Handleiding Victron Phoenix Inverter Compact 24/2000

Op deze pagina vindt u de handleiding van de Victron Phoenix Inverter Compact 24/2000. U kunt de handleiding direct inzien via de PDF viewer onder deze tekst. U kunt de handleiding ook als PDF in uw browser opnemen via deze link: Handleiding Victron Phoenix Inverter Compact 24/2000

Koop Victron Phoenix Inverter Compact 24/2000

Zie ook: Product FAQ

Veelgestelde vragen en antwoorden

Bekijk hier de antwoorden op de meest gestelde vragen over dit product dat te koop is op Acculaders.nl.

Algemeen

1. Wat is de Victron Phoenix Inverter Compact 2000-serie?

De Victron Phoenix Inverter Compact 2000-serie bestaat uit zuivere sinusomvormers die accuspanning omzetten naar een stabiele 230V AC-uitgangsspanning.

2. Welke modellen behandelt deze handleiding?

Deze handleiding behandelt de Phoenix Inverter Compact 12/2000 230V en de Phoenix Inverter Compact 24/2000 230V.

3. Voor welke accuspanningen zijn deze omvormers beschikbaar?

De serie is beschikbaar voor 12V- en 24V-accusystemen. De 12/2000 heeft een ingangsspanningsbereik van 9,5 tot 17 V DC. De 24/2000 heeft een ingangsspanningsbereik van 19 tot 33 V DC.

4. Welk uitgangsvermogen leveren de 12/2000 en 24/2000?

Beide modellen leveren 2000 VA. Het continu uitgangsvermogen bedraagt 1600 W bij 25 °C, 1450 W bij 40 °C en 1000 W bij 65 °C.

5. Wat is het piekvermogen van de Phoenix Inverter Compact 2000?

Het piekvermogen bedraagt 3500 W voor zowel de 12/2000 als de 24/2000.

6. Welke uitgangsspanning levert de Phoenix Inverter Compact 2000?

De omvormer levert 230 VAC met een nauwkeurigheid van ±2%. De uitgangsspanning kan worden ingesteld tussen 210 V en 245 V.

7. Welke uitgangsfrequentie gebruikt de omvormer?

De standaard uitgangsfrequentie is 50 Hz. De frequentie kan worden ingesteld op 60 Hz.

8. Wat is SinusMax-technologie?

SinusMax is de Victron-technologie achter deze zuivere sinusomvormers. De technologie combineert een compacte bouwvorm met een hoog startvermogen voor belastingen met een hoge inschakelstroom.

9. Voor welke belastingen is het hoge startvermogen bedoeld?

Het hoge startvermogen is bedoeld voor apparaten zoals compressoren, elektromotoren, airconditioners en vergelijkbare belastingen met een hoge aanloopstroom.

10. Wat is het maximale rendement van de 12/2000 en 24/2000?

Het maximale rendement bedraagt 92% voor zowel de 12/2000 als de 24/2000.

11. Wat is het nullastverbruik van de verschillende modellen?

Het nullastverbruik bedraagt 9 W bij de 12/2000 en 11 W bij de 24/2000.

12. Wat is het nullastverbruik in Search Mode?

In Search Mode bedraagt het nullastverbruik 3 W bij de 12/2000 en 4 W bij de 24/2000.

13. Is parallelbedrijf mogelijk met de Phoenix Inverter Compact 2000?

Parallelbedrijf is mogelijk met maximaal zes identieke omvormers. De omvormers worden onderling verbonden met standaard RJ45 UTP-kabels en moeten daarna worden geconfigureerd.

14. Is driefasebedrijf mogelijk met deze omvormers?

Driefasebedrijf is mogelijk in een wye-configuratie. Een driefase delta-configuratie wordt niet ondersteund.

15. Kan de omvormer automatisch omschakelen naar een andere AC-bron?

Deze Phoenix Inverter Compact heeft geen geïntegreerde automatische omschakelautomaat. Wanneer automatische omschakeling nodig is, adviseert Victron het gebruik van een MultiPlus of Quattro.

16. Beschikt de Phoenix Inverter Compact 2000 over een programmeerbaar relais?

De omvormer heeft een multifunctioneel relais dat standaard als alarmrelais is ingesteld. Het relais kan ook voor andere functies worden geprogrammeerd, zoals een startrelais voor een aggregaat.

17. Hoe kan de Phoenix Inverter Compact 2000 worden geconfigureerd?

Configuratie is mogelijk met DIP-switches, met een VE.Net-paneel of met een computer en VEConfigure3-software.

18. Welke instellingen kunnen met DIP-switches worden gewijzigd?

Met DIP-switches kunnen enkele veelgebruikte instellingen worden gewijzigd, waaronder instellingen voor bediening op afstand, frequentie en Search Mode.

19. Welke software is nodig voor configuratie via een computer?

Voor configuratie via een computer is VEConfigure3 nodig. Daarnaast is een MK3-USB-interface nodig. Als alternatief kan een MK2.2b-interface met RJ45 UTP-kabel worden gebruikt.

20. Waarvoor wordt VE.Bus Quick Configure Setup gebruikt?

VE.Bus Quick Configure Setup wordt gebruikt om één Compact-unit of systemen met maximaal drie Compact-units eenvoudig te configureren voor parallel- of driefasebedrijf.

21. Wanneer is VE.Bus System Configurator nodig?

VE.Bus System Configurator is nodig voor geavanceerde toepassingen en voor systemen met vier of meer omvormers.

22. Welke instellingen kunnen met een VE.Net-paneel worden aangepast?

Met een VE.Net-paneel kunnen alle parameters worden ingesteld, behalve het multifunctionele relais en de VirtualSwitch.

Installatie en aansluiting

23. Waar moet de Phoenix Inverter Compact 2000 worden geïnstalleerd?

Installeer de omvormer in een droge, goed geventileerde ruimte en zo dicht mogelijk bij de accu’s. Rondom het apparaat moet minimaal 10 cm vrije ruimte aanwezig zijn voor koeling.

24. Mag de omvormer direct boven de accu worden gemonteerd?

De omvormer mag nooit direct boven de accu’s worden gemonteerd.

25. Welke montagepositie heeft de voorkeur?

De omvormer kan horizontaal of verticaal worden gemonteerd. Verticale montage heeft de voorkeur, omdat de koeling in die positie optimaal is.

26. Waarom moet de afstand tussen accu en omvormer beperkt blijven?

Een korte afstand tussen accu en omvormer beperkt spanningsverlies over de DC-kabels.

27. Welke accukabeldoorsnede adviseert Victron?

Victron adviseert tot 6 meter kabellengte 70 mm² voor de 12/2000 en 50 mm² voor de 24/2000.

28. Welke accucapaciteit adviseert Victron?

Victron adviseert 350 tot 1000 Ah voor de 12/2000 en 200 tot 500 Ah voor de 24/2000.

29. Waarom is de interne weerstand van de accu belangrijk?

De interne weerstand is vooral belangrijk bij accu’s met een lage capaciteit. Een te hoge interne weerstand kan de prestaties van de omvormer beperken.

30. Hoe worden de accukabels aangesloten?

Sluit de rode accukabel aan op de pluspool van de accu en de zwarte accukabel op de minpool. Gebruik geïsoleerd gereedschap en voorkom kortsluiting van de accukabels.

31. Wat gebeurt er bij omgekeerde accupolariteit?

Een omgekeerde aansluiting van plus en min beschadigt de omvormer. Ook de interne veiligheidszekering kan hierdoor beschadigd raken.

32. Hoe moeten de moeren van de accuaansluiting worden vastgezet?

Draai de moeren stevig aan om de overgangsweerstand zo laag mogelijk te houden.

33. Hoe wordt de AC-uitgang aangesloten?

De AC-uitgang wordt aangesloten op de duidelijk gemarkeerde aansluitpunten PE, L en N. PE is aarde, L is fase en N is nul.

34. Moet de behuizing worden geaard?

De Phoenix Inverter Compact 2000 is een product uit veiligheidsklasse I. De behuizing moet worden aangesloten op aarde, het voertuigframe, de aardplaat of de romp van een boot.

35. Is de nul van de AC-uitgang verbonden met de behuizing?

De nulleider van de AC-uitgang is verbonden met de behuizing. Dit is bedoeld voor een correcte werking van een aardlekschakelaar op de AC-uitgang.

36. Welke AC-aansluiting gebruikt de omvormer?

De 230V AC-aansluiting is geschikt voor een connector of schroefaansluiting van 6 mm², 10 AWG.

37. Welke opties zijn er voor afstandsbediening?

De omvormer kan op afstand worden bediend met een externe aan/uit-schakelaar of met een Phoenix Inverter Control-paneel.

38. Wanneer werkt de afstandsbediening?

Afstandsbediening werkt alleen wanneer de schakelaar op de omvormer zelf op “on” staat.

39. Kan tegelijk een schakelaar en een afstandsbedieningspaneel worden aangesloten?

Er mag slechts één afstandsbediening worden aangesloten: een externe schakelaar of een afstandsbedieningspaneel.

40. Welke voorwaarden gelden voor parallel schakelen?

Bij parallel schakelen mogen maximaal zes identieke apparaten worden gebruikt. De DC-kabels moeten even lang zijn en dezelfde doorsnede hebben. Ook moet rondom elke unit minimaal 10 cm ventilatieruimte aanwezig zijn.

41. Hoe worden parallel geschakelde omvormers onderling verbonden?

Parallel geschakelde omvormers worden direct onderling verbonden met standaard RJ45 UTP-kabels. Aansluit- of splitterboxen zijn niet toegestaan.

42. Welke voorwaarden gelden voor driefasebedrijf?

Driefasebedrijf gebruikt dezelfde RJ45 UTP-verbindingen als parallelbedrijf. De omvormers moeten daarna worden geconfigureerd. De Phoenix Inverter Compact is alleen geschikt voor wye-configuratie en niet voor delta-configuratie.

43. Welke omgeving moet bij installatie worden vermeden?

Vermijd een natte, stoffige of slecht geventileerde omgeving. Plaats de omvormer ook niet direct bij chemicaliën, kunststof onderdelen, gordijnen of ander textiel.

44. Wie mag de Phoenix Inverter Compact 2000 installeren?

De installatie mag alleen worden uitgevoerd door een gekwalificeerde elektrotechnicus.

45. Moet de binnenzijde bereikbaar blijven na installatie?

De binnenzijde van het apparaat moet na installatie bereikbaar blijven.

Bediening, beveiligingen en onderhoud

46. Welke bedrijfsstanden heeft de Phoenix Inverter Compact 2000?

De omvormer beschikt over de standen On, Off en Search Mode. In Search Mode wordt het eigen stroomverbruik sterk verminderd wanneer geen belasting aanwezig is.

47. Hoe werkt Search Mode?

In Search Mode controleert de omvormer periodiek of een aangesloten verbruiker aanwezig is. Zodra voldoende belasting wordt gedetecteerd, schakelt de uitgang automatisch in.

48. Wanneer is Search Mode vooral nuttig?

Search Mode is geschikt wanneer de omvormer langdurig ingeschakeld blijft terwijl slechts af en toe een apparaat wordt gebruikt. Hierdoor neemt het eigen stroomverbruik aanzienlijk af.

49. Welke beveiligingen hebben de Phoenix Inverter Compact 2000-modellen?

De omvormers beschikken over beveiligingen tegen onderspanning, overspanning, overbelasting, kortsluiting en overtemperatuur.

50. Wat gebeurt er wanneer de accuspanning te laag wordt?

Wanneer de accuspanning onder de ingestelde grens komt, schakelt de omvormer automatisch uit om de accu tegen diepe ontlading te beschermen.

51. Wat gebeurt er wanneer de accuspanning te hoog wordt?

Bij een te hoge ingangsspanning schakelt de omvormer automatisch uit om de interne elektronica te beschermen.

52. Hoe reageert de omvormer op overbelasting?

Wanneer meer vermogen wordt gevraagd dan het continu beschikbare uitgangsvermogen, schakelt de omvormer zichzelf uit. Nadat de oorzaak is weggenomen, kan de normale werking worden hervat.

53. Hoe reageert de omvormer op overtemperatuur?

Bij een te hoge interne temperatuur schakelt de Phoenix Inverter Compact zichzelf uit. Zodra de temperatuur voldoende is gedaald, wordt de normale werking automatisch hervat.

54. Waarom neemt het continu uitgangsvermogen af bij hogere temperaturen?

Bij hogere omgevingstemperaturen wordt het uitgangsvermogen automatisch begrensd om de interne componenten tegen oververhitting te beschermen.

55. Beschikt de Phoenix Inverter Compact 2000 over een alarmrelais?

Ja. Het programmeerbare relais is standaard als alarmrelais ingesteld, maar kan via VEConfigure ook worden gebruikt voor andere toepassingen, zoals het automatisch starten van een aggregaat.

56. Welke LED-indicaties gebruikt de Phoenix Inverter Compact 2000?

De LED’s geven informatie over de bedrijfsstatus, belasting, accuspanning en eventuele waarschuwingen of storingen van de omvormer.

Onderhoud en toepassingen

57. Welk onderhoud adviseert Victron?

Controleer regelmatig de accukabels, elektrische aansluitingen en ventilatieopeningen. Houd de ventilatieopeningen schoon zodat de koeling optimaal blijft functioneren.

58. Mag de Phoenix Inverter Compact 2000 door de gebruiker worden geopend?

Nee. De omvormer bevat onderdelen waarop gevaarlijke spanningen aanwezig kunnen zijn. Reparaties en interne werkzaamheden mogen uitsluitend door gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd.

59. Is de Phoenix Inverter Compact 2000 geschikt voor gevoelige elektronica?

Ja. Dankzij de zuivere sinusuitgang is de omvormer geschikt voor gevoelige apparatuur zoals computers, televisies, audioapparatuur, communicatieapparatuur en meetinstrumenten.

60. Is de Phoenix Inverter Compact 2000 geschikt voor inductieve belastingen?

Ja. Dankzij SinusMax-technologie en het hoge piekvermogen kunnen veel elektromotoren, compressoren, pompen en andere belastingen met een hoge inschakelstroom betrouwbaar worden gestart.

61. Wat is het belangrijkste verschil tussen de 12/2000 en 24/2000?

Beide modellen leveren hetzelfde uitgangsvermogen, maar de 12V-uitvoering verwerkt een hogere DC-stroom. Daardoor zijn dikkere accukabels en een grotere aanbevolen accucapaciteit nodig dan bij de 24V-uitvoering.

62. Welke eigenschappen hebben beide modellen gemeen?

Beide modellen beschikken over een zuivere sinusuitgang, SinusMax-technologie, Search Mode, parallelbedrijf, driefasebedrijf, een programmeerbaar relais en uitgebreide elektronische beveiligingen.

63. Voor welke toepassingen is de Phoenix Inverter Compact 2000 geschikt?

De Phoenix Inverter Compact 2000 is geschikt voor campers, caravans, boten, servicevoertuigen, off-grid installaties, noodstroomvoorzieningen en andere autonome energiesystemen.

64. Wanneer adviseert Victron een MultiPlus of Quattro in plaats van een Phoenix Inverter Compact?

Wanneer automatische omschakeling tussen netspanning en omvormer nodig is, adviseert Victron een MultiPlus of Quattro. Deze beschikken over een geïntegreerde omschakelautomaat en acculader.

65. Wat zijn de belangrijkste eigenschappen van de Victron Phoenix Inverter Compact 2000-serie?

De Phoenix Inverter Compact 2000-serie combineert een zuivere sinusuitgang, SinusMax-technologie, een hoog piekvermogen, Search Mode, ondersteuning voor parallel- en driefasebedrijf, een programmeerbaar relais en uitgebreide elektronische beveiligingen voor 12V- en 24V-accusystemen.

Victron Phoenix Inverter Compact 24/2000