix Inverter Compact-serie geschikt?
De Phoenix Inverter Compact-serie is geschikt voor campers, caravans, boten, servicevoertuigen, off-grid installaties, noodstroomvoorzieningen en andere autonome energiesystemen.
65. Wat zijn de belangrijkste eigenschappen van de Victron Phoenix Inverter Compact-serie?
De Phoenix Inverter Compact-serie combineert een zuivere sinusuitgang, SinusMax-technologie, hoog piekvermogen, Search Mode, parallelbedrijf, driefasebedrijf, een programmeerbaar relais en uitgebreide elektronische beveiligingen in modellen voor 12V- en 24V-accusystemen.